Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De ‘genotox-situatie’. Zo noemen medewerkers van Monsanto een affaire die zich afspeelt in 1999, en die bijna twintig jaar lang bedrijfsgeheim zal blijven. Het is aan het licht gekomen, doordat interne e-mails van het bedrijf door een rechtbank in San Francisco vorig jaar openbaar zijn gemaakt. De stukken tonen minitieus hoe het chemiebedrijf, dat inmiddels is overgenomen door de Duitse farmaceut Bayer, reageert wanneer het wordt gewaarschuwd voor mogelijke gevaren van Roundup, een populaire onkruidverdelger die het bedrijf verkoopt.

De situatie ontstaat nadat Monsanto in 1999 de Britse toxicoloog James Parry heeft benaderd om het bedrijf als lobbyist te vertegenwoordigen. Dat loopt echter anders dan verwacht: ‘Als we Parry niet gaan gebruiken, waarom heeft Mark dan voorgesteld dat we een relatie met hem aangaan?’, foetert Donna Farmer, toxicoloog van Monsanto, op 10 september 2001. ‘Mark heeft dit niet goed gemanaged, en het is er bijna op uitgelopen dat dr. Parry glyfosaat genotoxisch noemde’.

farmer-parry-genotoxic
E-mail van Monsanto-medewerker Donna Farmer uit 2001.

James Parry zou er bijna op uit zijn gekomen dat glyfosaat genotoxisch is, zo stelt Monsanto-toxicoloog Donna Farmer in haar e-mail. Genotoxische stoffen zijn in staat om het DNA van cellen te beschadigen. Dat is een serieuze waarschuwing voor toxicologen, omdat zulke stoffen vaak ook kankerverwekkend zijn voor de mens. Glyfosaat is het hoofdingrediënt in Monsanto’s onkruidverderdelger Roundup.

Interne e-mails openbaar door rechtszaken

In de Verenigde Staten klagen meer dan 8000 patiënten met lymfklierkanker Monsanto aan. Zij stellen ziek te zijn geworden door de onkruidverdelger Roundup. Als gevolg van deze rechtszaken zijn duizenden pagina’s interne correspondenties van het chemiebedrijf openbaar geworden. Dit artikel is gebaseerd op deze stukken, die bewijsmateriaal zijn in deze rechtszaken.

Alarmbelletjes

Op dat moment, eind jaren ’90, zijn er al vier onderzoeken verschenen die suggereren dat Roundup het DNA van cellen kan beschadigen. Het zijn de studies Rank (1992), Bolognesi (1997), Peluso (1998) en Lioi (1998). Monsanto heeft deze studies aan James Parry voorgelegd, zo blijkt: ‘Het werd aangeraden dat, voordat we hem [Parry] vragen om […] ons als consultant bij de regulerende instanties te vertegenwoordigen‘, staat in notulen van 15 januari 1999, ‘we hem eerst een selectie studies voorleggen. […] Op basis van zijn beoordeling […] kijken we of we met hem doorgaan of het contact beëindigen.’

involved1
Monsanto toxicologen bespreken het inhuren van James Parry op 15 januari 1999.

Parry, hoogleraar aan de Universiteit van Wales, lijkt de ideale kandidaat om toezichthouders in Europa en Amerika, die kritisch kijken naar mogelijke gezondheidsrisico’s van pesticiden, gerust te stellen. Parry is eminent expert in de genetische toxicologie. Na zijn overlijden in 2010 zal vakblad Mutagenisis hem zelfs omschrijven als ‘de grondlegger’ van het vakgebied in het Verenigd Koninkrijk.

Maar zijn conclusies vindt Monsanto verre van ideaal.

James Parry concludeert in een vertrouwelijk rapport dat hij voor Monsanto schrijft, dat er inderdaad aanwijzingen zijn dat glyfosaat genotoxisch is: ‘Als de genotoxische activiteit van glyfosaat en de formuleringen bevestigd kan worden‘, schrijft hij, ‘is het aan te raden te bepalen of er mensen en groepen binnen de bevolking zijn die worden blootgesteld‘.

published-literature
human-population
Parry vindt in 1999 aanwijzingen dat glyfosaat genotoxisch is.

Parry schrijft nog iets anders. De onkruidverdelger is mogelijk ook ‘clastogeen‘, zo stelt hij. Clastogene stoffen kunnen ook het DNA in geslachtscellen beschadigen, en zijn berucht omdat ze zo een verhoogd risico op geboorteafwijkingen geven.

potential-clastogenic4
Glyfosaat is mogelijk clastogeen, concludeert Parry.

Het enthousiasme voor samenwerking ebt weg bij Monsanto: ‘Laten we even nadenken over wat we hier precies proberen te bereiken‘, schrijft Monsanto-toxicoloog William Heydens op 16 september 1999 in een conversatie over het Parry-rapport. ‘We zoeken iemand die […] invloedrijk kan zijn bij overheden […] en die ons kan vertegenwoordigen wanneer genotox-problemen zich aandienen. Mijn inschatting is dat Parry momenteel niet deze persoon is, en dat het veel tijd en geld […] gaat kosten om dat te veranderen.’

We zoeken iemand die invloedrijk kan zijn bij overheden bij genotox-problemen

Monsanto voelt weinig voor de verdere samenwerking met James Parry. Maar medewerkers zit het niet lekker dat Parry denkt dat Roundup mogelijk kankerverwekkend is: ‘Ik maak me zorgen dat we Parry nu laten gaan, met dit als zijn laatste project/indruk‘, schrijft Donna Farmer in een e-mail op 2 september 1999. Farmer oppert de suggestie dat een Monsanto-medewerker met Parry gaat praten: ‘De enige die ons uit deze genotox-situatie kan redden is de Goede Dr. Kier.’

genotox-hole3
Donna Farmer voelt zich ongemakkelijk bij de indrukken die Parry heeft opgedaan.

Dr. Larry Kier is specialist in de genetische toxicologie, en werkt al vanaf 1974 voor Monsanto. Kier doet onderzoeken in de laboratoria van Monsanto, in de Amerikaanse stad St. Louis. Labstudies van Kier concluderen dat glyfosaat niet genotoxisch is.

WHO: 'sterk bewijs'

Parry zal niet uit de school klappen. Maar zestien jaar later, in maart 2015, als een groep van 17 internationale kankeronderzoekers samenkomt in het Franse Lyon, bereiken zijn suggesties alsnog het grote publiek. Onder de vlag van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stellen experts een rapport op dat wereldwijd een schokgolf teweegbrengt. Glyfosaat, inmiddels de meest gebruikte herbicide ter wereld, 1 is ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ voor mensen. Het gaat om een rapport van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek van de WHO.

Batiment_IARC_vue_nord
Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek van de WHO in het Franse Lyon.

De WHO-experts vinden nu ‘sterk bewijs’ in de wetenschappelijke literatuur dat glyfosaat genotoxisch is. Daarnaast leunen ze ook op dierstudies, en onderzoeken onder boeren die een link met lymfklierkanker tonen.

Monsanto blijkt zich in aanloop naar het WHO-onderzoek bewust te zijn van de bewijslast die tegen glyfosaat bestaat: ‘Naast bevolkingsstudies, hebben we ook kwetsbaarheden op andere vlakken […] waaronder […] genotox[iciteit]‘, schrijft Monsanto-toxicoloog William Heydens in een e-mail op 15 oktober 2014.

Wat betekent de conclusie van de WHO?

Volgens de WHO is ‘waarschijnlijk’ dat glyfosaat kanker kan veroorzaken. Dat betekent nog niet dat het middel dat ook doet. De onderzoekers vonden wel  ‘beperkt bewijs’ dat boeren die met glyfosaat werken een verhoogd risico hebben op lymfklierkanker. Daarnaast was er ‘voldoende bewijs’ afkomstig uit dierstudies en ‘sterk bewijs’ dat glyfosaat genotoxisch is.

Het bedrijf is echter niet bereid om ook maar één euro of dollar minder aan Roundup te verkopen: ‘Houd de vraag naar onze producten op peil‘, staat in een PowerPoint gedateerd 24 maart 2015, waarin Monsanto de strategie bespreekt in navolging van het WHO-rapport. ‘Bescherm onze […] FTO’. De afkorting ‘FTO’ staat voor freedom to operate, het zonder overheidsingrijpen kunnen verkopen van de herbicide.

sales
Interne PowerPoint van Monsanto uit maart 2015.

Die gevreesde overheidsbemoeienis blijft uit. “De wetenschap wint!!”, twittert Robb Fraley,  topbestuurder van Monsanto op 12 november 2015. De Europese Unie heeft op die dag haar eigen onderzoek naar glyfosaat publiek gemaakt. Het Europese voedselagentschap EFSA concludeert dan dat de herbicide niet kankerverwekkend is.

'Twijfel gezaaid over bewijs'

Maar als toxicologen van Monsanto in interne e-mails stellen dat het bedrijf ‘kwetsbaar’ is als het gaat om aanwijzingen van DNA-schade, en de Wereldgezondheidsorganisatie in maart 2015 hiervoor ‘sterk bewijs’ heeft gevonden, hoe heeft de Europese Unie die onderzoeksresultaten dan gewogen?

Om te helpen bij de beantwoording van die vraag, heb ik de Nederlandse toxicoloog Theo de Kok (Maastricht University) benaderd. De Kok doet al decennia onderzoek naar blootstellingen die het DNA kunnen schaden, zoals giftige pcb’s en ook luchtverontreiniging. Ik leg hem de rapporten van de EU en de WHO voor.

IMG_8031
Theo de Kok, hoogleraar genetische toxicologie (Maastricht University).

‘Na lezing, deel ik voor 100 procent de mening van de WHO dat er heel veel bewijs is dat laat zien dat er sprake is van genotoxiciteit’, zegt hij over de telefoon. ‘Dat kun je gewoon niet ontkennen. Er zijn natuurlijk wel studies die negatief zijn, maar dat doet niks af aan dat in verschillende testmodellen – in de mens, in proefdieren; in cellen – genotoxische effecten worden waargenomen.’

De Kok constateert iets opmerkelijks over het Europese rapport. Het gaat om het Renewal Assessement Report (RAR), de literatuuranalyse waarop voedselagentschap EFSA haar oordeel heeft gebaseerd. De Kok stelt dat daarin ‘systematisch twijfel is gezaaid’ over bewijs van genotoxiciteit. Zo wijst hij op onderzoek dat terzijde is geschoven, dat volgens hem bewijs biedt van DNA-schade in bloedcellen van mensen die wonen rond akkers waar Roundup is gesproeid: ‘De mate waarin je deze micronuclei in het bloed kunt meten’, zegt de Kok, ‘is een indicatie voor hoe groot het risico op kanker is’.

43357388321_cbb50d78d4_o

‘Systematisch twijfel gezaaid in glyfosaat-rapport’

Heeft het chemiebedrijf Monsanto zijn eigen product gekeurd?

Maar waarom zou de Europese Unie ‘twijfel zaaien’ over aanwijzingen dat glyfosaat kanker veroorzaakt? Er is iets wat dat kan helpen verklaren: de tekst over genotoxiciteit in het Europese toelatingsrapport is direct afkomstig van Monsanto.

Industrie aan basis

Om te tonen hoe dat kan, moet de procedure een paar jaar worden teruggespoeld. In november 2017 is glyfosaat in de Europese Unie hernieuwd toegelaten, voor vijf jaar tot 2022. Dat is een politieke beslissing geweest van de 28 EU-lidstaten, maar daar ging een jarenlang traject aan vooraf waarin onderzoek is gedaan naar de mogelijke gezondheidseffecten van de herbicide. Dat onderzoek is uitgevoerd door het Europees voedselagentschap EFSA, die in november 2015 daarover een rapport publiceert.

Duitsland deed voor Europa de veiligheidsanalyse van glyfosaat

EFSA baseerde zich daarbij echter niet op haar eigen werk. In de Europese Unie stelt één land, ter voorbereiding op de EU-toelating, een veiligheidsanalyse op. Dat is een document van wel duizenden pagina’s, met alle studies over een gifstof. Dit doet de zogeheten ‘rapporterende lidstaat’. In het geval van glyfosaat was dat land Duitsland. Het Duitse Bundesinstitut fur Risikobewertung (BfR), het nationale instituut voor toxicologie in Berlijn, leverde in maart 2015 een rapport in bij EFSA.

Maar er is dan nog één stap niet gezet. Het proces begint namelijk bij chemische industrie zelf. Het zijn de pesticide-fabrikanten die een ‘dossier’ inleveren bij de rapporterende lidstaat. Monsanto leverde in 2012, namens de Glyphosate Task Force (GTF), een werkgroep van de producenten van glyfosaat, een dossier in bij Duitsland.

2018-09-24-documents-Vincent
De toelating van glyfosaat begon bij de chemische industrie. Ontwerp: Adriana Homolava

In september 2017, kort voordat glyfosaat weer groen licht kreeg in de EU, onthulde de Britse krant The Guardian dat het Duitse BfR-rapport op punten letterlijk overeenkomt met het dossier van Monsanto. Het gaat onder meer om het hoofdstuk over genotoxiciteit. Het is een feit dat werd ontdekt door de Oostenrijkse milieuorganisatie Global2000, die software gebruikte die ook wordt ingezet om plagiaat op te sporen. 2 De Duitse ambtenaren verwijderde echter wel één stuk informatie: de auteursnaam.

2018-09-25-documents-comparison-Vincent-2
Ontwerp: Adriana Homolava.

Die wordt zichtbaar wanneer het dossier van Monsanto naast het Duitse rapport wordt gelegd. De auteur is Larry Kier. Kier beantwoordt voor meer dan 500 miljoen Europeanen de vraag of glyfosaat een mechanisme heeft waarmee het kanker kan veroorzaken. Zijn tekst wordt woord voor woord overgenomen, en is ook de basis voor de conclusies van voedselagentschap EFSA, en ook de uiteindelijk toelating van Roundup in Nederland. 3

De e-mails laten zien dat Kier voor Monsanto al jarenlang studies bestrijdt die voor onafhankelijke academici aanwijzing zijn dat glyfosaat kankerverwekkend is.

Larry Kier zal een weerwoord op papier zal zetten‘, staat bijvoorbeeld als actiepunt genotuleerd bij de eerder genoemde vergadering van Monsanto op 15 januari 1999. Medewerkers van het bedrijf bespreken dan de studieresultaten van de Italiaanse wetenschapper Maria Lioi, die dan net zijn verschenen in het internationale vakblad Environmental and Molecular Mutagenesis.

Consultant Kier

Larry Kier is ook coördinator van een wetenschappelijke publicatie die in 2016 verschijnt, en die – volledig gefinancierd door Monsanto – het glyfosaat-rapport van de WHO scherp onder vuur zal nemen. Op 27 augustus 2015 tekent Larry Kier, nu niet meer in vaste dienst voor Monsanto maar werkzaam als ingehuurde consultant, een contract ter waarde van zo’n 27 duizend dollar voor deze opdracht.

kier-contract
Het contract dat Larry Kier op 27 augustus 2015 tekent met Monsanto.

Critical Reviews in Toxicology heeft vorig maand een disclaimer toegevoegd aan de online versie van dit ‘onafhankelijke’ artikel. Dat is gebeurd in navolging van e-mails die tonen dat Monsanto-toxicoloog William Heydens als ghostwriter meeschreef, zonder dat zijn naam op het titelblad van de studie werd vermeld. 4

Larry Kier schrijft mee aan de tekst van het Duitse BfR-rapport. Aan dat rapport wordt op 29 januari 2015, kort voordat voedselagentschap EFSA het ontvangt, ook nog een nieuw onderzoek van Kier zelf toegevoegd: ‘Een nieuwe uitvoerige evaluatie van genotoxiciteitsonderzoeken […] is aangedragen door Kier en Kirkland‘, staat in het Duitse rapport. Het werk analyseert alle beschikbare wetenschapelijke studies, en concludeert dat Roundup ‘geen significant genotoxisch risico’ vormt voor mensen.

23533357736_657fe83881_z-1

Maar de interne e-mails van Monsanto bevatten onthullende achtergrondgesprekken over dit werk. Er zou herhaaldelijk aan deze evaluatie zijn gesleuteld: ‘Toen we alle studies in één manuscript samen hadden gevoegd‘, memoreert een Monsanto-medewerker op 13 juli 2012, ‘ontstond spijtig genoeg zo’n enorme bende aan studies die genotoxische effecten tonen, dat het geheel aanliep tegen de grenzen van wat nog als geloofwaardig kan worden gepresenteerd […]‘. De studie wordt ‘herontworpen’, en naast Larry Kier nog een tweede auteur toegevoegd: ‘Larry was de enige auteur, en gezien zijn […] banden met de industrie werden nog andere zeer geloofwaardige genetisch toxicologen uit Europa gezocht. De eerste keus […] viel op David Kirkland.’

Toen deze e-mails in 2017 openbaar werden, heeft voedselagentschap EFSA in een verklaring gesteld dat er niet zomaar zou zijn vertrouwd op deze overzichtsstudie van Kier en Kirkland, maar dat de onderliggende onderzoeken waar de studie naar verwijst zijn bekeken. Het Duitse BfR schaart zich in een reactie op vragen van OneWorld achter deze verklaring. Volgens het BfR is de geloofwaardigheid van haar glyfosaat-rapport op ‘geen enkele wijze’ ondermijnt door de onthullingen in de e-mails. Het Duitse agentschap ziet ook geen belangenconflict in het letterlijk overnemen van de tekst van Larry Kier: ‘Zowel in de EU als elders in de wereld, is het gangbaar dat relevante passage uit een ingediend [industrie]document worden gebruikt in een toelatingsrapport’, laat een woordvoerder per e-mail weten. ‘Dit volgt enkel pas na kritische analyse van deze inbreng.’

In navolging van het rapport van James Parry heeft Monsanto aanvullend onderzoek verricht

Bayer, inmiddels eigenaar van Monsanto, laat in een reactie aan OneWorld weten dat het rapport van hoogleraar James Parry in 1999 uiterst serieus is genomen: ‘In navolging van het rapport van Dr. Parry, heeft Monsanto aanvullend onderzoek verricht’, schrijft een woordvoerder per e-mail.  ‘Na deze analyse, was Dr. Parry het volledig eens met Monsanto dat de genotoxische effecten artificieel waren, en niet relevant voor blootstelling onder reële condities. De uitkomsten van dit aanvullende onderzoek zijn ook gepubliceerd in het Journal of Agriculture and Food Chemistry.’

Bayer verwijst naar de toezichthouders waaronder EFSA in Europa, maar ook bijvoorbeeld het Amerikaanse milieuagentschap EPA, die glyfosaat als veilig hebben bestempeld: ‘Advocaten hebben uit een totaal van 15 miljoen pagina’s aan documenten 5een paar e-mail gevist, en zo geprobeerd om het wetenschappelijk bewijs en Monsanto’s werkwijze te verdraaien. Bayer sluit zich aan bij de conclusies van experts van de regulerende instanties wereldwijd, die stellen dat glyfosaat en middelen met glyfosaat niet mutageen [schadelijk voor het nageslacht] of genotoxisch zijn.’

Larry Kier heeft niet gereageerd op de door OneWorld gestelde vragen.

  1. In 2014 werd wereldwijd 825 miljoen kilo glyfosaat gebruikt. Het gebruik van glyfosaat is geëxplodeerd sinds Monsanto in 1994 de eerste genetisch veranderde zaden introduceerde. Deze ‘Roundup-Ready’-gewassen (soja, mais) zijn resistent tegen het landbouwgif, waardoor glyfosaat op elk moment van de teelt kan worden gesproeid ↩︎
  2. Op deze pagina van Global2000 is te zien welke tekst uit het hoofdstuk over genotoxiciteit, direct werd overgenomen van fabrikant Monsanto ↩︎
  3. Het Nederlandse College voor Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) heeft in een reactie op vragen van OneWorld laten weten dat in haar onderzoek naar de genotoxiciteit van de verschillende varianten Roundup die in Nederland zijn toegelaten, is gekeken naar het ‘stofdossier’ dat is opgesteld door Duitsland. Dat betekent dat het Ctgb ook op de tekst van Kier heeft vertrouwd ↩︎
  4. Hierover hebben onderzoeksjournalisten van Bloomberg op 9 augustus 2017 en op 27 september 2018 gepubliceerd ↩︎
  5. De schadeclaimadvocaten die in Amerika tegen Monsanto procederen hebben inzage in miljoenen documenten van het bedrijf. Slechts een fractie daarvan is tot op heden openbaar geworden ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewlg3-020287

Vincent Harmsen

Onderzoeksjournalist

Vincent Harmsen is onderzoeksjournalist bij OneWorld en schrijft over voedsel, milieu en duurzame ontwikkeling.
Profielpagina