Data Atlas

Ontdek hoe landen zich ontwikkelen aan hand van verschillende thema's. Klik op de jaartallen en de landen voor facts and figures. Bekijk intro >

Embed

Operatie landbouw

De data atlas gaat de boer op. Want hoe de wereldwijde boer zich in de komende jaren ontwikkelt, bepaalt of we de negen miljard monden van 2050 zullen kunnen voeden en tegelijkertijd nog een beetje natuurschoon, biodiversiteit en drinkwater overhouden: landbouw is natuurlijk een van de grootste ingrepen van de mens op het natuurlijke landschap.

Sweet potatoes harvest - Foto: U.S. Department of AgricultureOogst: zoete aarappelen

Foto: Amerikaans Ministerie van Landbouw

Nederland is een modelland voor superefficiënte, intensieve landbouw – Nederland is niet voor niets de op een na grootste landbouwexporteur ter wereld. Daarmee is een boerenbedrijf een hoogtechnologische aangelegenheid geworden met miljoenen euro’s in investeringen in land, apparatuur, kunstmest en energie.

Veel wetenschappers, onder andere de vorige en huidige bestuursvoorzitters van onze landbouwuniversiteit te Wageningen, geloven dat de hoogtechnologische landbouw de enige manier is om de wereld te voeden. Biologische en kleinschalige landbouw is volgens hen zo inefficiënt, dat je al het land op de wereld nodig zult hebben om iedereen te voeden: voor elke Nederlandse hectare, heb je elders wel 4 tot 6 hectare nodig.

Steeds meer wetenschappers wijzen op de keerzijde van de intensieve landbouw. Ten eerste omdat deze vorm van eten verbouwen veel broeikasgassen uitstoot. Door het verbruik van kunstmest (er is aardolie nodig om dat te produceren), door koeienscheten en door de op fossiele brandstoffen gedreven machines en vervoer, is de landbouw op dit moment verantwoordelijk voor zo’n dertig procent van de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien zorgt de kap van regenwoud voor het verbouwen van diervoeder voor het afnemen van de kracht van de wereld om die Co2 te verwerken.

Ook is ondertussen duidelijk dat dat grote lappen grond met dezelfde gewassen (monoculturen), beschermd door pesticiden en onkruidverdelgers, slecht zijn voor de soortendiversiteit op de wereld, en daarmee op de weerbaarheid van onze ecosystemen. Zo’n honderd planten en dierensoorten verdwijnen elk jaar.

De voorstanders van technolandbouw zien de oplossing voor deze problemen in het beter meten met sensoren en computergestuurde machines. Zo krijgt elke plant precies krijgt wat hij nodig heeft aan water en mest, en wordt verspilling tegen gegaan.

Anderen vinden dat het daarvoor te laat is en dat er een natuurlijke weg in moet worden geslagen: met de zogenoemde agro-ecologie. Hierbij wordt niet op een strikt biologische manier verbouwd, maar bestrijden natuurlijke vijanden insecten en worden er soorten geplant die van elkaar kunnen profiteren. Zij geloven bovendien dat honger geen kwestie is van meer eten produceren: er is al genoeg eten om elke wereldburger te voeden. De verdeling van ons eten moet ander aangepakt worden, door kleine boeren en lokale gemeenschappen meer recht te geven op hun oogsten – nu kopen grote agro-giganten veel granen, soya en rijst op voor de internationale markt.

In Afrika is nog het meeste onontgonnen land – 80 procent van het continent– en wordt daarmee een slagveld voor de eerdergenoemde partijen. Dat daar nog een slag te maken is, is duidelijk. De grootste hoeveelheid boeren van de 33 miljoen familiebedrijfjes, is daar nog van het zelfvoorzienende soort (subsistence farmers): op kleine stukjes land met weinig gereedschap, kunstmest of irrigatie. Zij zijn tegelijkertijd de hongerigste groep mensen op de wereld.