Armen zijn beter af in de stad

27-06-2007
Door: Mattias Creffier
Bron: IPS

In 2008 zal voor het eerst de helft van de wereldbevolking, 3,3 miljard mensen, in de stad wonen. Die trend is onomkeerbaar, zegt UNFPA, dat voor 2030 een stedelijke bevolking van 4,7 miljard mensen in het vooruitzicht stelt. Het aantal plattelandsbewoners daarentegen zal in dezelfde periode licht dalen.
 
Het rapport over de 'State of the World Population' bevat enkele verrassende cijfers. De verstedelijking is geen zaak van uit hun voegen barstende metropolen als Saõ Paolo, Bombay of Sjanghai. Meer dan de helft van de stadsbewoners die er tegen 2015 bijkomen, zijn inwoners van een stad van minder dan een half miljoen inwoners, dus niet groter dan Antwerpen of Rotterdam.
 
Misdaad en vervuiling 
 
Een tweede verrassing is dat slechts 40 procent van de nieuwe stadsbewoners migranten zijn uit het omliggende platteland. Zestig procent zijn kinderen van stadsbewoners.
Voeg daarbij dat 93 procent van stedelijke bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden zal plaatsvinden, voor 80 procent zelfs in de steden van Afrika en Azië, en er ontstaat volgens de UNFPA een plaatje dat heel wat politici en stadsplanners aan het denken zou moeten zetten.
 
"De meeste beleidsmakers associëren steden met sloppenwijken, armoede en misdaad en milieuvervuiling", zegt Paul Taylor, de directeur van het VN-nederzettingenprogramma HABITAT in Brussel, "maar paradoxaal genoeg zijn de steden ook de motoren van economische groei. Een stad als Lagos bijvoorbeeld genereert 65 procent van het bruto binnenlands product van Nigeria."
 
Reflex
 
"Als de VN haar Millenniumbelofte om het aantal armen tegen 2015 te verminderen wil waarmaken, kan ze niet om de stedelijke armoede heen", zegt Hedi Jamiai, de vertegenwoordiger van de UNFPA in Brussel. Politici hebben volgens het rapport vaak de reflex de plattelandsvlucht te willen afremmen. In 2005 bestonden in 73 procent van de ontwikkelingslanden maatregelen om mensen uit de stad te houden.
 
In de Keniase hoofdstad Nairobi bijvoorbeeld, heeft het stadsbestuur zich lange tijd verzet tegen investeringen in sanitair en drinkwatervoorziening voor Kibera, een sloppenwijk met meer dan 700.000 inwoners. De overheid had veel geld kunnen besparen door op voorhand stukken land op te kopen en die te voorzien van elementaire nutsvoorzieningen als wegen en riolen, stelt het rapport.
 
"In Zimbabwe gaat de overheid nog verder, daar worden de sloppenwijken gewoon met bulldozers platgewalst", zegt Ivan Hermans, beleidsadviseur bij UNFPA. "Kibera is een andere kwestie, omdat daar een sterk sociaal netwerk bestaat. Iemand die daar woont is volgens mij beter af dan iemand in een klein appartementje in Nairobi."
 
De sterke sociale netwerken in de stad vergemakkelijken de emancipatie van vrouwen en meisjes. "In de stad krijgen vrouwen gemakkelijker onderwijs, een baan of gezondheidszorg", zegt Hermans. Dat de grootste bevolkingsaanwas uit de steden zelf komt, maakt de stad het werkterrein bij uitstek voor programma's die vrouwen willen informeren over anticonceptie en gezinsplanning.
 
Geld vloeit terug 
 
Volgens Paul Taylor van VN-Habitat beschouwen ook hulporganisaties en donoren de armoede op het platteland vaak ten onrechte als hun voornaamste prioriteit. "Het is geen kwestie van ontwikkeling op het platteland versus stadsontwikkeling", preciseert Taylor. "Ook de boeren varen er wel bij wanneer in de stad de vraag naar landbouwproducten groter wordt." Het rapport haalt daarbij een voorbeeld aan uit Brazilië, waar 17 procent van de armoedereductie tussen 2000 en 2004 het gevolg zou zijn aan migratie van het platteland naar de stad.
 
Taylor zei niet te geloven dat de aanleg van stukken land met basisinfrastructuur in de stad de jonge en actieve plattelandsbevolking zal weglokken, zodat er in rurale gebieden alleen ouderen, zieken en armen overblijven. "De meeste mensen trekken naar de stad omdat ze denken er een betere baan te vinden", zei Taylor. "Bovendien sturen de stadsmigranten veel geld terug naar hun dorp."

Reacties