Arme landen optimistischer dan rijke landen

27-07-2007
Door: Jim Lobe
Bron: OneWorld/IPS

Uit het onderzoek in 47 landen blijkt dat een meerderheid van de ondervraagden in Noord-Amerika, West-Europa en Japan gelooft dat de volgende generatie in hun landen slechter af zal zijn dan de huidige. Vier op de vijf Fransen, bijna drie van de vier Duitsers en zeven op de tien Japanners denkt dat. In ontwikkelingslanden geldt voor 21 van de 30 landen dat een meerderheid van de bevolking, oplopend tot 86 procent, verwacht dat de kinderen van nu beter af zullen zijn dan hun ouders. Voor het onderzoek werden in april en mei 45.000 enquêtes afgenomen.
 
De volgende generatie is beter af.

Optimitisch

China is koploper wat optimisme betreft. Daar verwacht 86 procent van de respondenten een beter leven voor hun kinderen. Ook in de rest van Azië en in Afrika bezuiden de Sahara zijn de mensen opvallend optimistisch. Van de vijftien Aziatische en Afrikaanse landen die onderzocht werden, bleek dat alleen in Uganda en Tanzania een meerderheid van de bevolking denkt dat de volgende generatie slechter af is. In Latijns-Amerika en de Arabische wereld zijn de meningen meer verdeeld. Van de Latijns-Amerikanen zijn de Chilenen het meest optimistisch. Tweeënzestig procent verwacht een betere toekomst voor de jongste generatie en 25 procent verwacht een slechtere toekomst. In Brazilië is dat bijna andersom: 28 procent ziet de toekomst rooskleurig in en 64 procent verwacht een verslechtering. Onder Arabieren zijn Marokkanen veruit het meest optimistisch: 67 procent ziet de toekomst positief in en slechts 13 procent negatief. Onder Palestijnen in de bezette gebieden verwacht 18 procent een beter leven in de toekomst, terwijl 44 procent een verslechtering verwacht.
 

Economische groei

GAP hield vijf jaar geleden een soortgelijk onderzoek. Het nieuwe onderzoek laat zien dat mensen in landen die de afgelopen vijf jaar een sterke economische groei kenden, positiever zijn over hun leven, gezin, inkomen en de algemene toestand van hun land dan vijf jaar geleden. Dat was bijvoorbeeld het geval in veel Latijns-Amerikaanse landen, in Midden en Oost-Europa en in mindere mate in Azië. Ook zijn mensen in deze regio's positiever dan mensen in landen waar de groei langzamer ging of gelijk bleef.
 

Ontervreden overleven

Hoewel Afrikanen in het algemeen het meest optimistisch zijn over de toekomst, bleken ze van alle ondervraagde regionale groepen het minst tevreden te zijn met hun leven en werk. Afrikanen noemen aids en andere zieken als 'een heel groot probleem' in hun landen. Misdaad is de dominante kwestie in Latijns-Amerika en in een aantal Afrikaanse en Aziatische landen, in het bijzonder Zuid-Afrika, Bangladesh en Pakistan. Allemaal landen met een omvangrijke stedelijke bevolking. Terrorisme werd ook vaak genoemd als probleem. Meer dan 70 procent van de ondervraagden in Marokko, Bangladesh, Libanon, Pakistan, Italië, India en Turkije noemde terrorisme een groot probleem. Een ongeveer even groot aantal respondenten in Nigeria, Tsjechië, Bangladesh, Argentinië, Indonesië, Libanon en Peru noemde corruptie onder politieke leiders een groot probleem.
 

Minimum

Hoewel de tevredenheid duidelijk toenam in arme landen met een sterke economische groei, bleek dat grote aantallen mensen in ontwikkelingslanden het afgelopen jaar niet eens in staat waren een minimum aan etenswaren, kleding of medische zorg te betalen.
In West-Europa en de VS gaf respectievelijk 3 en 10 procent van de respondenten aan dat er gedurende het afgelopen jaar tijden waren dat ze zich een van die drie dingen niet konden veroorloven. Bij Midden- en Oost-Europeanen gold dat voor 25 procent, bij de Latijns-Amerikanen voor 30 procent en bij de Afrikanen voor 32 procent.

Reacties