Dit artikel maakt deel uit van de serie ‘2015: The future we want’ die OneWorld in 2013 initieerde.    

Voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk neemt geen blad voor de mond in zijn kritiek op het huidige ontwikkelingsbeleid. Hij pleit tegen de neoliberale focus van de internationale gemeenschap: “Alle mensen die roepen dat ontwikkeling via de markt moet, vergissen zich volledig.”

Oud-politicus Jan Pronk heeft aan een halve vraag genoeg voor een gepassioneerd pleidooi voor ander ontwikkelingsbeleid. Hij steekt zijn kritiek op de huidige politieke agenda ook niet onder stoelen of banken. Maar, zo kritisch als hij is over de politieke stappen van nu, zo enthousiast is hij over die van de jaren ’90. De millenniumdoelen, waar hij als minister nauw bij betrokken was, draagt hij nog steeds een warm hart toe. “De millenniumwisseling had een bijna mythische bijklank. De toen wereldwijd aangenomen Millenniumverklaring is een van de mooiste politieke documenten die ooit uit internationaal onderhandelingsproces voortgekomen is.”

Dat het de wereldgemeenschap niet gaat lukken om in 2015 al die millenniumdoelen te realiseren, is een besef dat langzaam maar zeker begint door te dringen. Maar dat is volgens Pronk zeker geen reden om een punt achter de in 2000 overeengekomen millenniumdoelenagenda te zetten: “Kijk, het is nu niet meer mogelijk om binnen twee jaar al die doelen te gaan halen. Ik roep al sinds 2007 dat er intensiever beleid gevoerd moet worden om toch, land voor land en jaar na jaar, zoveel mogelijk doelen te realiseren. En daar moeten we na 2015 gewoon mee doorgaan.”

Jan Pronk was als minister van Ontwikkelingssamenwerking in de jaren negentig betrokken bij de eerste aanloop naar de Millenniumtop in september 2000 die uiteindelijk de basis vormde voor de latere millenniumdoelen. De voormalige politicus bekleedt tegenwoordig een positie aan het Institute for Social Studies in Den Haag.

Klaroenstoot
De internationale gemeenschap heeft in de zomer van 2012, tijdens de Rio +20 conferentie in Brazilië, uitgesproken om na het verstrijken van de millenniumdoelentermijn een nieuwe lijst van duurzaamheidsdoelen (SDG’s) te formuleren. Dat betekent niet dat we de millenniumdoelen bij het grofvuil moeten zetten, vindt Pronk: “De Millenniumverklaring was een klaroenstoot van urgentie, de slotverklaring van de topontmoeting in Rio een doods document. Om nu weer een heel nieuwe set van doelstellingen te gaan formuleren is wat mij betreft een vlucht naar voren.”

Het gevaar van een volledig nieuwe set doelen ligt volgens Pronk in het feit dat het goed mogelijk is dat weer een nieuwe onderhandelingsronde niet meer zal opleveren dan een tandeloos compromis. We moeten ons niet blindstaren op het aflopen van de millenniumdoelentermijn in 2015, zegt hij: “Belangrijker dan de doelen zelf is de manier waarop je ze wil verwezenlijken. De wereld verandert, maar de beginselen blijven hetzelfde: het terugbrengen van armoede en het zekerstellen van een duurzame toekomst. Daarom kwamen we vroeger in het geweer tegen kernwapens en zijn we nu bezig met het redden van de biodiversiteit.”

Eenzijdige focus
Naast een beginselprogramma vormen de millenniumdoelen ook een goed instrument om te volgen hoe het gaat met een land. Maar Pronk is kritisch op een overdreven cijfermatige benadering van de doelen: “Cijfers kunnen de werkelijkheid vertekenen. Ik geloof de cijfers van de Wereldbank over de verlaging van armoede niet. Vaak kloppen cijfers niet omdat de gehanteerde armoedefinities te ver afstaat van de armoedebeleving van de mensen zelf. Politici zijn altijd geneigd hun performance mooier voor te stellen dan die in werkelijkheid is.”

Belangrijker dan een eenzijdige focus op cijfers is het om na te denken over waarom er  nog steeds armoede bestaat, filosofeert de voormalig staatsman in zijn Haagse werkkamer. De redenen waarom er wel of geen successen worden geboekt kunnen per land sterk uiteenlopen. Maar het is het overkoepelende politieke discours dat volgens Pronk de afgelopen jaren heeft geleid tot ideologische tunnelvisie: “Door overal te focussen op marktwerking verloochen je in wezen je ware doeleinden. Wat je momenteel ziet gebeuren is een toename in ongelijkheid en meer schending van mensenrechten, ook in sociaaleconomische zin. Alles wat via de markt loopt komt over het algemeen ten goede aan diegenen die al op die markt zitten en die zich daarop al een behoorlijke positie hebben verworven, niet aan de echte arme onderklasse die door de markt gemarginaliseerd wordt. Grote ondernemingen als Shell of het internationale bankwezen zullen nooit uit zichzelf sociaal verantwoord gaan ondernemen. De leuke jonge mensen die dat wel willen zijn maar een klein onderdeeltje van het wereldkapitalisme. Als je armoede echt wil bestrijden heb je een sterke publieke sector nodig.”

Griekenland
Het globaliseringsproces is ondertussen gecompleteerd, zegt Pronk. De ultieme consequentie daarvan is dat iedereen ter wereld aanspraak zou moeten kunnen maken op gelijke rechten om te delen in de wereldwijde welvaart. Om dat op termijn te kunnen garanderen zijn de Millenniumdoelen geformuleerd. Maar er is volgens Pronk een belangrijk aspect aan die doelen dat over het hoofd gezien wordt: “De millenniumdoelen gelden ook voor ons, voor het Westen. Alleen leggen wij nooit verantwoording af. Als wij Griekenland beleid opleggen dat mensen armer maakt, dan schenden wij die millenniumverplichting. Dat heeft te maken met de opkomst van de neoliberale ideologie die zich puur op de markt richt. Die ideologie zegt dat we door de zure appel heen moeten bijten om vervolgens weer verder te groeien. Maar dat is in wezen oud denken, want groei leidt niet automatisch tot ontwikkeling. Die groepen die door de markt uitgesloten worden groeien niet automatisch mee, je zult daarvoor gericht beleid moeten voeren. Dat zoiets niet gebeurt heeft te maken met een gebrekkig functionerende democratie, want diegenen die de beslissingen nemen behoren in sociaaleconomisch opzicht zelf al tot de top.”

Gelijke rechten
Het heersende neoliberale beleid is verre van adequaat om de problemen van de wereld  op te lossen en er is veel te weinig verzet tegen dat gegeven, zegt Pronk: “Ik maak me daar grote zorgen over. Er is een soort wereldmiddenklasse ontstaan van mensen die net genoeg profiteren van het globale systeem om allemaal op dezelfde manier te denken. Maar er zijn genoeg groepen die de welvaart niet bereikt. Er zijn illegale vluchtelingen in Nederland, gepensioneerden in Cyprus die de klappen van de bezuinigingen opvangen of migranten die weg willen vluchten uit Senegal. Die worden allemaal niet gehoord omdat het debat volledig is doodgeslagen. Mensen voelen wel dat er iets niet klopt in de wereld maar niemand weet dit om te zetten in actie.”

De in de millenniumverklaring uitgewerkte voornemens zijn volgens Pronk dan ook van groot belang om als leidraad te gelden voor breder beleid dat moet leiden tot een rechtvaardigere wereld: “ We hebben in 2000 natuurlijk niet gezegd dat we maar de helft van het probleem gaan oplossen, want dan hou je alsnog een heleboel armen over op de wereld. We hebben beloofd dat armoede het allergrootste probleem is en dat we dat gaan aanpakken. In elk land zijn er specifieke groepen voor wie het lastig is om bijvoorbeeld toegang tot gezondheidszorg te krijgen. Daar moet je je op richten als internationale gemeenschap. Gelijke rechten voor iedereen en wel zo gauw mogelijk, dat is de kern. Daarvoor zal je moeten betalen, moeten herstructureren en moeten samenwerken. Dat staat allemaal omschreven in de millenniumdoelen van 2000, dus dat moet uitgangspunt van beleid zijn en blijven.”
 

hans

Over de auteur

Hans Wetzels is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft onder andere voor De Groene Amsterdammer, Het Parool en NRC …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief