Vanaf het begin van de jaren '90 kwamen de eerste migrantenstromen van Afghanistan naar Nederland op gang. Door burgeroorlogen na de val van het communistische regime en bloedbaden aangericht door de Taliban vluchtten veel Afghanen naar Europa. Veel Afghanen in Nederland zijn getekend en getraumatiseerd door deze gebeurtenissen. De strijd die in Afghanistan werd gevoerd en de spanningen tussen bevolkingsgroepen onderling, is in Nederland niet zomaar in rook opgegaan. Het wantrouwen onder Afghanen in Nederland is nog altijd groot.

Sommige Afghaanse migrantenorganisaties hebben in hun reglement opgenomen dat er niet over de Afghaanse politiek wordt gepraat

Waar iemand vandaan komt, welke religieuze overtuiging en politieke voorkeur iemand heeft: het zijn onderwerpen die vaak pijnpunten van het verleden naar boven halen. Om te voorkomen dat mensen elkaar in de haren vliegen hebben sommige Afghaanse migrantenorganisaties zelfs in hun reglement opgenomen dat bij hen niet over de Afghaanse politiek wordt gepraat.

Schuldgevoel bij kopen van een auto
Ook al heeft een onstuimig verleden in Afghanistan voor diepe littekens gezorgd, veel leden van migrantenorganisaties willen hun steentje bijdragen aan de ontwikkeling van Afghanistan. Veel migranten hebben het gevoel dat zij geluk hebben om in Nederland onderwijs te kunnen volgen of te kunnen werken, en kampen met een daaropvolgend schuldgevoel. Dat ze nu bijvoorbeeld een auto kunnen kopen of ontspannen op een terras kunnen zitten, geeft bij velen het gevoel dat zij iets terug 'moeten' doen voor Afghanistan. Het bouwen van wegen, het ondersteunen van scholen en het uitgeven van voedselpakketten in Afghanistan staan vaak op de wensenlijst.

Migranten en migrantenorganisaties kunnen doeltreffende ontwikkelingsprojecten in het land van herkomst opzetten. Ze beschikken immers over kennis van de cultuur, het land en ze spreken de taal. Migrantenorganisaties hebben nog een bijkomend voordeel: zij kunnen gemakkelijker dan individuen subsidies binnenhalen om projecten op te zetten. Dit komt onder andere doordat ze zichtbaarder zijn voor overheden en ze met hun leden krachten kunnen bundelen door bijvoorbeeld geld of goederen in te zamelen.

Er worden trainingen aangeboden in het opzetten van bedrijfjes zodat zij, wanneer ze remigreren, een bedrijfje kunnen starten

Terugkeren?
De mogelijkheden die migranten kunnen bieden bij ontwikkelingssamenwerking worden ook gezien door de Nederlandse overheid. Daarbij ligt de focus vooral op remigratie: migranten die terugkeren naar het land van herkomst. Zo worden er vanuit de overheid trainingen aan migranten aangeboden in het opzetten van bedrijfjes zodat zij, wanneer ze remigreren, een bedrijfje kunnen starten of hun kennis over kunnen dragen. Deze manier van ontwikkelingssamenwerking wordt ook door enkele Afghaanse migrantenorganisaties aangemoedigd. De kennis die Afghaanse ingenieurs of artsen in Nederland hebben opgedaan zien zij als cruciaal om Afghanistan verder te ontwikkelen.

Sommige migranten willen wel  terugkeren, maar vrezen voor hun veiligheid. Zo zat één van de geïnterviewden 6,5 jaar in de gevangenis in Afghanistan omdat hij zich tegen het communistische regime keerde. Als hij nu zou terugkeren is er geen garantie dat het voor hem veilig is. 

Het opzetten van projecten wordt belemmerd door de onveilige situatie

Niet alleen terugkeren naar het herkomstland, ook het opzetten van projecten wordt belemmerd door de onveilige situatie. Zo vertelt een Afghaanse migrant, werkzaam bij Rijkswaterstaat, dat hij graag een weg zou bouwen, maar dat hij daar nu niet aan zou beginnen: “Zolang het onveilig is in Afghanistan wil ik niet het risico lopen veel tijd in een project te investeren zonder de zekerheid te hebben dat de weg voor een lange tijd zal bestaan.”

Geld inzamelen onbegonnen werk
Het onstuimige verleden zorgt voor zowel wantrouwen onder Afghanen in Nederland, als voor een gebrek aan vertrouwen in Afghanistan. Zo wordt er nauwelijks geld ingezameld onder de Afghaanse gemeenschap voor projecten in Afghanistan. De kans dat het geld in goede handen terechtkomt is volgens veel geïnterviewden klein. Iemand verwoordt dit als volgt: “De overheid is corrupt, net zoals de mensen in Afghanistan die ons willen helpen bij de projecten. Mensen zijn er arm, gierig en willen er zelf hun slaatje uit slaan.”

Om er zeker van te zijn dat het geld goed wordt besteed sturen Afghanen liever geld naar familieleden die in Afghanistan wonen

In plaats van geld te sturen naar ontwikkelingsprojecten in Afghanistan, sturen Afghaanse migranten liever geld naar familieleden die in Afghanistan wonen. Zo zijn ze er zeker van dat het geld goed wordt besteed. Familieleden gebruiken het geld vaak voor hun eigen behoeften, maar in sommige gevallen gaat de familie ook op zoek naar armen in Afghanistan om het geld aan door te geven. Op die manier is het geld niet alleen nuttig voor de familie maar ook voor de omgeving.

De succesformule: het actief betrekken van mensen bij de projecten én een intensieve samenwerking met een zelfhulporganisatie in Afghanistan

Succesformule: netwerk en zelfhulporganisatie
De betrokkenheid van Afghaanse migrantenorganisaties bij grootschalige projecten blijft vooralsnog uit. Een onveilige situatie en wantrouwen vormen hierbij de grootste obstakels. Toch is er één uitzondering; een van de migrantenorganisaties zet succesvolle grootschalige en langdurige projecten op. De succesformule: het actief betrekken van het eigen netwerk en de leden van de migrantenorganisatie bij de projecten in combinatie met een intensieve samenwerking met een zelfhulporganisatie in Afghanistan.

Door leden van de migrantenorganisatie in een vroeg stadium bij een ontwikkelingsproject te betrekken is het makkelijker hen te overtuigen dat het project in goede handen is en bij de juiste mensen terechtkomt. En bovenal is samenwerking met een zelfhulporganisatie ter plaatse cruciaal voor uitvoerende taken en het houden van toezicht op het project. Het scheppen van vertrouwen bij Afghaanse migranten moet daarin centraal staan en vormt de basis voor een rol voor Afghaanse migrantenorganisaties in ontwikkelingssamenwerking.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Lida Daniëls is stagiair bij Kaleidos Research, het onderzoeksbureau op het terrein van mondiale vraagstukken. Onlangs rondde ze haar …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief