Na de eerste verkwikkende winterse regenbuien is de verzengende hitte van de afgelopen zes maanden eindelijk voorbij. Maar denk nu niet dat je buiten van prachtige herfstkleuren en frisse geuren kunt genieten. We wachten met een een wandeling totdat alle vuilnisbranden in onze straten zijn uitgewoed. De rooklucht brandt in je ogen en in je longen. Je huid gaat er van jeuken. Wonen we in een achterbuurt? Helemaal niet. In mijn wijk wonen de rijkste mensen van Islamabad in grote villa’s met gemiddeld vijf auto’s voor de deur.

Maar die bemiddelde, hoog opgeleide Pakistanen en hun personeel zijn te beroerd om hun afval naar de dichtstbijzijnde container – tweehonderd meter verderop – te brengen. Om de hoek ligt een rivier met een grasveldje waar de chowkidaar, de particuliere beveiligers, het huisvuil in de fik steken. Ik vraag ze regelmatig daarmee op te houden. Ze lachen me uit. Mijn buren interesseert het niet. Heel vaak liggen de plastic zakken met vuilnis letterlijk bij ze voor de deur. Vanuit hun geblindeerde ramen zien ze de troep niet. Zij komen niet verder dan hun ‘schone’ auto’s, kantoren en villa’s met air conditioning. Kinderen van rijke ouders spelen niet buiten.

Ze lachen me uit. Mijn buren interesseert het niet.

Islamabad ligt langs de uitlopers van de Himalaya. De inwoners vinden dat ze in de schoonste stad van de wereld leven, en wijzen naar de bergen met de blauwe lucht erboven. “De lucht is niet langer blauw. Smog heeft zijn intrede gedaan door de vuilverbranding en de industriewijk die illegaal aan de andere kant van de stad tegen woonwijken is aangebouwd”, vertelt eco-ondernemer Asif.

Hij neemt me mee naar de industriewijk: ik wist niet eens dat die bestond. “Bijna geen inwoner weet dat deze smerige oude fabrieken zowat in de stad liggen. Volgens de internationale standaard moeten ze filters op hun rookpijpen hebben. Niemand heeft die. Dat bespaart ze electriciteit. Maar ze maken ons ziek”, zegt hij boos. Vanaf het dak zie je door de vuile lucht geen berg meer liggen.

De Pakistaanse regering sluit volgens Asif de ogen. “Herinner je nog die klimaatconferentie in Parijs? Onze regering kwam met een rapport van nog geen twintig velletjes met daarin amper een aanbeveling of conclusie. Wel werd gesteld dat Pakistan niet bij de meest vervuilende landen hoorde. Het grote probleem is dat de rijke industriëlen zitten in het parlement. Die zijn uit op zoveel mogelijk winst. Ze zien geen nut in milieubesparende investeringen.”

 

Lahore_Smog_05_November_2016
Smog in Lahore Beeld door: Foxnews

Het zijn niet alleen mensen uit midden- of hoge klassen die sterven aan de gevolgen van luchtvervuiling. Op het platteland gaan mensen dood door de vieze lucht binnenshuis. De meeste huishoudens zijn niet aangesloten op gas of electriciteit. Ze koken op hout en gedroogde koeienpoep. Volgens het medische tijdschrift The Lancet veroorzaakt luchtvervuiling hartziekten, hersenbloedingen, longkanker en huidziekten. Wereldwijd sterven 9 miljoen mensen jaarlijks aan de gevolgen ervan; in Pakistan ligt het aantal nu al op rond de 135.000 doden per jaar.

Toch weet het stadsbestuur heus wel hoe het huisvuil opgehaald dient te worden. Toen we net in deze – toen nog groene – wijk kwamen wonen, reed iedere dag de gele wagen van de vuilnisophaaldienst voorbij. Met een eigenwijs toetertje werden de bewoners gewaarschuwd. Als extra service belden de vuilnismannen overal aan. Eerst werd aan de linkerkant van de straat het huisvuil opgehaald. Daarna was de andere kant aan de beurt. Iedereen had ruimschoots de tijd om zijn emmertje klaar te zetten. Bij de bezuinigingen werd de vuilnisophaaldienst als eerste geschrapt. Straatvegers met kruiwagens zouden hun taak hebben overgenomen.

Ik zie ze ’s ochtends vroeg met elkaar kletsen wanneer ik met onze hond wandel. Ze halen alles uit de containers wat nog bruikbaar is, vegen alleen daar waar ze van de bewoners extra geld krijgen toegestopt, en verdwijnen daarna voor de rest van de dag. Voor dag en dauw breng ik nu zelf ons huisvuil naar een van de uitpuilende containers waar de straatvegers, samen met de armen van de stad, in zitten te graaien. Wat ze niet kunnen gebruiken, gooien ze op de grond. Het terrein rond de container ziet er in de vroege ochtend uit als een slagveld. Dikke zwarte kraaien doen zich er tegoed.

Asif geeft gelukkig zijn strijd tegen de vervuilers niet op. Hij heeft wel zijn strategie veranderd: hij bezoekt niet langer politici of beleidsmakers. Hij richt zich nu op de jonge generatie Pakistanen. Met een zelf ontworpen milieubus rijdt hij door Pakistan om scholen te bezoeken. “Je kunt kinderen liefde voor de natuur bijbrengen.” Volwassen, waaronder politici en ‘nietsnutterige’ internationale NGO’s negeert hij. “Ik verspil mijn tijd niet langer aan hen.” Hij staat stil voor een school. “Pakistanen zijn materialistisch en hebben geen enkel milieubesef.” Uit een voorbijrijdende auto mietert de bestuurder een zak vol afval op straat. Asif raapt de zak op en rent ermee achter de auto aan. “Als de auto was gestopt, zou ik de zak hebben teruggegeven met de opmerking: ‘Mijnheer, u hebt iets verloren, alstublieft!’” Zijn milieu-activisme betaalt hij uit zijn eigen onderneming, die zonnepanelen, besparende lampen en energiezuinige sneeuwscoters verkoopt. Hij weigert principieel iedere donatie.

Islamabad wordt nooit meer die groene stad. Samen met steun van de kinderen kan Asif slechts de schade beperken.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief