Meer dan de helft van de bevolking in Noord-Kivu is getraumatiseerd vanwege de gewelddadige geschiedenis van de provincie. In het dagelijkse leven merk je er weinig van, maar geweld is een geïntegreerd onderdeel in het leven hier. Zoals de jongen die werkt in het restaurantje van zijn ouders in Lubero, en weggehaald is bij zijn familie om een tijd kindsoldaat te zijn. Nu is hij terug, met duidelijke psychosociale problemen. Of een kennis van me, een vrolijke man, die vertelde hoe in 2003 een neef voor zijn ogen werd neergeschoten. Ik realiseer me dat de meerderheid van de mensen hier met een vergelijkbare ballast rondloopt, terwijl de geschiedenis zich nu herhaalt.

Met dezelfde kennis sprak ik vorige week over de situatie in zijn land. “Waarom worden mensen verkracht en vermoord?” vroeg hij zich hoofdschuddend af. “Mensen die zichzelf niet kunnen verdedigen en niet begrijpen waarom dit gebeurt?” Ik vroeg hem naar zijn eigen antwoord op die vraag. “Er zijn mensen van buitenaf die zeggen dat we in vrede met Rwanda moeten leven, maar zij begrijpen niet dat we hier niet in vrede kunnen leven. Handelaren komen vanuit Rwanda met een jeep aanrijden, vullen hem met goud, tin of diamanten en rijden de grens over. Soms vertrekken ze met wagens vol grond, om die in Rwanda uit te zoeken. Rwanda is wereldwijd één van de grootste exporteurs van tin, terwijl die grondstof niet eens te vinden is in hun eigen land. De internationale gemeenschap zou druk uit moeten oefenen om dit te stoppen. Ik zou graag willen dat het geweld stopt, maar daarvoor zal Rwanda, maar ook de internationale gemeenschap moeten veranderen. Tot op heden blijft men de grondstoffen van Rwanda kopen.”

Mijn kennis beschreef een van de oorzaken van het conflict in Oost-Congo; de aanwezigheid van mineralen. Tegelijk legde hij een verbinding met onze verantwoordelijkheid als ‘rijke landen’. Als ik naar ZOA’s projectgebied rijd, passeren we de mijnen waar mensen voor een hongerloon goud uit de grond halen. De grondstoffen uit Congo gebruiken u en ik dagelijks, zoals coltan dat in onze telefoons, iPods en computers wordt verwerkt. Zolang deze producten ongelimiteerd en voor de bestaande prijzen gekocht blijven worden, blijft de (illegale) handel in, en gewapende conflicten over grondstoffen in Noord-Kivu bestaan. En blijven ook de Congolezen in de mijnen werken zonder dat ze iets van de enorme winsten terugzien in een redelijk salaris of fatsoenlijke overheidsdiensten.

Veel mensen in de kleine dorpen in Noord-Kivu hebben geen weet van het internationale spel om macht en geld. Wel weten zij hoe het is om te leven met de trauma’s van geweld, plunderingen en verkrachtingen. Ik ben ervan overtuigd dat we allemaal onze eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen in dit deel van de problematiek in Congo. Hoeveel zijn we bereid te betalen voor producten waarin grondstoffen zijn verwerkt uit een regio zoals Noord-Kivu? Ook als consument kunnen we een kleine bijdrage leveren om te voorkomen dat de kinderen van mijn  kennis – die volgens hem al gewend zijn aan de dreiging van oorlog – moeten leven in de schaduw van oorlog en dood.

Ilse Hartog – Boerman werkt voor ZOA in Butembo, Congo, zo’n 250 kilometer ten noorden van Goma.

Foto: (cc)

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief