Rechttoe-rechtaan: grote rampen zijn nooit een probleem. De Tsunami, de aardbeving in Haïti, de orkaan Hayan in de Filippijnen, zijn simpel. De dag na de ramp, als de eerste rapporten binnenkomen over de omvang van de ramp, vindt ook het eerste overleg plaats van het SHO-bestuur. Meestal is het dan al duidelijk dat er een nationale hulpactie komt. Telefonisch vergaderen is in feite niet meer dan een formaliteit om te bevestigen wat iedereen binnen de eigen organisatie al heeft vastgesteld: dit is reden voor een nationale actie.

Maar er zijn ook minder duidelijke rampen, waarvoor ‘het nog even aankijken’ geldt of die niet tot een nationale actie leiden. Zo waren er een aantal jaren geleden grote overstromingen in India, Bangladesh en Vietnam. We zagen het, maar de actie bleef hangen op de drempel. Flinke verwoestingen en duizenden doden, maar tot een nationale actie kwam het niet. Dat geldt ook voor de sluipende honger in de Sahel in 2013.

En dan heb je de rampen, waarvan je voelt dat ze groot zijn, maar het de vraag is of een nationale actie wel aan de orde is en wanneer het beste moment is. De Syrië-actie in april 2013 was er zo één. Alle hulporganisaties waren actief in het land. Iedereen was geraakt door de enorme aantallen doden en de schade. Reden om tussen de zomer van 2012 en het voorjaar van 2013 regelmatig te spreken over een mogelijke nationale actie. Uiteindelijk kwam die er. Maar de honderdduizend doden en enorme verwoestingen in Syrië leverden een fractie op van de actie voor de 2004 tsunami die 200.000 dodelijke slachtoffers telde.

Nu, met Ebola, is het beeld lange tijd bepaald door de zorg van ‘de mensen in witte pakken’. Dat maakte de bedreigende component van de ziekte goed zichtbaar en plaatste ebola sterk in een medisch kader.  Want de zorg van ebola-patiënten en doden is, zoals ik eerder schreef, een zwaar geprotocolleerd werk dat vooral door specialistische organisaties moet worden gedaan. Niet voor niets vallen veel  vrijwillig aangemelde hulpverleners af bij de selectie.

Gaandeweg is nu duidelijk geworden wat de impact van dit virus is op de samenlevingen van Sierra Leone, Liberia en Guinee. De berichten in de media  beperken zich hoofdzakelijk  tot de aantallen geïnfecteerden en overleden mensen. Met 14.000 geïnfecteerden en 7000 doden op een bevolking van twinitig miljoen, het totaal aantal inwoners in de drie getroffen landen. Ebola lijkt dus 1 op de 1500 burgers in het gebied te raken. Maar dat is incorrect: inmiddels is duidelijk dat hele samenlevingen zijn ontwricht en de ziekte dus 20 miljoen mensen treft. Als malaria-patiënten en zwangere vrouwen niet meer naar het ziekenhuis durven uit angst voor besmetting en als scholen sluiten om geen haard van besmetting te worden, dan raakt de ebola-ziekte iedereen. Dan krijgt het een andere dimensie.  Die impact van ebola werd na de zomer zichtbaar omdat het openbare leven in deze landen steeds meer ging stokken. Van een ziekte werd ebola een ramp.

Toen kwam de vraag naar een actie steeds nadrukkelijker op tafel. Met het SHO-bestuur lopen we de vragen af die we onszelf altijd stellen: is het een grote ramp met veel slachtoffers? Leeft het onder de Nederlandse bevolking? Is er voldoende publieke aandacht  via de media? En kunnen we als hulporganisaties de ingezamelde gelden goed besteden? Inmiddels kunnen we die vragen positief beantwoorden. Al kun je de vraag of het voldoende leeft onder de Nederlandse bevolking pas definitief beantwoorden in de actie zelf. The proof of the pudding is in the eating of it.

De start van de nationale hulpactie betekent niet dat de tien SHO-organisaties nu pas iets gaan doen. De meesten zijn al enkele maanden bezig. We vinden het nu verantwoord en nodig om op grotere schaal te mobiliseren: als hele samenlevingen daar getroffen zijn, is het mobiliseren van de hele samenleving hier passend.

Besluiten over nationale acties zijn soms simpel en voor de hand liggend, maar vaker een proces van wikken en wegen, van aanvoelen en interpreteren. Ook is het een afweging tussen de passie van de hulpverlener en het nuchtere besef dat niet alles wat we als hulpverleners belangrijk vinden ook een nationale actie rechtvaardigt. De uitkomst van die afweging staat nooit bij voorbaat vast.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

René Grotenhuis was tien jaar directeur van ontwikkelingsorganisatie Cordaid. Op dit moment is hij onder meer voorzitter van de …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief