Scène: jochie, jaar of acht oud, ligt vredig te slapen op een mat voor de deur van zijn huis. Oudere jongen, dertien jaar misschien, arriveert. Hij trapt een paar keer hard in de rug van het slapende kind. Als die niet meteen ontwaakt volgen een paar petsen op het hoofd. Met tegenzin wordt het jochie half wakker, hij wil niet. Zachtjes begint hij te huilen. De oudere jongen knijpt hem hard in zijn neus en sleurt hem mee het huis in. Enkele volwassenen die het hele tafereel van begin tot eind hebben gadegeslagen verroeren geen vin.

Voor een muziekfestival ben ik een weekend in het noord-Senegalese dorp Mboumba. Wat me daar enorm opvalt is de onwaarschijnlijk hardhandige manier waarop kinderen er met elkaar omgaan.

Nog een voorbeeld: op een avond zit ik met reisgenote Anna op een binnenplaats te genieten van de invallende duisternis. Zoals gewoonlijk zijn we in een wip omringd door trossen kinderen. Geduw, getrek, geschreeuw. De kinderen zijn vooral gefascineerd door ons Westerse hoofdhaar. Allemaal willen ze het aanraken. Dat betekent in deze context: er hard aan trekken. Meermaals probeer ik de kinderen bij te brengen hoe ze mijn haar zacht aan kunnen raken. Geen resultaat. Hard trekken blijft de voorkeur genieten.

De verklaring voor de kinderlijke ruwheid ligt (zoals dat waarschijnlijk geldt voor alle gedrag) denk ik bij de volwassenen die voor hen zorgen. Het gebruik van fysiek geweld is hier normaal. De leraar van een school die we bezoeken houdt zijn kinderen in toom met een kleine zweep. Moeders hanteren hun kinderen als waren het zakken aardappels. De organisator van het festival houdt tijdens concerten de hordes dolenthousiaste kinderen – die elkaar non-stop opzij duwen, trekken en slaan om alles beter te kunnen zien – op afstand met klappen van zijn leren broekriem.

Toen ik vier maanden geleden aankwam in Senegal was ik verbaasd over de directe, soms ronduit botte manier waarop mensen me benaderden. Porren met wijsvingers in gesprekken. Vragen verpakken als bevelen. Onderhandelen met intimiderend vooruit gestoken nek. Ik ben zelfs een keer slaags geraakt met de eigenaar van een guesthouse. In Mboumba zag ik hoe de kiem wordt gelegd voor deze harde mentaliteit. Immers: jong geleerd, oud gedaan.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief