Chique geklede vrouwen op hoge hakken en mannen in batik, de officiële Indonesische dracht, doen zich in de hal van het statige Jakarta Conventie Centrum tegoed bij de talrijke Indonesische snackkraampjes onder plastic klapperbomen. Nergens smaakt de lemper ayam (kip in kleefrijst omwikkeld met bananenbladeren) zo lekker als in Indonesië, beaamt een van de vierduizend Indonesiërs. Vanuit alle hoeken van de wereld zijn ze naar Jakarta overgekomen voor het tweede Indonesische Diaspora Congres.

Het zijn de meest succesvolle Indonesiërs, zoals Iwan Sunito, eigenaar van een constructiebedrijf in Australië en Sehat Sutardja, oprichter van een IT-multinational in de Amerikaanse Silicon Valley. Zebehoren tot de rijkste Indonesiërs in het buitenland. Geen wonder dat president Susilo Bambang Yudhoyono in de congreszaal haamert op hun nationalistisch sentiment, in de hoop dat zijn gefortuneerde landgenoten willen investeren in hun land, waar de munt in een vrije val is geraakt en steeds meer dollars terugvloeien naar Amerika. Geen zakenman zegt het vandaag hardop, maar toch: zolang de Indonesische economie wordt bedreigd door endemische corruptie en toenemend religieus geweld piekert niemand van de Diasporagroep erover een cent in het moederland te investeren.

“Niet alleen financieel kan de Indonesische diaspora een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van onze natie”, stelt Achmad Adhitya (33), die binnenkort als maritiem-deskundige aan de universiteit van Leiden hoopt te promoveren. De hulp gaat volgens hem veel verder. “”Als er geen einde komt aan het kankergezwel van de corruptie, blijft het geld weggooien in een bodemloze put.”

Wil Indonesië, zoals een recent McKinseyrapport voorspelt, in 2025 tot de vijf grootste economieën ter wereld behoren, dan moet er vooral een mentaliteitsverandering in zijn land plaatsvinden. “Van de oude garde, die gevangen zit in het Indonesische bureaucratische en corrupte systeem, valt geen doorbraak meer te verwachten”, stelt Adhitya, een lange, slungelige intellectueel, die vandaag geen tijd heeft voor het eten van snacks. Hij kwam naar het Diaspora Congres in Jakarta met een duidelijke missie; hij probeert zoveel mogelijk goed opgeleide Indonesische jongeren ervan te overtuigen dat ze over de hele wereld Indonesische netwerken dienen op te bouwen en informatie met elkaar moeten uitwisselen. “Over zeventien jaar moet Indonesië die economische wereldmacht al zijn. In mijn generatie bevinden zich de toekomstige leiders, de ministers, beleidsmakers en presidenten. Wij zijn de gouden jeugd. We moeten elkaar daarom nu al leren kennen”, klinkt het vastberaden uit de mond van Adhitya. Hij lijkt sprekend op de populaire gouverneur van Jakarta Joko Widodo. ‘Jokowi’, zoals de Jakartanen hem liefkozend aanspreken, voert net zoals zijn jongere uitgave een aflatende strijd tegen corruptie en ongelijkheid.

Maar de politiek wil Adhitya voorlopig nog niet in, omdat je zonder je handen ‘smerig’ te maken niet ver komt. Hij noemt zichzelf liever een jongerenactivist, die gelooft in onderwijs als sleutel voor ontwikkeling. “Voor goed onderwijs moet je nog steeds naar het buitenland”, stelt de activist, die vorig jaar op het congres in Los Angeles de eerste Indonesische Diaspora Award voor Jongeren ontving, als erkenning voor zijn reizen door Indonesië, waarmee hij jongeren ‘Van Sabang to Merauke’, een van president Soekarno’s populairste leuzen, bewust probeerde te maken van een studie in het buitenland. “Ik wilde Indonesië door mijn eigen ogen zien. Zo ontdekte ik dat veel jongeren nauwelijks toegang hebben tot internet en niets weten van de mogelijkheid een internationale studiebeurs aan te vragen”. 

Achmad Adhitya, die zelf in een eenvoudig middenklasgezin in Lampung op Sumatra opgroeide, kon dankzij een Nederlandse studiebeurs in Leiden aan de bak. “Een juweel van een studie”, volgens hem. Vorig jaar kreeg hij bezoek van de toenmalige prins Willem Alexander nij zijn studieproject over het beschermen van het ecosysteem in de oceaan met zeegras. Adhitya is nog niet gepromoveerd, maar nu al lopen internationale maritieme onderzoekorganisaties aan hem te trekken. Een ding weet hij zeker: als  hij zijn doctoraal op zak heeft, gaat hij terug naar Indonesië. Dat ziet hij als zijn plicht. Niet dat alle opgeleide jongeren volgens hem terug moeten en geen carrière in het buitenland zouden mogen maken. Als patriot heeft hij een nieuwe definitie van nationalisme bedacht. “Je hoeft niet in je eigen land te wonen. Ook van buitenaf kun je bijdragen aan de ontwikkeling.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief