Terwijl de zon onderging en de kammen van de Mitumba bergen rokerig blauw kleurden, zaten moeders stilletjes op een rij op een houten bank voor de verpleegkundigenpost in de kinderafdelingtent. De kinderen die languit in hun schoot lagen waren nieuw opgenomen patiëntjes, te zwak om tegen te stribbelen terwijl de verpleegkundige zich met hoofdlampjes bijschenen om een ader te zoeken om een infuus te prikken.

 

Deze kinderen lijden aan 'ernstige malaria': een combinatie van tekenen en symptomen, labuitslagen (als je die al hebt), en infectie met één bepaald type malariaparasiet, Plasmodium falciparum.* Nadat de parasiet binnen is gedrongen via het boorachtige zuigorgaan van de bloeddorstige vrouwelijke Anopheles mug, vermenigvuldigt de falciparum parasiet zich snel en vermorzelt hij als een microscopische sloopkogel rode bloedcellen – kinderen ademloos achterlatend met ernstige bloedarmoede – en klampt hij zich vast aan bloedvaten in de hersenen en veroorzaakt hij zo stuiptrekkingen, coma, en de dood.

 

Alles draait om tijd – stel de behandeling uit en de parasieten vermenigvuldigen zich vrijelijk en het kind bereikt een punt waarna er geen weg terug is. Lejuif – de dienstdoende verpleegkundige – en ik startten met het kind dat het ziekst eruit zag, de 18-maanden oude Bahati. Zijn voeten waren koud, wat erop wees dat hij in shocktoestand verkeerde. Hij reageerde niet toen we fanatiek over zijn borstkas wreven – hij was in coma – en zijn borstkas bewoog zwaar op en neer. Hij had ernstige ademhalingsproblemen. Zijn hemoglobine, de maatstaf voor hoeveel zuurstof zijn rode bloedcellen konden transporteren, was erg laag. Hij had met spoed een bloedtransfusie nodig.

 

Onder de sterrenhemel renden we met hem van onze tent naar het lage gebouw waarin onze intensivecare-unit (ICU) huist. Met het zuurstofapparaat hielpen we hem ademen terwijl we een infuus aanlegden, gaven anti-malariamedicijnen en regelden een bloedtransfusie.

 

Als een kind een bloedtransfusie nodig heeft, vragen we de familie bloed te doneren. Bahati's moeder was komen lopen vanaf de goudmijnstad Misisie, 15 km over een onverharde, aarden weg, en haar partner was niet met haar meegekomen. Ze was zwanger, en kon daarom geen bloed geven. Er lag geen geschikt bloed in de vriezer van het ziekenhuis. Wilondja, een van de verpleegkundigen, ging terug naar de kinderafdelingstent en wist een van de andere ouders te overtuigen bloed te doneren. Tegelijkertijd waren we met antibiotica gestart omdat we geen methode voorhanden hadden om meningitis of een andere bloedinfectie uit te sluiten, met het oog op het feit dat Bahati de dag ervoor een traditionele behandeling had gehad waarbij zijn huig was weggesneden.

 

De politieke wil en fondsen om muggennetten, insectenspray en medicijnen die zowel malaria genezen als verdere verspreiding van de ziekte hebben al vele kinderlevens gered in Sub-Saharaans Afrika. En nu is er hoop op een vaccin**.

 

Ervaringen in de Kimbi-Lulenge regio lijken het bewijs van het laatste Wereldmalariarapport (2011) van de Wereldgezondheidsorganisatie dat de Democratische Republiek Congo tegen de trend in gaat, te ondersteunen: in plaats van een daling in malaria, juist een stijging. Artsen zonder Grenzen heeft in de eerste 2 maanden van 2012 al 15% meer malariagevallen in Zuid-Kivu behandeld, vergeleken met 2011. Tegelijkertijd staaft ons nieuwe project in Kimbi ook de stelling van de Wereldgezondheidsorganisatie dat een betere toegang tot behandeling ertoe leidt dat het aantal gerapporteerde gevallen in een afgelegen, door de smeulende oorlog nog meer geïsoleerd geraakte, bevolkingsgroep stijgt.

 

In het langer bestaande, en gevestigde, hulpproject van Artsen zonder Grenzen in de stad Baraka, aan de oever van het Tanganyikameer, bedroeg het percentage kinderen van onder de 5 met ernstige malaria 9,3 procent in januari en februari. In Kimbi was dit 25 procent. Het verschil ligt hoogstwaarschijnlijk in tijdige toegang tot gezondheidszorg. Het merendeel van de bevolking in de omgeving rond Baraka kan nu gezondheidsposten bereiken met betrouwbare voorraden van anti-malariamedicijnen. In het afgelegen Kimbi, een project dat pas sinds eind oktober vorig jaar bestaat, moest Artsen zonder Grenzen complexe bevoorradingsproblemen overwinnen. Maar nu zijn we ook gestart met gezondheidsposten, zoals in Misisi, te bevoorraden opdat kinderen als Bahati dichter bij huis een behandeling kunnen krijgen voordat ze zo ontzettend ziek worden.

 

Bahati had een turbulente tijd achter de rug en verkeerde 2 dagen lang, met zo nu en dan stuiptrekkingen, in coma. Zijn naam betekent 'geluk' in Swahili en met de zorg van de verplegende staf in ons provisorische ICU, heeft hij het gehaald. Maar duizenden kinderen in de Congo zullen dit jaar aan malaria, overlijden, een ziekte die zowel te voorkomen als te genezen is.

 

Deze blogpost verscheen eerder op de website van The Guardian. Chris Bird is kinderarts en hulpverlener voor Artsen zonder Grenzen. Hij blogt vanuit een ziekenhuis in Lulimba, een klein stadje in de Democratische Republiek Congo. Voordat hij geneeskunde studeerde, was Chris een journalist die vanuit de voormalige Sovjet-Unie en Joegoslavië verslag uitbracht.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief