Illegale dierenhandel bedreigt de biodiversiteit op aarde, en de sleutel tot het probleem ligt bij lokale gemeenschappen: laat hen delen in de inkomsten uit natuurparken en zij zullen meer geneigd zijn om de dieren te beschermen, zeggen deskundigen op de VN-biodiversiteitstop in Pyeongchang.

Vijf jaar lang verdiende de 33-jarige Maheshwar Basumatary zijn brood met het doden van wilde dieren in het nationale park van Manas, een beschermd tijgerreservaat en werelderfgoedsite op de grens tussen India en Bhutan. Vandaag verzorgt hij ouderloze neushoorn- en luipaardjongen en is hij uitgegroeid tot een symbool van natuurbescherming.

“Lokale gemeenschappen erbij betrekken is doeltreffend gebleken in de strijd tegen stroperij en de smokkel van dierenproducten”, verklaart Maheshwar Dhakal, ecoloog bij het Nepalese ministerie van Milieubescherming. Hij is aanwezig op de twaalfde grote VN-conferentie over biodiversiteit, die momenteel in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Pyeongchang plaatsvindt.

“Vaak ziet de lokale bevolking zich door armoede genoodzaakt om te stropen of stropers te helpen. Daarom moet natuurbescherming gepaard gaan met inkomsten voor de bevolking, bij wijze van stimulans”, aldus Dhakal.

Rebellengroepen
Stroperij en de illegale dierenhandel vormen een universeel gevaar. Ze kunnen niet enkel leiden tot het uitsterven van diersoorten, maar ook tot economische verliezen. Volgens recente cijfers van het Biodiversiteitsverdrag (Convention on Biological Diversity) gaat er in de illegale dierenhandel jaarlijks 200 miljard dollar om.

Bevoegde instanties confisqueren geregeld smokkelwaar in de vorm van huiden en andere lichaamsdelen van dieren zoals krokodillen, slangen, tijgers, olifanten en neushoorns. Het doden van tijgers en neushoorns is een specifiek probleem in Azië, en beide soorten zijn met uitsterven bedreigd.

Een van de grootste jachtterreinen voor stropers is het nationale park van Kaziranga, in het noordoosten van India. Hier leven 2553 Indische neushoorns, twee derde van de totale populatie. Maar in de voorbije 13 jaar zijn er 126 neushoorns gedood, waarvan 21 in 2013 alleen, aldus Rakibul Hussain, minister van Milieu in de Indiase deelstaat Assam.

Er is een directe link tussen illegale dierenhandel en politieke conflicten, zo blijkt uit een rapport van de het VN-Milieuprogramma en Interpol, dat het volume van de illegale handel op jaarlijks 213 miljard dollar raamt. Veel van dit geld helpt rebellengroepen en terroristische bewegingen financieren, en bedreigt zo de veiligheid en duurzame ontwikkeling in heel wat landen, staat in het rapport.

Een andere studie van Chatham House, die in februari verscheen, verwijst naar het voorbeeld van het Verzetsleger van de Heer, de Oegandese rebellengroep, dat olifanten in de Democratische Republiek Congo schiet om de slagtanden met Soedanese soldaten te ruilen voor wapens en munitie.

Verspreiding van ebola
Maadjou Bah is op de VN-biodiversiteitstop aanwezig als delegatielid van het West-Afrikaanse land Guinee, waar in december 2013 ebola uitbrak. Sindsdien duikt het virus ook in buurlanden Liberia en Sierra Leone op, met minstens 4300 doden tot gevolg.

Bah meent dat de illegale jacht en dierenhandel de kans vergroten dat het ebolavirus zich naar andere landen verspreidt. Hoewel de Guineese regering 30 procent van haar bossen ‘beschermd’, zijn de grenzen poreus. De smokkel is een voortdurende bedreiging hier.

Naast primaten zijn grote vleermuizen de natuurlijke dragers van ebola. “Aangezien de handel in vleermuizen deel uitmaakt van de wereldwijde illegale dierenhandel, bestaat het risico dat het virus zich op die manier verder verspreidt”, verklaart Anne-Helene Prieur Richard, directeur van de onderzoeksinstelling Diversitas in Parijs.

Beter afdwingen
Aanhoudende stroperij is grotendeels het gevolg van trage vervolging, stelt Braullio Ferreira de Souza Dias, uitvoerend secretaris van het VN-Biodiversiteitsverdrag. “Het afdwingen van natuurbescherming moet een prioriteit zijn voor de regeringen.”

Dat kan onder andere met getraind en uitgerust personeel. Boswachters bijvoorbeeld, moeten de middelen krijgen, technisch en financieel gesproken, om misdaad te verhinderen.

Ook de Nepalese ecoloog Dhakal pleit voor meer capaciteit voor ordehandhaving. “Ik bedoel niet alleen dat het personeel meer workshops moet bijwonen. Het gaat ook om wapens, instrumenten, technologie. Want als de parkwachters geen bewijsmateriaal kunnen verzamelen, is er ook geen veroordeling mogelijk.”

In sommige gevallen liggen de oplossingen voor de hand. “In Nepal bijvoorbeeld werken de regering en de lokale bevolking samen”, aldus Dias. “De helft van de inkomsten uit natuurreservaten gaan er rechtstreeks naar de bevolking. Ze zijn ervan overtuigd dat als het stropen niet ophoudt, er minder bezoekers en dus minder inkomsten zullen zijn.”

Afgelezen aan het aantal tijgers en neushoorns doet Nepal het inderdaad goed op het vlak van natuurbehoud. In de jaren zeventig telde het land amper honderd tijgers in het wild. Vandaag zijn dat er tweehonderd. Idem voor neushoorns, die van honderd in de jaren zestig naar 535 vandaag zijn gegaan. “We hebben lokale jongeren ingeschakeld om ons inlichtingen te verschaffen over de aanwezigheid van stropers, en het werkt”, concludeert Dhakal.

Wil je meer weten over het beschermen van wilde dieren? Lees dan ook OneWorlds longread Het Perzisch luipaard is terug in Armenië. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief