[[{“fid”:”24011″,”view_mode”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Sara Kinsbergen”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Sara Kinsbergen”},”type”:”media”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_halve_breedte media-element file-file-styles-artikel-halve-breedte”,”id”:”styles-4-0″}}]]Behind the pictures
Sara Kinsbergen ging op zoek naar de wereld achter de foto’s van particuliere projecten

De Madonna’s en Bono’s van om de hoek. Zo noemt Sara Kinsbergen (31) in haar proefschrift Behind the pictures de duizenden Nederlanders die met hun eigen stichting scholen bouwen in Ghana of een weeshuis runnen in India. Wie zijn deze mensen? Het zijn ongeveer evenveel mannen als vrouwen, van meestal middelbare leeftijd. Van hen heeft 60 procent heeft een betaalde baan, 70 procent is hoger opgeleid. Het gemiddelde netto-maandinkomen is 1536 euro, het gemiddelde jaarbudget van de stichting bedraagt 50.000 euro. Meer dan 70 procent van kwam in actie na een bezoek aan een ontwikkelingsland.

Incidentele wijze
De duizenden kleinschalige particuliere initiatieven die Nederland telt, zoals zulke stichtingen en eenmanshulpclubs officieel heten, zijn in de opkomst sinds de jaren negentig, toen verre reizen in zwang kwamen voor grotere groepen mensen. Niet voor niks zijn relatief veel PI’s actief in populaire ‘verre bestemmingen’ als Kenia, Ghana, India en Indonesië. Hoeveel het er precies zijn in totaal, is onbekend. Evenals in hoeverre zij daadwerkelijk een bijdrage leveren aan het terugdringen van wereldwijde armoede. “Het minste wat je hierover kunt zeggen”, schrijft Hans Beerends in Tegen de draad in, “is dat deze initiatieven getuigen van een grote betrokkenheid, dat arme mensen op incidentele wijze geholpen worden en dat zo’n particulier initiatief kan leiden toe een dieper inzicht in de structurele oorzaak van de mondiale armoede.”

Compleet dorp
Het is voor het eerst dat deze doe-het-zelvers-in-de-hulp zo uitgebreid in kaart zijn gebracht. Ontwikkelingsdeskundige Sara Kinsbergen, onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, hoopt er vrijdag 7 februari op te promoveren bij professor Ruerd Ruben. Copromotoren zijn Jochem Tolsma en Lau Schulpen, met wie Kinsbergen in 2010De anatomie van het PI schreef. Kinsbergen verzamelde de afgelopen zes jaar gegevens van bijna negenhonderd particuliere initiatieven verspreid over 109 verschillende landen en bezocht 49 projecten in het veld. Ze sprak niet alleen met de Nederlandse initiatiefnemers, maar ook met de lokale samenwerkingspartners.

Volgens eigen zeggen blijft er bij PI’s niks aan de strijkstok hangen

Waar grote, gevestigde organisaties soms lijken weg te zakken in ownership-gedreven accountability en meerjarig strategische plannen volgens een multistakeholder-approach, spuugt Nico uit Olst eens in de handen en bouwt een compleet dorp op zonne-energie in Burkina Faso. De lokale bevolking helpt vanzelfsprekend mee. En als ze niet meehelpen, dan zorgt Nico er wel voor dat ze meehelpen. Hij is immers bevriend met de studerende zoon van de dorpsoudste en spreekt intussen een aardig woordje Mossi.

Fourwheeldrive
Ondanks hun voortvarende aanpak worden PI’s niet altijd serieus genomen door de grote jongens. In tegenstelling tot de solidariteitsbewegingen uit de jaren zeventig, zijn particuliere initiatieven a-politiek. Bovendien laten zich meestal niets gelegen liggen aan de modeaanpak en buzzwords van het moment. Een zeker paternalisme is ze ook niet altijd onbekend. Tegelijkertijd hebben PI’s zelf ook weinig vertrouwen in de werkwijze van de grote clubs en de overheid, en zitten ze zich daar graag tegen af. Bij hen blijft er, volgens eigen zeggen, immers niks aan de strijkstok hangen. Ze bezoeken hun project achter op een brommertje in plaats van een glimmendwitte fourwheeldrive.  

Doe-democratie
In deze tijden van participatiesamenleving zijn particuliere initiatieven een inspirerend voorbeeld van de burger die het heft in eigen hand neemt. “De doe-democratie, dat doen PI’ers al jaren met z’n allen”, zegt Sara Kinsbergen daags voor de verdediging van haar proefschrift. “In dat licht zijn ze een voorbeeld voor de rest van Nederland, maar binnen de ontwikkelingssector moeten ze door bezuinigingen en koerswijzigingen in het beleid waarbij het accent op handel ligt hard hun best doen om hun belang naar voren te brengen. Daar ligt een belangrijke rol voor brancheorganisatie Partin.” 

PI’ers kunnen volgens Kinsbergen ook zelf zorgen dat hun werk een grotere impact heeft, door zich niet alleen te richten op concrete projecten, maar ook op gemeenschapsontwikkeling en lobby. Dus niet alleen een school bouwen, maar ook de oorzaken aanpakken waarom meisjes hun school niet afmaken en daarover in gesprek treden met de lokale overheid.

Potentieel
Kinsbergen roept PI’ers daarom op om voor 2014 een aantal goede voornemens te formuleren. “Ga ‘pi-plus’ doen. Combineer het typische, concrete Pi-werk met minder zichtbare activiteiten. Stel jezelf ten doel drie nieuwe contacten op te doen, maak eens kennis met een nieuwe overheidsfunctionaris of andere stichting. Op allerlei manieren kun je jezelf uitdagen om dat potentieel beter te benutten. Als je dat durft, kun je veel bereiken. Je maakt meer kans om een waardevolle, duurzame bijdrage te leveren aan armoedebestrijding dan nu soms het geval is.”

In het komende nummer van MyWorld verschijnt een uitgebreid interview met Sara Kinsbergen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Lonneke van Genugten

Over de auteur

publicist

Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en Guinee, maar ook over mondiale trends, beeldvorming, feminisme en duurzame lifestyle.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief