Altruïstische ambities van NFX

01-01-2007
Door: Christel Witteveen
Bron: oneworld
Millenniumdoelen – 

Armoede bestrijden, betere voeding en gezondheid, een hoger opleidingsniveau en meer onafhankelijkheid voor vrouwen. Met toegang voor alle burgers in ontwikkelingslanden tot een gezonde financiële sector kunnen vier van de acht Millenniumdoelstellingen tegen niet al te hoge kosten worden bereikt. Dat concludeert Stijn Claessens, senioradviseur van de Wereldbank en hoogleraar International Finance Policy aan de Universiteit van Amsterdam, op basis van zijn onderzoek naar de relatie tussen de financiële sector en economische groei. 'Voor de ontwikkeling van de financiële sector hoeven in ontwikkelingslanden geen dure scholen of ziekenhuizen te worden gebouwd', zegt Claessens. 'Een verbetering van de toegang tot financiële diensten is relatief goedkoop en kan toch voor 25 tot 50 procent bijdragen aan de economische groei van een land.'

Een uitgebreid kantorennet van banken en verzekeraars is echter niet iets waar de meeste arme landen over beschikken. Soms moeten mensen zelfs dagenlang lopen om een bank te bereiken. Eenmaal op het kantoor blijken ze geen klant te kunnen worden omdat ze niet over de juiste identiteitspapieren beschikken. Wie wel zaken mag doen, schrikt van de hoge kosten van de bancaire diensten.

Vooral ondernemers hebben er baat bij als de financiële dienstverlening verbetert. Als ze tegen redelijkere voorwaarden geld kunnen lenen, zullen ze eerder geneigd zijn tot investeringen in hun bedrijf. Bovendien zou het handig zijn als ze zich konden verzekeren tegen het risico van een slechte oogst. Op die manier kunnen ze een hoger en stabieler inkomen verwerven. En dat leidt weer tot stabielere economische groei. Alle reden dus, lijkt het, om in ontwikkelingslanden veel aandacht te schenken aan een gezonde financiële sector.

 

Gezamenlijk initiatief

De Nederlandse financiële sector neemt de conclusies van Claessens ter harte. Verenigd in het initiatief Netherlands Financial Sector Development Exchange (NFX), nemen ABN AMRO, Fortis, FMO, ING, Rabobank en Triodos Bank in samenwerking met de ministeries van Economische Zaken, Financiën en Buitenlandse Zaken (OS) het voortouw in een innovatieve manier van ontwikkelingssamenwerking. NFX heeft als doel om banken en toezichthouders in ontwikkelingslanden te ondersteunen met onderzoek, trainingen en technische assistentie.

In Kampala, de hoofdstad van Uganda, hebben trainers van ING Bank en Rabobank het afgelopen jaar tien workshops verzorgd voor bankiers van vier Ugandese en twee Tanzaniaanse banken. De Oost-Afrikaanse bankmedewerkers leerden hoe ze hun producten beter kunnen afstemmen op de behoeften van de klant en hoe ze hun kredietrisico's in kaart kunnen brengen.

Juma Kisaame, directeur van de Tanzaniaanse Eurafrican Bank, vindt dat zijn personeelsleden veel van de workshops hebben opgestoken. 'De trainingen waren erg praktisch en werden gegeven door ervaren bankiers van de Rabobank en ING Bank. Bankiers onder elkaar spreken dezelfde taal, ook al komt de een uit Nederland en de ander uit Uganda of Tanzania.'

Vol enthousiasme en nieuwe ideeën kwamen de medewerkers van Kisaame terug. Een aantal initiatieven werd meteen ingevoerd. Zo breidde Eurafrican Bank het formulier voor kredietaanvragen uit met vragen over de kasstroom en omgevingsfactoren. Kisaame: 'Over een half jaar zullen we zien of deze diepgaandere kredietanalyse leidt tot een meer solide leningenportefeuille.'

Een andere 'big win', zoals Kisaame het noemt, is de verbetering op het gebied van marketing. 'We hebben goed naar onze marktpositie gekeken en ontdekt dat we met 37 procent van de klanten 65 procent van onze omzet behalen. Die belangrijkste groep klanten hebben we nu onderverdeeld in verschillende profielen, zodat we beter in kunnen spelen op hun behoeften.'

 

Praktische problemen

Veel opkomende landen hebben echter te maken met praktische problemen. Zo staat een onregelmatige stroomvoorziening de werking van een callcenter of betaalautomaten in de weg. Vaak ontbreekt het ook aan een systeem om de kredietwaardigheid van klanten te kunnen bepalen. Een centrale organisatie die kredieten registreert (zoals het Nederlandse BKR) kennen de meeste landen niet. Banken kunnen dus moeilijk achterhalen hoeveel leningen een potentiële klant al heeft afgesloten en hoe betrouwbaar hij of zij is in het nakomen van verplichtingen.
Ook lukt het banken in het Zuiden nauwelijks om geld van vermogende particulieren in het land te houden, ondanks de hoge rente op spaarrekeningen. Rijke mensen parkeren hun vermogen liever bij betrouwbare banken over de grens en dat komt de economische groei van het eigen land niet ten goede.

NFX

Netherlands Financial Sector Development Exchange (NFX) is een gezamenlijk initiatief van de bancaire sector en de Nederlandse overheid. NFX is twee jaar geleden van start gegaan, en wil banken en toezichthouders in ontwikkelingslanden ondersteunen met trainingen. Het initiatief beschikt daartoe over een jaarlijks budget van 1,2 miljoen euro voor een periode van drie jaar. De overheid en de banken financieren elk de helft van dat budget, waarmee inmiddels projecten zijn opgezet in onder meer Armenië, Macedonië, Moldavië, Tanzania en Uganda. De deelnemers aan de projecten leveren zelf ook een bijdrage in de kosten van de trainingen.

Voor wat betreft de toegang van arme mensen tot financiële dienstverlening constateert Claessens vier belangrijke obstakels. Ten eerste zijn de meeste banken in ontwikkelingslanden veel te klein om de hele bevolking, en dan met name de mensen op het platteland, te bereiken. Verder maken de economische instabiliteit en een slechte wetgeving het vaak onaantrekkelijk om met deze banken zaken te doen. Simon Kagugube, directeur van de Ugandese Centenary Rural Development Bank, heeft dan ook zijn twijfels over het nut van de trainingen die NFX verzorgt: 'Om in ons land echt iets te veranderen, moeten we bij de overheid zijn. Die moet worden afgerekend op haar beleid. Zolang dat niet gebeurt, verandert er hier niets.'

Ten derde bestaat er door de hoge transactiekosten en de beperkte informatie een 'mismatch' tussen vraag naar en aanbod van financiële dienstverlening. Maar de lastigste hobbel is misschien wel het feit dat de gevestigde orde in een land zich niet altijd even bereidwillig toont om mee te werken aan verbeteringen. Claessens: 'In Brazilië bijvoorbeeld wordt de financiële sector gedomineerd door een paar grote familiebanken en staatsbanken. Die zien hun winsten in gevaar komen als er in het bancaire systeem meer concurrentie en transparantie komt.'

 

Tevreden 'klanten'

Volgens Jacco Knotnerus, directeur van NFX, is Kisaame van de Tanzaniaanse Eurafrican Bank niet de enige die enthousiast is over de aanpak van zijn organisatie. Uit onderzoek van een extern bureau blijkt dat de meeste banken en centrale banken waar NFX mee samen heeft gewerkt, zeer tevreden zijn over de uitgevoerde opdrachten. 'De signalen uit de markt geven aan dat onze aanpak werkt en dat we er mee verder moeten gaan.'

Wie de website van NFX bekijkt, ziet meteen de ambities van de bancaire club. Behalve in Oost-Afrika assisteert NFX ook bij de ontwikkeling van de verzekeringssector in Albanië en bij het invoeren van methoden voor 'risk management' in Armenië. Daarnaast staan er in Senegal, Burkina Faso, Indonesië, Vietnam en Oekraïne projecten op stapel.

In theorie is de publiek-private samenwerking in NFX de aangewezen manier om slagvaardig te werk te gaan. Nederlandse banken verzorgen de praktische trainingen, terwijl de Nederlandse overheid druk uitoefent op regeringen om hervormingen door te voeren. Lokale overheden spelen immers een belangrijke rol bij zaken als de hoogte van de rente en het invoeren van een systeem voor kredietregistratie.

Toegevoegde waarde?

Jarenlang hebben werkgevers via VNO-NCW aangedrongen op meer samenwerking tussen private partijen en de overheid op het gebied van ontwikkelingshulp. Onder OS-minister Agnes van Ardenne ontstond er ook vanuit de overheid behoefte aan een betere samenwerking. Dat resulteerde onder meer in NFX. Maar welke resultaten heeft dit publiek-private initiatief de afgelopen twee jaar eigenlijk geboekt?
De markt geeft aan dat de gekozen aanpak goed werkt, zo blijkt uit een onlangs gehouden evaluatie van NFX. Toch is niet iedereen ervan overtuigd dat NFX in zijn huidige vorm bestaansrecht heeft. De voorkeur van commerciële banken voor landen waar zij de financiële sector willen ondersteunen, komt niet altijd overeen met de voorkeur van de bij NFX betrokken ministeries.

De banken hebben dan ook twijfels over het voortbestaan van NFX als zelfstandige organisatie. Wat is immers de toegevoegde waarde? NFX zou ook prima kunnen worden ondergebracht bij de al veel langer bestaande Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO), waar de commerciële banken mede-eigenaar van zijn. Mocht er in projecten behoefte ontstaan aan de specifieke expertise van banken, dan zouden de bancaire consultants en trainers rechtstreeks kunnen worden ingeschakeld. Al bestaat de kans dat de banken dan wel commerciële tarieven in rekening gaan brengen in plaats van de gereduceerde prijzen die ze voor NFX-projecten hanteren.

 

Helaas wilde NFX ten tijde van het schrijven van dit artikel geen commentaar leveren op zijn toekomst. Eind januari neemt het 'topoverleg' van NFX, met daarin afgevaardigden van alle betrokken partijen, een beslissing over dit innovatieve initiatief van de Nederlandse bancaire sector en de overheid. Hopelijk vormt die beslissing niet de doodsteek voor de altruïstische ambities van de Nederlandse banken.

 

Tijdens het ter perse gaan van dit nummer werd duidelijk dat er een wijziging komt in de structuur van NFX. NFX stopt met het initiëren en begeleiden van projecten en gaat zich in de toekomst richten op beleidstaken.



 

 

Reacties