Afrikaanse landen verlaten één voor één het Internationale Strafhof

21-10-2016 Bron: OneWorld
Foto: de Ugandese LRA rebellenleider Dominic Ongwen. Foto: ICC.
In 8 dagen tijd zegden Burundi en Zuid-Afrika medewerking aan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag op. Uganda is hard op weg om de derde uittreder in korte tijd te worden.
Actueel – 

In een brief aan de Verenigde Naties heeft de regering van Zuid-Afrika laten weten zich terug te willen trekken uit het in 1998 gesloten Statuut van Rome, dat het juridische fundament onder het Internationaal Strafhof vormt.

Het ICC moest een eind maken aan de onschendbaarheid van oorlogsmisdadigers, en werd het eerste wereldwijd opererende gerechtssysteem voor de berechting van oorlogsmisdaden met een permanent karakter. “Het Strafhof heeft één hele grote zwakte: een land moet er wel lid van zijn,” legt Thijs Bouwknegt uit. Bouwknegt is onderzoeker bij het Instituut voor Oorlogs- Genocide- en Holocauststudies NIOD en volgt het Strafhof op de voet. “Er zijn nogal wat landen die geen lid zijn van het hof: de Verenigde Staten, Rusland, China, India, Brazilië. En wanneer je er spijt van krijgt dan kan je het lidmaatschap ook weer opzeggen.”

In juni werd El Salvador het 124ste land dat het Internationaal Strafhof ondersteunt. Burundi kan weer van de lijst afgehaald worden en binnenkort ook Zuid-Afrika en waarschijnlijk Uganda. “Deze landen doen dit vooral met een binnenlands politiek belang,” meent de Keniaanse politicoloog Josh Maiyo van de Vrije Universiteit. “Burundi ligt onder de loep van het Strafhof omdat zowel de regering als de oppositie misdaden tegen de menselijkheid gepleegd hebben. Door eruit te stappen hopen ze aan vervolging te ontkomen.” Bouwknegt: “Ook de Ugandese president Yoweri Museveni heeft het een en ander juridisch uit te leggen. Dat kan zijn poging om het Strafhof te verlaten verklaren.”

Anti-Afrikaans imago van het Strafhof

Al sinds het ICC in 2002 haar werk begon kampt het met het imago dat het vooral Afrikaanse schurken aanpakt. Het strafhof moet zich immers beperken tot misdaden in aangesloten landen en een groot deel van de aangesloten landen ligt in Afrika. Van de tien tot nu toe behandelde dossiers bij het ICC is er slechts één in een niet-Afrikaans land; Georgië. Op het lijstje van zaken die ‘in voorbereiding’ zijn staan wèl landen van elders in de wereld, inclusief het Verenigd Koninkrijk (vanwege de inval in Irak). Echter of het bij die landen tot een zaak komt is nog maar zeer de vraag.

De eerste tien zaken van het ICC: 

 

- Uganda (Joseph Kony’s LRA rebellen)

 

- Democratische Republiek Congo (Rebellenleider Bemba e.a.)

- Centraal Afrikaanse Republiek (Twee verschillende zaken) 

 

- Sudan (Darfur. Staatshoofd Bashir aangeklaagd)

 

- Kenia (Verkiezingsgeweld)

 

- Libië (Vanaf de opstand tegen Khadaffi)

 

- Ivoorkust (Oud-president Gbagbo e.a)

 

- Mali (Inclusief de vernietiging van ‘cultureel erfgoed’

 

- Georgië (Het conflict in 2008) 

“Het Strafhof heeft veel te weinig gedaan om uit te leggen dat het niet anti-Afrikaans is, maar dat het er juist is om de bevolkingen te helpen beschermen tegen dictators en rebellen,” aldus Bouwknegt. “Intussen slagen Afrikaanse leiders er juist uitstekend in om in de slachtofferrol te kruipen, met als beste voorbeeld Kenia.”

De Keniaanse politici Uhuru Kenyatta en William Ruto werden door het ICC verdacht van misdaden tijdens het verkiezingsgeweld van 2007-2008. “Toen waren het politieke tegenstanders, maar een paar jaar later vormden ze een team en werkte hun zaak bij het Strafhof juist electoraal in hun voordeel tijdens de campagne,” weet Bouwknegt. Opvallend genoeg is Kenia nog altijd wèl lid van het ICC. “Hoewel het Keniaanse parlement al lang gestemd heeft over terugtrekking hebben regeringsleiders er nooit werk van gemaakt. Nadat het ICC de vervolging van Ruto en Kenyatta staakte, heeft niemand er met een woord meer over gerept,” vertelt de Keniaan Maiyo.

Afrika niet als blok maar per land uit het ICC

Al twee jaar geleden probeerde Uganda de Afrikaanse Unie ervan te overtuigen om als blok de samenwerking met het ICC op te zeggen. “Dat plan strandde destijds, met name omdat veel landen in West-Afrika nog wèl bij het Strafhof willen blijven horen,” aldus Maiyo. “Verzet tegen het ICC is momenteel het sterkst in Oost- en Zuid-Afrika.”

Nu de uittreding als blok er vooralsnog niet van komt, beginnen Afrikaanse landen individueel een keuze te maken. Bouwknegt: “Volgende maand is het jaarlijkse overleg van bij het ICC aangesloten landen. Misschien zien we daarom opeens een golfje van opzeggingen.” Maiyo: “Het is niet verstandig om met zijn allen weg te gaan. Vooralsnog is het zo dat de druk van leden om het Strafhof te verlaten beter werkt dan er ook echt uit gaan – dan praat je helemaal niet meer mee.”

Het ICC liet deze week in een statement weten dat het ‘bezorgd’ is om de uittreding van Burundi – een proces dat sowieso een jaar duurt. “Dit is een tegenslag voor ons gevecht tegen straffeloosheid,” zei Sidiki Kaba, President van de groep van 124 landen die het Statuut van Rome – en dus het ICC- onderschrijven.

Bouwknegt waarschuwt voor een domino effect. “Wanneer nog veel meer Afrikaanse landen volgen dan moet je je als Strafhof af gaan vragen wat voor nut je nog hebt.” 

Arne Doornebal

Arne Doornebal is Afrika-journalist. 

Lees meer van deze auteur >

Reacties