Adieu, Congo

05-04-2011 Bron: Is Online
Congo Chukudu

De liefde voor het nieuwe partnerland Congo vlamde in 2007 hevig op, maar bekoelde al na vier jaar. Terwijl Nederland in de ban is van het meeslepende epos Congo van David van Reybrouck, wordt het land Congo ruw van de partnerlandenlijst afgevoerd. Het Nederlandse bedrijfsleven ontdekt ondertussen het mythische ‘hart van de duisternis’- met of zonder overheidssteun.

Kinshasa, medio februari. Het Congolese journaille is in vol ornaat, met videocamera’s, spiegelreflexcamera’s en voicerecorders uitgerukt voor de persconferentie van de Nederlandse minister – zijn titel in het buitenland – Ben Knapen. Of hij als oud-journalist de media in Congo gaat ondersteunen? En of hij vindt dat het hulpgeld in Congo goed gebruikt wordt, of door corruptie verdwijnt? Het nieuws dat Nederland van plan is te bezuinigen blijkt ook al tot Kinshasa doorgedrongen. Wat betekent dat voor Congo? Komt er dan nog wel hulp voor slachtoffers van oorlog en seksueel geweld? Knapen laat zich niet in de kaart kijken. “Nederland is bezig prioriteiten te stellen. Maar onze zorg voor stabiliteit en veiligheid zal zeker blijven.”
Intussen wordt ook in Nederland ook al druk gespeculeerd over de landen die van de lijst geschrapt worden. Het bezoek van Knapen aan Congo, het tweede Afrikaanse land dat hij sinds zijn aantreden bezoekt, zal toch niet alleen ingegeven zijn door het feit dat ook hij David van Reybrouck aan het lezen is? Congo lijkt er gunstig voor te staan. Knapens beleidsbrief biedt volop aanknopingspunten. De verbinding met thema’s als ‘veiligheid en rechtsorde in fragiele staten’, maar ook seksuele rechten van vrouwen en de Nederlandse speerpunten water en voedselzekerheid, is gauw gelegd.

Servet
Nog geen maand later wordt via het uitgelekte landenlijstje in Trouw bekend dat Congo het niet gered heeft. Voor menigeen toch een verrassing, zeker na het recente bezoek. De drijfveren van Knapen blijven nog gissen, omdat de lijst op het moment van uitlekken nog niet definitief is. Had Knapen zijn reis naar Rwanda dan niet beter kunnen combineren met een bezoek aan Burundi? Zowel Burundi als Rwanda heeft de shortlist van partnerlanden wel gehaald. Voelen we ons te veel Calimero in een land zo groot als West-Europa? Vergeleken met België (128 miljoen euro in 2009) of Engeland (198 miljoen pond per jaar) zijn we een kleine speler (zie onderaan), maar het geven van hulp opent wel deuren om bijvoorbeeld mensenrechten of het democratisch proces aan te kaarten. “Strategisch is deze beslissing nadelig voor Nederland”, vindt Alphonse Muambi, Congolese Nederlander en auteur van Democratie kun je niet eten, over de eerste verkiezingen in Congo. “Geef je geen hulp, dan kun je ook niet meepraten. Het is een politieke misvatting om onze invloed in het Grote Merengebied alleen via Rwanda en Burundi uit te spelen.” Als het regent in Congo, staan de buurlanden in de modder. Congo, dat grenst aan negen landen, is de spil in een instabiele regio. Muambi: “Nu zit er onder president Kabila een zwakke regering, maar stel dat er na de verkiezingen in augustus dit jaar een sterke leider zit, dan heb je als Nederland niks meer te melden vanuit Rwanda. Ik zeg dit niet als een trotse Congolees, maar Afrikanen zien Congo nou eenmaal als het hart van Afrika.”

Actieplan
Tijdens zijn recente Congo-reis brengt Knapen een bezoek aan het centrum van mensenrechtenactivist Justine Masika (zie pagina 27 in deze IS). Hij is zichtbaar onder de indruk, maar doet geen beloftes over bilaterale hulp. “De strijd tegen seksueel geweld blijven we sowieso ondersteunen via de VN en via onze bijdrage aan Nederlandse ontwikkelingsorganisaties die actief zijn in Congo.” Toch is men ook in die hoek verrast dat Congo afvalt. Paul van den Berg, lobbyist bij Cordaid: “Knapens voorganger Koenders had daar net een groot programma opgetuigd en bovendien is Nederland heel actief met een nationaal actieplan om VN-resolutie 1325, tegen seksueel geweld tegen vrouwen, concreet vorm te geven samen met maatschappelijke organisaties. De Nederlandse rol in het oosten van Congo wordt nu substantieel minder. Maar echt nadelige gevolgen voor ons werk vrees ik niet. Wij hadden onze plannen al aangepast vanwege de bezuinigingen. En geweld tegen vrouwen kun je ook politiek of diplomatiek aankaarten. Dat hoeft niet per se gekoppeld te zijn aan ontwikkelingsprojecten. Ik verwacht overigens nog wel wat oppositie in de Kamer tegen dit voornemen.”
“Je kunt je voorstellen hoe ik erover denk”, meldt Bert Koenders, eigenhandig verantwoordelijk voor de partnerland-status van Congo. “Maar volgens de mores reageer ik niet op het beleid van mijn opvolger.”

Ondernemingsklimaat
Ook uit het oogpunt van het Nederlandse commerciële belang – toch een uitgangspunt van het nieuwe beleid – zijn er kanttekeningen te plaatsen bij Knapens keuze.
“Ik zie zeker kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven, zeker als de internationale gemeenschap zich blijft inzetten voor stabiliteit in Oost-Congo”, zegt de Nederlandse ambassadeur Robert van Empden. “Er is hier een gigantisch potentieel, juist ook op het gebied van water. Denk aan drinkwatervoorziening, maar ook aan de bouw van havens of duurzame elektriciteitsopwekking. Bovendien moet er een hele interne landbouwketen opgebouwd worden, want door de oorlog is de binnenlandse productie nooit op gang gekomen.” Congo is wel voor de avonturiers onder de ondernemers. Het land kampt met bureaucratie, en corruptie. Er is een lichtpuntje: op de index van Doing Business, het jaarlijkse rapport van de Wereldbank dat het ondernemingsklimaat in landen belicht, steeg Congo dit jaar zeven plaatsen. Vanaf de eennalaatste plaats.
Heineken heeft zich daardoor nooit laten afschrikken. De Nederlandse multinational is sinds 1923 actief in Congo met een aandeel van 95 procent in brouwerij Bralima. “Laatst dreigde een ambtenaar weer om honderdtwintig vrachtwagens te confisqueren vanwege een fictieve belastingschuld”, vertelt directeur Hans van Mameren. “Zulke geintjes zijn hier aan de orde van de dag. Daarom is het goed dat de staatssecretaris hier op bezoek is en het probleem aankaart bij de minister van Financiën.” Elk jaar brouwt Bralima meer hectoliters bier en fris. 2010 was een topjaar met 400 hectoliter. “Het leven is hard, maar als hij ook maar 1 dollar heeft verdiend, bouwt de Congolees een feestje. Daar horen bij: bier, muziek en mooie vrouwen.” Heineken streeft ernaar dat 60 procent van de grondstoffen voor bier uit Congo zelf komt. Dus geen geïmporteerde rijst meer uit Thailand, maar rijst uit Bumba, van oudsher de graanschuur van het land. Duizenden boeren doen inmiddels mee. In 2010 verbouwden ze 11.000 ton rijst, bijna meer dan de brouwerij kan verwerken. “We geven krediet en betalen een vast prijs aan de boeren. Als de wereldmarktprijs omhoog gaat, betalen wij ook meer. En, wat ze over hebben, kunnen ze zelf verkopen op de markt. ”

Toerisme
Het Nederlandse bedrijfsleven houdt nog wel wat koudwatervrees om in Congo in het diepe te springen. Een handelsmissie in 2009 leverde niets concreets op, maar intussen opende het Helmondse Vlisco, bekend van de batikstoffen met kleurige print vorig jaar een luxe flagshipstore in hartje Kinshasa. Om andere bedrijven over de streep te trekken zijn er subsidieregelingen zoals ORIO, een pot van 60 miljoen euro voor infrastructurele projecten, PUM dat senior-experts uitzendt en PSI plus, een subsidieregeling speciaal voor fragiele staten.
Een van die pioniers die gebruik maakt van PSI is Hans Wasmoeth, die op een eiland in de Congo rivier een opvangcentrum bouwt waar straks meer dan honderd jonge chimpansees gehuisvest worden. Daarnaast komen ecolodges, voor toeristen die ‘al twee keer op safari zijn geweest in Kenia of Tanzania en weer eens wat anders willen’. “Het klinkt romantisch, totdat je er komt”, lacht Wasmoeth. “Er is daar niets. De bakstenen maken we zelf, maar elk raam en iedere deur moeten we importeren.” Wasmoeth was de eigenaar van Burger King restaurants in Nederland. Tien jaar geleden deed hij de licentie van de hand. “Ik hoef hier niet mijn brood mee te verdienen, maar PSI helpt zeker om de kans te wagen.” Het totale projectbedrag is 3 miljoen euro, en 9 ton komt van PSI. “Dat scheelt een grote slok op een borrel. Congo is niet het meest voor de hand liggende land om te investeren. Regels veranderen elke dag. Maar toerisme vindt men een goed idee. Daar zien ze voor zichzelf ook kansen. Het creëert werkgelegenheid.”
Hosselen, spulletjes verkopen, een baantje zoeken als dagloner. Dat is waar de doorsnee Congolees dagelijks mee bezig is: een inkomen vergaren. “Als je mijn moeder in Kinshasa vertelt dat de Nederlandse hulp stopt, weet ze niet waar je het over hebt omdat ze er nooit iets van heeft gemerkt”, zegt Alphonse Muambi. “Voor de slachtoffers van het oorlogsgeweld in het oosten, vrouwen en vluchtelingen, maakt hulp het verschil. Maar het is goed dat onze regering zelf voor haar mensen moet zorgen, het beste moet maken van wat ze zelf aan budget hebben. Wij kennen een gezegde: ‘Je moet de slang doden met de stok die je hebt’.”

Wat doet Nederland in Congo?
Na de onafhankelijkheid van Belgie in 1960 opende Nederland een ambassade in Congo. Pas vanaf de eerste democratische verkiezingen in 2006 is er een ontwikkelingsprogramma. Van 2007 tot en met 2010 gaf Nederland in totaal 744 miljoen dollar hulp aan Congo. Meer dan helft daarvan, 400 miljoen dollar, bedraagt kwijtschelding van schulden die al sinds de jaren zestig zijn opgebouwd. Via VN-organisaties en de Wereldbank ging 97 miljoen naar veiligheid, mensenrechten en opvang van ontheemden en vluchtelingen. Verder werd 109 miljoen dollar besteed via Nederlandse organisaties als SNV, Cordaid en ICCO. In totaal 138 miljoen ging via Buitenlandse Zaken en de ambassade zelf naar ontwikkelingsprogramma’s.
Nederland financierde de afgelopen jaren programma’s om seksueel geweld tegen vrouwen tegen te gaan. Daarnaast ook een telling van het totale aantal soldaten in het Congolese leger (dat bleek met 180.000 militairen te zijn, 100.000 minder dan tot dan toe geschat) en de invoering van een biometrische identiteitskaart. Door de identiteitskaart kunnen soldaten hun soldij voortaan rechtstreeks claimen en zijn ze niet afhankelijk van een commandant die een zak met geld moet verdelen onder zijn manschappen. Ook stuurde Nederland een forensisch team na de mysterieuze dood van mensenrechtenactivist Floribert Chebeya. En betaalde Nederland de proceskosten om een generaal te berechten die groepsverkrachtingen had georganiseerd. Voor 2011 stond ‘slechts’ een bedrag van 4,5 miljoen euro op de rol voor mensenrechten, goed bestuur en verbetering van de positie van vrouwen.

Lonneke van Genugten

Hoofdredacteur OneWorld. Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en...

Lees meer van deze auteur >

Reacties