ACP-ministers nemen handelsgesprekken EU onder vuur

13-10-2006
Door: Peter Dhondt
Bron: IPS

 

Sommige kleine eilanden uit die regio doen misschien zelfs helemaal niet mee aan de controversiële Economische Partnerschapsakkoorden (EPA's). "We zien het zwart in", zei Kaliopate Tavola, de handelsminister van Fiji, op de conferentie in Brussel. "Bij het begin van de onderhandelingen waren onze verwachtingen hooggespannen. De Partnerschapsakkoorden zouden een nieuw ontwikkelingsinstrument worden. Maar nu dreigen onze kwetsbare economieën als gevolg van de afspraken helemaal onder de voet te worden gelopen. Sommige kleine eilanden zullen daarom misschien helemaal afhaken."
 
Onvrede
 
De discussies over de nieuwe handelsovereenkomsten tussen de EU en 79 landen uit Afrika, de Cariben en de regio van de Stille Oceaan (ACP) begonnen in 2002 en worden nu geëvalueerd. De akkoorden zouden eind 2007 rond moeten zijn, om op 1 januari 2008 in werking te kunnen treden. Maar langs de ACP-kant is de onvrede over het verloop van de onderhandelingen groot. De huidige voorstellen van de EU ondermijnen de ontwikkeling in de ACP-landen eerder dan die te bevorderen, klonk het op de conferentie in Brussel.
 
De EU moet zich dringend buigen over een alternatieve aanpak, vond het tweehonderdtal hooggeplaatste ACP-vertegenwoordigers en experts van niet-gouvernementele organisaties die aan de bijeenkomst deelnamen. Dat kan meteen gebeuren tijdens een vergadering van alle Europese Ontwikkelings- en Handelsminsters op 16 en 17 oktober.
 
Veel ACP-landen zijn ongelukkig met de richting die de onderhandelingen over de regionale EPAs zijn uitgegaan. In 2000 ondertekenden ze het verdrag van Cotonou, dat de grote lijnen vastlegde van de toekomstige samenwerking tussen de EU en de ACP-landen. Het verdrag zegt dat de Economische Partnerschapsakkoorden de ontwikkeling van de betrokken landen in de hand moeten werken en moeten bijdragen aan armoedebestrijding en de integratie van de ACP-landen in de wereldeconomie. Dat is nu helemaal niet het geval, vinden de critici.
 
Aanpassingshulp
 
"Wij in de Cariben hebben het gevoel dat de EU de problemen van kleine landen negeert", zegt Dame Billie Miller, de Handelsminister van Barbados. "De EU komt maar met weinig extra hulp over de brug. Er is veel meer geld nodig om ambtenaren en ondernemers voor te bereiden op de nieuwe uitdagingen, en om de bedrijven concurrerend te maken. De EU zou ook meer rekening moeten houden met het verlies aan inkomen dat het wegvallen van importheffingen betekent voor veel regeringen. De EU moet dat verlies compenseren." De Caribische landen stellen voor een speciaal aanpassingsfonds op te richten om de extra hulp snel ter plaatse te krijgen.
 
Miller klaagt ook over de manier waarop de onderhandelaars van de EU hun wil opleggen. Ze hebben weinig oog voor de specifieke problemen waarmee de Cariben worstelen. De EU deelde de 79 ACP-landen op in zes regio's waarmee aparte handelsverdragen zullen worden afgesloten, maar vaak steekt de eenheidsaanpak weer te kop op.
 
Tasten in het donker
 
De Senegalese handelsminister Diop gaat nog verder met zijn kritiek. "We spannen het paard voor de wagen. Er is nog altijd geen goede studie over de gevolgen van een Economisch Partnerschapsakkoord voor West-Afrika. En we weten nog altijd niet op hoeveel flexibiliteit de ACP-landen binnen twee jaar zullen kunnen rekenen binnen het wereldhandelssysteem."
 
Bij het begin van de EPA-onderhandelingen gingen de ACP-landen er nog van uit dat er tegen 2004 een nieuw wereldhandelsakkoord zou zijn, dat een speciale en flexibelere behandeling van arme landen zou toelaten. Maar de onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie zijn vastgelopen en dat betekent in principe dat de strakkere huidige regels van toepassing zouden zijn.
 
Diop is helemaal niet tevreden met de onderhandelingen over de partnerschapsakkoorden. De Europese onderhandelaars moeten ermee stoppen hun agenda op te dringen en meer aandacht besteden aan ontwikkeling, vindt hij. "We zien nog geen engagement om de concurrentiekracht en de productiecapaciteit in de ACP-landen op te drijven en overgangsperiodes in te lassen die lang genoeg zijn."
 
Meer kritiek
 
Boeren en ondernemers in de ACP-landen en ontwikkelingsorganisaties in Europa nemen de partnerschapsakkoorden al langer op de korrel. Ze kanten zich onder meer tegen het principe van wederkerigheid waarop de onderhandelingen zijn gebaseerd. "Zoals de kaarten nu liggen, zouden ze een ramp betekenen voor de economische vooruitzichten van een deel van de armste mensen ter wereld", zegt Yash Tandon. Tandon is de directeur van het South Centre, de organisator van de conferentie. "De akkoorden moeten radicaal op een andere leest worden geschoeid", oordelt Tandon.
 
Dat vindt ook Marc Maes van de Belgische ontwikkelingsorganisatie 11.11.11. "Europa moet eerst de ACP-landen helpen bij hun regionale integratie. Pas daarna kan er gekeken worden of en hoe internationale handelsliberalisering mogelijk is. Dat is overigens de aanpak die de EU in Zuid- en Midden-Amerika volgt."
 
Intussen wordt de kritiek ook overgenomen door het Europese Parlement en sommige Europese regeringen. Ook de ACP-landen beginnen luider te morren. In mei stelde de Ministerraad van de ACP dat "de Europese onderhandelaars te weinig aandacht besteden aan de ontwikkelingsdimensie". In Brussel pleitten verscheidene ambassadeurs van ACP-landen ervoor niet toe te geven aan de druk die de EU op haar onderhandelingspartners zet.

Reacties