Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Je kunt deze zomer in Parijs niet om Simone Veil heen. De hele stad hangt vol met wildgeplakte posters met de tekst ‘Merci Simone’. Onlangs werd de Parijse metrohalte ‘Europa’ omgedoopt tot ‘Simone Veil’. En bij de ingang van het Panthéon hangen borden die de levensloop van Veil vertellen. Hoe ze op haar zestiende gedeporteerd werd naar Auschwitz, waar ze haar ouders en broer verloor. Hoe ze overleefde en een indrukwekkende carrière begon als magistraat, minister, eerste vrouwelijke president van het Europees Parlement en academica. Hoe het haar in 1975 lukte om als Minister van Gezondheid – tegen de wil van haar eigen politieke kamp in – abortus uit het strafwetboek te halen en zo veilige abortus toegankelijk te maken voor Franse meisjes en vrouwen.

Slechts 2,6 procent van de straatnamen in Parijs is vernoemd naar een vrouw, vaak een echtgenote of dochter van een bekende man

Waar zijn de vrouwen in Parijs?

Op 1 juli is Simone Veil vanwege haar verdiensten bijgelegd in het Panthéon, een monument in het Quartier Latin. Ze is daarmee een uitzondering. Het Panthéon was oorspronkelijk een kerk gewijd aan Sainte-Geneviève, nu is het een mausoleum voor beroemde Franse mannen.

Céline Piques, woordvoerster van de groep Osez le Féminisme (Durf Feminist te Zijn), legt uit: “Er liggen 72 mannen begraven, maar er zijn slechts vier bekende vrouwen opgenomen op grond van hun eigen verdiensten. Dat zijn Marie Curie, Geneviève de Gaulle-Anthonioz, Germaine Tillion en nu ook Simone Veil. De enige andere vrouw die in het Panthéon werd bijgezet was Sophie Berthelot, zij deelt een graf met haar echtgenoot, de scheikundige en politicus Marcellin Berthelot. Ik ben heel blij dat Simone Veil erbij is gekomen. Er mag dan wel ‘grands hommes’ boven de ingang van het Panthéon staan, ook vrouwen hebben Frankrijk gevormd.”

Osez le Féminisme zet zich in voor meer zichtbaarheid van vrouwen in het Parijse straatbeeld. Want in Parijs kom je de hele wereldgeschiedenis tegen in de namen van straten en metrostations, maar vrouwen ontbreken. Slechts 2,6 procent van de straatnamen in Parijs is vernoemd naar een vrouw, vaak een echtgenote of dochter van een bekende man. Van de straten is 31 procent naar een man vernoemd en de overige straten hebben een neutrale naam.

SimoneVeil
Posters van Simone Veil in het Parijse straatbeeld

Vier van de 303 metrohaltes op zestien lijnen in Parijs waren al vernoemd naar vrouwelijke figuren

Een paar jaar geleden plakte Osez le Féminisme zestig naambordjes op het Île de la Cité van Parijs over met de namen van beroemde vrouwen, zoals Pont Josephine Baker, Boulevard Emilie du Châtelet en Quai de Nina Simone. Céline Piques: “Namen van herkenningspunten eren de bijdragen die mensen maakten aan de wetenschap, kunst en politiek. En er zijn nauwelijks herkenningspunten vernoemd naar vrouwen. Daarmee wordt niet alleen een deel van de geschiedenis vergeten, het beïnvloedt ook het beeld dat we hebben van wat vrouwen kunnen bereiken in het leven. Daarom willen we ook bestaande straten die niet naar een persoon vernoemd zijn laten hernoemen naar vrouwen, om zo de balans man-vrouw gelijk te trekken. Als we moeten wachten op de aanleg van nieuwe straten gaat het nog jaren duren.”

De afgelopen weken voerde de organisatie campagne om twee nieuwe metrostations naar vrouwen te vernoemen. Vier van de 303 metrohaltes op zestien lijnen in Parijs waren al vernoemd naar vrouwelijke figuren, en er is een Rosa Parks-station op het RER-spoorwegnet in Noord-Parijs, vernoemd naar de Amerikaanse burgerrechtenactiviste. Omdat het metronetwerk wordt uitgebreid, komen er twee nieuwe haltes bij op de centrale lijn.

Osez le Féminisme riep op om op vrouwen te stemmen in een online verkiezing met zes mogelijke namen – drie mannen en drie vrouwen. Piques: “De actie werd vooral positief onthaald en het is gelukt. De stations zullen vernoemd worden naar de bekende zangeres Barbara en naar Lucie Aubrac, een verzetsstrijdster die stierf in 2007. Dat betekent dat er in totaal zes metrostations naar vrouwen vernoemd zullen zijn. Het is een begin.”

Primeur voor Brussel

Ook de stad Brussel zocht de afgelopen weken naar nieuwe namen. Het evenemententerrein Tour & Taxis wordt een woonwijk, wat betekent dat er 28 straten bijkomen. Via een online wedstrijd konden inwoners van heel België voorstellen indienen die een link hadden met de geschiedenis van België. Het was de eerste keer dat Brussel burgers de mogelijkheid gaf om zelf straatnamen voor te stellen. Normaal kiest het schepencollege.

Vesna Jusup, die in Brussel voor de Europese Groenen werkt en expert is op het vlak van gender en stadsplanning, noemt de situatie in Brussel vergelijkbaar met die in Parijs. Van de 54 Brusselse metrostations verwijzen er vier naar een vrouw. “Die vier bestaan uit twee koninginnen, een prinses en een heilige. Wat straatnamen betreft is het niet veel beter: ongeveer 4 procent is naar een vrouw vernoemd.”

Verschillende organisaties riepen op om vrouwen te nomineren voor de nieuwe straten. De stad zelf vroeg om ‘poëzie’ en heeft dat ook gekregen: Tour & Taxis kent straks onder meer straten die ‘Ceci n’est pas une rue’ en ‘Frietgang’ heten. Hoewel de meeste straatnamen naar dingen en fenomenen vernoemd zijn, komen er ook een Chantal Akermanstraat en Isala Van Dieststraat, vernoemd naar de bekende in Brussel geboren regisseuse en de eerste Belgische vrouwelijke arts en feministe.

Onderzoek van De Correspondent wijst uit dat 88 procent van de straten in Amsterdam die naar een mens vernoemd zijn, verwijzen naar een man

Hoe zit het in Nederland?

Ook in Nederland lopen er initiatieven om de publieke ruimte diverser te maken. Onderzoek van De Correspondent wijst uit dat 88 procent van de straten in Amsterdam die naar een mens vernoemd zijn, verwijzen naar een man. Namen uit de historische zwarte aanwezigheid in Amsterdam ontbreken. En een telling van D66 Rotterdam wees onlangs uit dat in Rotterdam 92 procent van de vernoemde straatnamen uit witte mannen bestaat. “De duizenden straatnamen in het straatnamenregister laten een heel eenzijdig beeld zien van de Rotterdamse geschiedenis. In een divers Rotterdam kan dit zo niet langer”, zegt raadslid Nadia Arsieni. D66, NIDA, SP, GroenLinks en de PvdA dienden daarom een initiatiefvoorstel in om de richtlijnen voor het vernoemen van straten in Rotterdam te wijzigen.

Simone Veil
Bord met levensloop van Simone Veil bij ingang Panthéon in Parijs

Geen symbooldiscussie

Niet iedereen is het ermee eens dat meer mensen zich moeten kunnen herkennen in straatnamen. Zo diende in Flevoland de lokale partij Hart voor Urk een motie in om meer witte mannen op de straatnaambordjes te krijgen, waaronder omstreden historische figuren als Michiel de Ruyter en Jan Pieterszoon Coen. De motie werd unaniem aangenomen in de gemeenteraad. Ook in Parijs kwam er kritiek op de acties van Osez le Féminisme. Want is straatintimidatie niet een veel belangrijker probleem voor vrouwen in de publieke ruimte?

Vesna Jusup bevestigt dat het vernoemen van herkenningspunten niet direct meer rechten voor vrouwen oplevert. “Het creëert wel meer bewustzijn: als we weten dat mensen van kleur en vrouwen vroeger en nu bijdroegen aan onze gemeenschappen, zullen we hen sneller zien als mensen die we moeten beschermen in plaats van aanvallen. Het corrigeert ook de manier waarop de prestaties van vrouwen door de eeuwen heen systematisch werden uitgeveegd of toegewezen aan mannen. Het is niet zo dat de geschiedenis door mannen wordt gedomineerd, het is de geschreven geschiedenis die door mannen wordt gedomineerd. En daar horen straatnaambordjes bij.”

Céline Piques wijst erop dat het geen kwestie is van het een of het ander. Haar organisatie zet zich ook in tegen straatintimidatie. “Een enquête onder vrouwen in Parijs gaf aan dat alle vrouwen straatintimidatie meemaken. Ook daar proberen we iets aan te doen, met acties als ‘Take back the metro’, of door met vrouwen door de stad te lopen en plekken te identificeren waar zij zich onveilig voelen.”

De straten zijn nog niet van iedereen

Straatintimidatie en gebrek aan erkenning van vrouwen in het straatbeeld zijn met elkaar verbonden, ze zorgen er allebei voor dat vrouwen de publieke ruimte anders ervaren dan mannen. Vrouwen zijn door de eeuwen heen meer aan huis gebonden geweest, door bijvoorbeeld wetten, sociale codes, de dreiging van seksueel geweld of onpraktische kleding. In bepaalde mate zijn ze dat vandaag nog steeds. Cijfers van straatintimidatie laten zien dat als vrouw alleen rondlopen in de publieke ruimte nog te vaak wordt opgevat als een seksuele uitnodiging. Meisjes en vrouwen krijgen nog altijd te horen dat ze beter niet alleen (’s avonds) de straat op kunnen gaan.

Maar zoals Rebecca Solnit opmerkt in haar boek Wanderlust, waarin ze de geschiedenis van wandelen onderzoekt, heeft solo wandelen vaak geleid tot ontmoetingen en ervaringen die het werk hebben geïnspireerd van schrijvers, kunstenaars en politieke denkers: “We zullen nooit weten wat er terecht was gekomen van veel belangrijke mannen als zij niet de mogelijkheid hadden gehad om zich vrij door de wereld te bewegen. Stel je Aristoteles voor die aan huis gekluisterd was, of John Muir beperkt door een hoepelrok.”

Het mag dan langzaam gaan, de acties om straten te vernoemen doen ertoe, net zozeer als het tegengaan van straatintimidatie. Het niet erkennen van de verdiensten van vrouwen in de publieke ruimte bevestigt het idee dat vrouwen minder waard zijn dan mannen en ook zo behandeld mogen worden. En wie zich minder veilig en vrij voelt in de publieke ruimte, heeft minder kansen om te denken, te dagdromen, te zien, te ontmoeten en te bereiken. Kortom: minder kansen om een indruk na te laten op de geschiedenis, die ooit kan leiden tot een vermelding op een straatnaambordje.

Deze tekst kwam tot stand in het kader van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met stichting Biermans-Lapôtre.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
avatar_5a21cbb298aa_128

Selma Franssen

Selma Franssen werkt als freelance journalist en is auteur bij uitgeverij Houtekiet. Haar werk verscheen onder meer bij Charlie Magazine, …
Profielpagina