De koekoek en de griet leggen hun eieren nog gewoon in juni, maar bij veel andere zangvogels is het spreekwoord nauwelijks nog van toepassing: dat ze in mei hun ei leggen. Maarliefst 45 soorten hebben de start van de eileg in twintig jaar tijd met een week vervroegd, van 11 mei naar 4 mei. Door de hogere temperaturen in de winter en het vroege voorjaar lopen bomen eerder uit en zijn rupsen en insecten eerder actief. Daar reageren de vogels op, zo blijkt uit de Vogelbalans 2007, die gisteren werd gepresenteerd.

De balans staat net als het Vogelfestival, komend weekeinde in de Oostvaardersplassen, in het teken van de klimaatveranderingen.

Vogelonderzoek
Elk jaar brengen 7000 vrijwilligers de vogelstand in kaart voor Sovon vogelonderzoek. Ze tellen de paartjes die in Nederland komen broeden en hun jongen maar ook de doortrekkende en overwinterende soorten. Op zich zijn veranderingen in de vogelstand van alle tijden. Regelmatig wijzigt er iets in het voedselaanbod, meer recreanten zorgen voor onrust. En ook landschappen veranderen. Zo gaat het goed met de Nederlandse bossen en dus ook met de bos- en struweelvogels, maar soorten die thuishoren in stuifduinen, heide of rietmoeras komen leefgebied tekort. Weidevogels en akkervogels missen broedgebied door verdere intensivering en opschaling van de landbouw. Hun aantal neemt al af sinds 1975, maar volgens de cijfers van Sovon verdwijnen soorten als grutto, veldleeuwerik en gele kwikstaart sinds 2000 nog een stuk sneller. Het bemeste en voedselrijke boerenland is overigens wel weer goed voor krakeend, knobbelzwaan en voor de vele ganzensoorten.

De effecten van klimaatveranderingen beginnen zich nu ook af te tekenen. Door de zachte winters is er een opmars van zuidelijke broedvogels naar ons land, zoals bijeneters en kleine zilverreigers. Ook de ijsvogel en roerdomp nemen vanwege die zachte winters fors in aantal toe. Maar overwinterende gasten, zoals kraaiachtigen en watervogels komen steeds minder. En kustvogels zoals kluten en visdiefjes krijgen te maken met stormvloeden in het broedseizoen. Ook dit jaar spoelden regen en wind veel kuikens van hun nest.

Voorspellingen
Volgens Chris van Turnhout, onderzoeker bij Sovon en mede-schrijver van de Vogelbalans, is niet te zeggen of ongeveer evenveel soorten komen als gaan. "Probleem is dat we hier niet alleen te maken krijgen met de hogere temperaturen uit het Zuiden, maar ook met Oost-Europese regenval. Het is lastig te voorspellen hoe de positieve en negatieve effecten tegen elkaar opwegen. Zo profiteert de roerdomp van de zachte winters, maar door de hogere temperaturen in het voorjaar zal er meer water verdampen en lage waterstanden zijn weer funest voor die watervogel."

Lees verder bij Trouw

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief