Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De NS besloten op 27 november 2018 na een jarenlange campagne onder leiding van concentratiekampoverlevende Salo Muller om overstag te gaan en een bedrag van 2,5 miljoen euro te betalen aan nabestaanden van de joden die naar Westerbork zijn getransporteerd. De NS wilden het niet op een rechtszaak over de kwestie laten aankomen en besloten het bedrag dat destijds was verdiend aan de transporten om te rekenen naar de hedendaagse waarde en dit aan de nabestaanden toe te zeggen. Daarnaast verbond men zich voor vijf jaar aan het op te richten Holocaustmuseum. Bij dergelijke beslissingen volgt steevast de vraag hoe er moet worden omgegaan met genoegdoening voor slavernij.

Op 1 december, vlak nadat de NS hun besluit hadden genomen, zat ik in het radioprogramma Dr. Kelder & Co om over de geschiedenis van de West-Indische Compagnie te praten. Tijdens dat gesprek over geschiedenis overviel programmamaker Jort Kelder me met de vraag of er herstelbetalingen moeten komen voor slavernij. Mijn enigszins ontwijkende antwoord deed geen recht aan het belang van deze discussie. Hierbij daarom een hernieuwde poging de vraag te beantwoorden, waar ik huidige ontwikkelingen aan universiteiten bij zal betrekken.

Op 25 november, twee dagen voor het besluit van de NS, verscheen er een opmerkelijk bericht in de Jamaicaanse krant The Gleaner. Volgens de krant zou de University of the West Indies (UWI) 200 miljoen pond aan herstelbetalingen voor het slavernijverleden gaan ontvangen van de Universiteit van Glasgow. Het bericht werd een dag later rechtgezet. Wat was er aan de hand? De UWI had een memorandum of understanding getekend waarin gewag werd gemaakt van reparative justice en uit een recent onderzoeksrapport bleek dat de universiteit van Glasgow omgerekend (volgens het meest optimistische rekenmodel) in het verleden bijna 200 miljoen pond aan donaties had ontvangen van slavenhandelaren of andere mensen die rijk werden dankzij slavernij. De krant had de twee punten gekoppeld en voorbarig het bericht over herstelbetaling naar buiten gebracht.

Universities Studying Slavery

De gedachte van herstelbetalingen door een universiteit was echter zo vreemd nog niet. Het wetenschappelijke tijdschrift Slavery and Abolition maakte dit jaar ruimte voor een verzameling artikelen over het onderwerp waarin de situatie aan verschillende Amerikaanse universiteiten werd besproken. Uit die artikelen blijkt dat er aan een aantal Amerikaanse colleges bestuurders, staf en studenten actief nadenken over mogelijke genoegdoening. Er is een lange lijst van universiteiten aangesloten bij de USS (Universities Studying Slavery), die zich inzet voor onderzoek naar het eigen slavernijverleden.

Eerste stappen bestaan vaak uit het oprichten van een onderzoekscommissie die kijkt naar de positie die de staf van de universiteit had in historische debatten over slavernij en racisme, naar de aanwezigheid van tot slaaf gemaakten op de campus en financiële belangen in op slavernij gebaseerde industrie. Dergelijk onderzoek wordt aan deze universiteiten vaak gevolgd door het plaatsen van gedenk- of erkenningstekens, het hernoemen van gebouwen of het vergemakkelijken van toegang tot de instituten voor nakomelingen van slaven. Zo besloot Georgetown University om de nakomelingen van 272 slaven die zij ten tijde van economische crisis verkocht hadden nu voorrang te geven in het toelatingsbeleid van de universiteit. Het besluit van Georgetown volgde nadat de universiteit in 2005 al formeel excuses had aangeboden aan de nabestaanden van deze 272. Toevallig hetzelfde jaar dat de NS excuses had gemaakt voor de transporten naar Westerbork.

Het vraagstuk van genoegdoening voor slavernij kan op nog meer weerstand rekenen dan de genoegdoening voor joodse slachtoffers van de nazi’s

Historisch leed?

Het vraagstuk van genoegdoening voor slavernij kan op nog meer weerstand rekenen dan de genoegdoening voor joodse slachtoffers van de nazi’s. Zonder de vasthoudendheid van Salo Muller was de NS niet 75 jaar na dato overstag gegaan. Wie niet voelt dat er iets is misdaan, heeft ook geen sympathie voor genoegdoening.

De koloniale gedachtegang is bovendien dat onderdanen dankbaar moeten zijn voor de vaderlijke bevoogding door de koloniale macht. Die gedachtegang zit dieper dan we zelf graag willen toegeven. Het is een gedachtegang die ook joodse overlevenden niet vreemd is. Vlak na de oorlog werd in Amsterdam een monument onthuld waarmee de joden hun dank betuigden voor het heldhaftige verzet van Nederland in de oorlogsjaren. Er was veel voor nodig om, pas decennia na de oorlog, de dankbaarheid te verwisselen voor een minder onschuldige kijk op de Nederlandse rol in de oorlog.

Nazaten van tot slaaf gemaakten vechten dankzij racistische vooroordelen en de naweeën van koloniale vooringenomenheid een moeizame strijd voor erkenning. In Nederland wordt de discussie over herstel vaak ten onrechte gereduceerd tot een platte rekensom voor financiële compensatie en vervolgens van de hand gewezen. Wie zich over die eerste neiging tot afwijzing heen zet en de feitelijke situatie van nakomelingen van tot slaaf gemaakten rond de Atlantische kust onder ogen ziet, kan niet anders dan concluderen dat er actie moet worden ondernomen. De VN riep het decennium 2015-2024 uit tot het decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst en riep overheden op om structurele achterstand recht te zetten. De VN spreekt van een breed scala aan problemen die hun oorsprong hebben in de slavernij en het kolonialisme.

In Nederland wordt de discussie over herstel vaak ten onrechte gereduceerd tot een platte rekensom voor financiële compensatie

Voorwoord-en-Inleiding

Ook na de slavernij was je niet vrij

Een gesprek met Karwan Fatah-Black over zijn boek over de 'vrijen' van Suriname.

Reparatory justice

De Caricom, een organisatie van Caribische staten waar ook Suriname lid van is, ontwierp een tienpuntenprogramma dat zou moeten leiden tot reparatory justice. Scherper dan de algemene suggesties van de VN richten de landen van de Caricom zich direct tot Europese overheden. Zij vonden echter nog geen gehoor. Het programma bestaat uit diverse punten, waaronder formele excuses, programma’s voor culturele ontwikkeling en alfabetisering, overdracht van technologische kennis en financieel herstel door het kwijtschelden van schulden. Dat laatste punt is altijd het meest omstreden. Tot op heden is er nog nooit een financiële claim van nabestaanden van slavernij gehonoreerd. Een tweede heet hangijzer: de excuses. Op beide terreinen zijn universiteiten echter het voortouw aan het nemen en op het terrein van overdracht van technologie zouden universiteiten een rol kunnen spelen.

De Amerikaanse beweging van universiteiten die bezig zijn met hun slavernijgeschiedenis kwam op gang toen drie promovendi van Yale in augustus 2001 een studie over het onderwerp presenteerden. Enkele jaren later deed Ruth Simmons een soortgelijk onderzoek voor Brown University, dat gevolgd werd door het instellen van vele onderzoekscommissies en instituten die moesten nagaan hoe ongelijkheid als gevolg van slavernij kon worden rechtgezet.

Uit het vele onderzoek dat in het kielzog van de voorlopers op Yale en Brown werd gedaan, doemt een beeld op van universiteitsgeschiedenissen waarin slavernij een vast bestanddeel was. Het geld voor colleges was in de oude staten van de VS vaak afkomstig van winsten uit slavenarbeid. Zo verordonneerde ‘onze’ Stadhouder-Koning Willem III, in zijn hoedanigheid als koning van Engeland, dat via een belastingconstructie geld uit de op slavenarbeid gebaseerde tabaksindustrie in de oprichting en het onderhoud van het William and Mary College moest worden gestoken. Ook de campus en universiteitsgebouwen, zoals die van de Universtiy of Virginia, kwamen met slavenarbeid tot stand.

Na oprichting bleef slavernij een onderdeel van het universitaire leven. Op de campus werden tot slaaf gemaakten door studenten gehouden om voor hen te koken. Op het William and Mary College werd een fee geheven voor iedere tot slaaf gemaakte die door een student werd meegenomen om op de campus voor hem te zorgen. Hoogleraren en docenten hadden in hun huizen op de campus ook wasvrouwen en huisslaven. Uit onderzoek blijkt dat deze vrouwen geregeld slachtoffer waren van seksueel geweld. In een wereld waar witte masculiniteit niet onteerd mocht worden, werden zaken in de doofpot gestopt en bleven daders van dergelijk geweld ongestraft. De gerespecteerde onderwijs- en onderzoeksinstellingen hebben nu de wens om hier rekenschap van te geven door het erkennen van deze geschiedenis in de vorm van publicaties, plaquettes en monumenten.

In Europa, waar slavernij meer op afstand gebeurde dan in de VS, zijn ook universiteiten bezig met hun aandeel in deze geschiedenis. Op de lijst van de USS staan bijvoorbeeld Glasgow, Cork en Bristol als deelnemende instellingen. Er zijn ook grote verschillen: zo verhouden Amerikaanse universiteiten zich vooral tot een gemeenschap van nabestaanden, terwijl de Europese universiteiten zich eerder verhouden tot de voormalige koloniën.

In Glasgow is een groot onderzoek gedaan naar de oorsprong van donaties aan de universiteit, maar ook naar hun voortrekkersrol in de afschaffingsbeweging. In hun programma voor reparatory justice komen thema’s naar voren die enigszins lijken op die van het programma van de Caricom. Centrale elementen zijn het geven van rekenschap, het creëren van een gelijk speelveld voor nazaten, de plaatsing van een gedenkteken en het hernoemen van universiteitsgebouwen, intensieve relaties met Caribische universiteiten, het instellen van een wisselende leerstoel om aandacht te geven aan de historische, medische, en juridische aspecten van reparatory justice, en het zorgen voor continuïteit in de (geestes)wetenschappelijke en artistieke omgang met dit verleden.

De Nederlandse overheid laat zich doorgaans alleen door een rechtszaak dwingen alvorens over te gaan tot erkenning, excuses en herstel

En in Nederland?

Dit jaar vroegen de burgemeesters van Zaandam en Rotterdam op 1 juli aan de regering om excuses te maken voor het koloniale verleden en het slavernijverleden. De weerstand hiertegen is groot. Argumenten die worden aangedragen zijn dat men geen excuses kan maken voor de daden van anderen of dat excuses de weg vrijmaken voor herstelbetalingen. De Nederlandse overheid laat zich doorgaans alleen door een rechtszaak dwingen alvorens over te gaan tot erkenning, excuses en herstel. In het geval van slavernij lijkt het echter niet mogelijk om via het recht uit te komen op herstel. Er is in geen enkel geval — van Brazilië tot Cuba en de VS — via de rechtbank financiële compensatie afgedwongen voor slavernij.

Er is echter, net als in het geval van de NS, wel een morele grond om te zoeken naar manieren om recht te doen. En de universiteiten zijn een passende proeflocatie om de mogelijkheden af te tasten. Het voorbeeld van Georgetown laat zien dat het mogelijk is om excuses te maken en dat dergelijke excuses meer gewicht hebben dan erkenning of het betuigen van spijt. De voorbeelden van de verschillende universiteiten laten bovendien zien dat mogelijke gevolgen voor beleid in handen van de instituties zelf zijn, maar vooral van waarde zijn als zij worden ontwikkeld door gemeenschappen van nazaten.

Oude suikerplantage Mariënburg

De erfenis van de slavernij

Een korte documentaire over het slavernijverleden van Suriname.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Karwan Fatah- Black

Karwan Fatah-Black

Historicus

Karwan Fatah-Black (1981) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 2013 aan de Universiteit Leiden. Daar …
Profielpagina

Advertentie

VeggieWorld 2019

Advertentie

MTM-19-19_oneworldbanner_2 (002)