Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Transvrouwen bestaan niet; trans vrouwen wel. In die ene spatie ligt een wereld van erkenning en inclusie. Met transvrouwen sluiten we uit, met een taalkundige omheining die reduceert en ontvreemdt. Transgender (oftewel trans) is namelijk een omschrijving van een groep mensen of een individu, ofwel een bijvoeglijk naamwoord. De taalkundige versmelting van het bijvoeglijk naamwoord met het onderwerp, namelijk de groep of het individu, reduceert deze tot enkel het bijvoeglijk naamwoord: het onderwerp wórdt zijn eigenschap of kenmerk. Het reduceert en vervreemdt van de norm: ‘echte’ mannen en vrouwen. Dat heeft een dehumaniserend effect. Met de woorden transvrouwen en transmannen creëren we namelijk een nieuw onderwerp, een nieuwe primatensoort als het ware. De homo transgender: vervaarlijk makkelijk te verwarren met de homo sapiens. Transvrouwen en transmannen zijn net echte mensen, lijken we daarmee te zeggen. Maar we weten wel beter.

Met transgender vrouwen – of gemakshalve: trans vrouwen – daarentegen, bedoelen we vrouwen. Weliswaar met een transgender verleden, een transgender ervaring of een transgender beleving, maar niettemin vrouwen. Met trans mannen spreken we over mannen, echte mannen, niet nét-echte mannen. Met die spatie erkennen we en geven we – durf te hopen – een blijk van waardering voor de volle reikwijdte en diversiteit van de menselijke ervaring. We erkennen hiermee dat vrouw-zijn of man-zijn niet af te vlakken is tot een eenduidige of eendimensionale geleefde ervaring. Dat vrouw-zijn en man-zijn niet hoeft samen te vallen met het gender dat we toebedeeld kregen als kinderen, hoeft samen te vallen met hoe onze geslachtsdelen eruitzien, of hoeft samen te vallen met of we ervoor kiezen kinderen te verwekken. We erkennen daarmee dat vrouw-zijn en man-zijn meer mag, kan en moet behelzen dan de maatschappelijke gender-dwang; dat vrouw-zijn en man-zijn ook vrijheid behelst. Vrijheid om te kiezen, om jezelf te mogen identificeren en daarin ook gerespecteerd te worden. En dat zit dus allemaal in één spatie.

Taal is inderdaad machtig, en taalsmeden hebben een verantwoordelijkheid bij taalgebruik

OneWorld verkondigde recentelijk: ‘met deze koloniale taal stoppen we‘. De aankondiging zorgde voor grote ophef, maar leidde ook tot veel waardering. Als schrijfster vond ik de transparantie en kwetsbaarheid bovenal inspirerend. Taal is inderdaad machtig, en taalsmeden hebben een verantwoordelijkheid bij taalgebruik. Die verantwoordelijkheid nemen we wanneer we collectief en transparant blijven innoveren, zoeken en experimenteren. Experimenteren en zoeken naar taal die kritisch is tegen machtsverhoudingen, taal die inclusief is, taal die ruimte biedt en respect heeft voor verschillende mensen, gemeenschappen, hun waardigheid, hun geleefde ervaring en hun inzichten.

Na de uitnodiging om mee te denken over LHBTQIAP+-inclusieve taal, was mijn eerste reactie enthousiasme. Mijn tweede was verwarring. Hedendaagse innovaties rondom LHBTQIAP-gerelateerde taal zijn omvangrijk, rap, vluchtig en soms ook tegenstrijdig. Hieronder twee illustraties en twee voorstellen.

Transvrouw/transman vs. man/vrouw met een transitiegeschiedenis of trans-achtergrond

In een recente NRC-column van Maxim Februari spreekt hij over zijn keuze om zich te identificeren als “man met een transitiegeschiedenis of trans achtergrond.” Dit is een keuze die sterk afsteekt tegen zijn voorheen rijkelijke gebruik van de aanduidingen ‘transman’, ‘transvrouw’ en ‘transmensen’. Aanduidingen die velen in de transgender gemeenschappen ervaren als uitsluitend en vervreemdend (zie bovenstaande).

Maar zijn introductie van de term ‘man/vrouw met een transitiegeschiedenis of trans achtergrond’ in de Nederlandse mainstream media is een belangrijke ontwikkeling. De deur is geopend, de nadruk is gelegd: het vrouw-zijn en man-zijn van trans mannen en trans vrouwen is niet bepaald door hun transgender achtergrond. Ze zijn bovenal mannen en vrouwen, en hun transgender achtergrond en/of transitiegeschiedenis is een pijler van hun genderidentiteit.

De uitdaging is nu: hoe blijft iemands transgender achtergrond en/of transitiegeschiedenis wel relevant in ons taalgebruik? Inclusieve taal betekent niet dat we voortaan alleen nog maar praten over ‘mannen en trans mannen’ of ‘vrouwen en trans vrouwen’. Want ook dat is beperkend. Inclusieve taal houdt in dat we goed nadenken over wie we spreken en hoe relevant hun positie in de samenleving (transgender, zwart, wit, moslim of levend met beperkingen) is voor waar we over schrijven. Neem de voorbeeldzin: “Vrouwen verdienen 18 procent minder dan mannen.” Geldt dit percentage ook voor trans vrouwen, zwarte vrouwen en andere vrouwen van kleur? Geldt dit percentage ook voor vrouwen die werken en leven met beperkingen, of vrouwen die praktisch opgeleid zijn?

Voorstel: laten we inderdaad zeggen wat we bedoelen. Transvrouwen en transmannen bestaan niet. Integendeel, het zijn mannen en vrouwen, met een transgender achtergrond of een transitiegeschiedenis. Kortheidshalve: trans(gender) mannen of trans(gender) vrouwen. En laten we ook de relevantie van maatschappelijke posities die we benoemen in acht nemen.

Transgender vs. hijra, two-spirit, fa'afafine

Laten we ook niet vergeten dat gender een construct is. Een kunstmatige culturele verworvenheid. Gender en geslacht worden dan ook niet op universele wijze begrepen, vormgegeven en/of toegepast. Van land tot land, cultuur tot cultuur, worden mannelijkheid/man-zijn en vrouwelijkheid/vrouw-zijn heel anders geuit, gewaardeerd en/of gehandhaafd. Veel culturen hebben door de eeuwen heen geen reden gezien om gendercategorieën te beperken tot man- of vrouw-zijn. De tweedeling van gender die bij ons zo gewoon is, is voor andere culturen wellicht onbegrijpelijk beperkt.

Ons westerse, binaire genderkader blijkt vanuit die visie ineens hopeloos ontoereikend voor gedrag, houding, intrinsieke en uiterlijke kenmerken die de toebedeelde binaire genderidentiteit ontstijgen. Niet alleen zijn we taalkundig hard op zoek naar manieren om deze ontoereikendheid te compenseren. Het Westen is, in rap tempo, bezig ruimte te vinden voor degenen die niet gender-conform zijn, doen en denken. Het is een maatschappelijke, filosofische, economische, religieuze en spirituele zoektocht. Een zoektocht waarvoor andere culturen nu en in het verleden soms al keuzes, oplossingen en strategieën hebben ontwikkeld.

Bugis uit Indonesië erkennen bijvoorbeeld vijf verschillende gendercategorieën

Om dat voor westerse lezers simpelweg allemaal te vertalen naar ‘man’, ‘vrouw’ en ‘transgender’ is mijns inziens een crime. De Nigeriaanse professor Oyèrónkẹ́ Oyěwùmí, tevens socioloog, filosoof en auteur van o.a. The Invention of Women, legt in haar baanbrekende onderzoek bloot hoe ontoereikend de (westerse) gendercategorieën man en vrouw zijn voor het begrijpen van Yoruba religie, filosofie en maatschappelijke rollenverdeling en positionering. Zij concludeert dat we, in vertalingen naar westerse talen, het eigenlijk niet mogen hebben over ‘Yoruba mannen’ of ‘Yoruba vrouwen’. Haar beste vertaling voor Yoruba gendercategorieën naar het Nederlands zou zijn: ‘anatomische mannen’ en ‘anatomische vrouwen’. Dit omdat, volgens haar bevindingen, Yoruba geen westerse culturele en filosofische verwachtingen, normen, belang en potentieel toeschrijven aan het hebben van een vagina of penis.

Hetzelfde geldt voor andere niet-westerse gendercategorieën waar we, gemakshalve, het label transgender aan hangen. Transgender is een westerse omschrijving, een begrensde categorie, die noodzakelijk is in een systeem van tweeledige gender. Bugis uit Indonesië erkennen bijvoorbeeld vijf verschillende gendercategorieën. Om drie van die vijf aan te merken als ‘transgender’ is een grove koloniale projectie. Ons gebruik van enkel de term ‘transgender’ zegt dus vooral iets over ons beperkte denken rond het begrip ‘gender’.

Hoe drie niet-westerse culturen naar gender kijken:

Hijra – Een van de bekendere gendercategorieën uit India, Pakistan, Nepal en Bangladesh. Laxmi Narayan Tripathi legt in haar autobiografie Me Hijra Me Laxmi uit dat ‘hij’ heilige ziel betekent, en dat een ‘Hijra’ een lichaam aanduidt dat een heilige ziel herbergt. Hijras en andere Zuidoost-Aziatische gendergroepen, hebben recent het recht verworven om hun gender in identiteitspapieren te wijzigen tot een ‘derde gender’.

Two-Spirit – Een moderne parapluterm die in oorspronkelijke Noord-Amerikaanse gemeenschappen gebezigd wordt om de vele non-binaire gendercategorieën in onder te brengen. Veel van deze gendercategorieën behelzen meer dan persoonlijke seksuele en/of gendervoorkeuren. Two-spirit-individuen krijgen vaak vooral een religieuze, spirituele en ceremoniële rol toebedeeld.

Fa’afafine – Fa’afafine is een Samoaanse gendercategorie die essentieel geacht wordt voor familiebanden en familietaken. Fa’afafine worden geroemd om hun werkethiek en toewijding aan hun families. Fa’afafine worden grotendeels geaccepteerd en geliefd op Samoa, behalve door bepaalde christelijke groepen.

GVF0302

Gender is een westerse uitvinding

Socioloog Oyèrónké Oyèwùmí: vóór kolonisatie was de West-Nigeriaanse bevolking genderloos.

jason-leung-705076-unsplash

Zo spreek je transgender personen op de juiste manier aan

We houden ons taalgebruik rond transgender personen tegen het licht.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
profielfoto1

Olave Nduwanje

Olave is jurist, activist en politica. Ze is een non-binaire trans femme, feminist, veganist en schrijfster. Olave is geboren in Burundi …
Profielpagina

Advertentie

wca2018_600x500_oneworld