Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

April: OneWorld Maand
van de Kleding 

Op 24 april 2013 stortte in Bangladesh kledingfabriek Rana Plaza in, met ruim 1100 doden tot gevolg. Reden voor OneWorld om twee jaar na dato april tot Maand van de Kleding uit te roepen, en te kijken of er iets verbetert in de kledingindustrie en of ‘fatsoenlijke’ kleding een beetje wil doorbreken. En hoe staat het met het kleedgedrag van mode-iconen en andere bekende Nederlanders? OneWorld inspecteert ook de eigen kledingkast en tipt adresjes voor mooie, duurzame kleding.

"Er is inderdaad een tekort. En het is volledig aan donoren om dat aan te vullen." Srinivas Reddy van de International Labour Organisation ILO weet ook niet hoe het kastekort in het Rana Plaza Fonds zo snel mogelijk kan worden aangezuiverd, zegt hij over de telefoon vanuit Dhaka, en schetst meteen het dilemma: "Geld storten in het fonds gebeurt op vrijwillige basis." Als landendirecteur van ILO voor Bangladesh is Reddy nauw betrokken bij het verbeteren van de werkomstandigheden in de kledingindustrie en de rechten van de arbeiders. 

Het Rana Plaza Trust Fund werd eind 2013 opgezet, om geld voor slachtoffers of nabestaanden in te zamelen. Dat moet worden opgebracht door de kledingmerken die hun kleding in Rana Plaza lieten maken, maar ook andere kledingmerken en organisaties waren en zijn welkom om bij te dragen. Inmiddels zit bijna 18,5 miljoen euro ($ 21 mln) in kas inclusief de bijdrage van het fonds van de Bengaalse premier: 2,29 miljoen euro ($ 2,49 mln). Maar er is 26,5 miljoen euro ($ 30 mln) nodig. Er moet dus nog een kleine 8 miljoen ($ 9 mln) euro binnenkomen.

Tot nog toe hebben slachtoffers in totaal 40 procent ontvangen van het bedrag waar zij recht op hebben. En op 10 maart jl. kondigde het Fonds de volgende betaalronde ergens dit voorjaar aan voor de 5000 personen die afhankelijk zijn van omgekomenen of van gewonde werknemers en die een claim voor schadeloosstelling hebben ingediend bij het Fonds. Zij krijgen nu een aanvullende betaling van 30 procent en hebben dan 70 procent ontvangen van waar zij recht op hebben. De openstaande 30 procent komt er alleen als kledingmerken (opnieuw) storten.

Rana Plaza in cijfersHet acht verdiepingen tellende Rana Plaza-gebouw stond aan een drukke weg in Savar, voorstad en industriële zone ten noordwesten van hoofdstad Dhaka. Het was gebouwd op moerassige grond en de vier bovenste verdiepingen waren er illegaal op gezet. Op 23 april stortte het gebouw in, nadat de dag ervoor scheuren waren ontdekt in de constructie. Werknemers die daarom niet wilden gaan werken, zouden worden gekort op hun loon. Daarom gingen de meesten van de ca. 5000 werknemers de volgende woensdagochtend gewoon aan het werk. Rana Plaza wordt beschouwd als de grootste ramp in de kledinindustrie ooit, met waarschijnlijk 1138 doden, 2515 gewonden en 140 vermisten.

Benetton belooft te betalen, bijna twee jaar na dato
Maar wie trekt dan de portemonnee voor die laatste miljoenen? In ieder geval uiteindelijk ook Benetton. Als kledingbedrijf dat ten tijde van de ramp kleding liet maken in Rana Plaza, weigerde het Italiaanse merk te doneren aan het Rana Plaza Fonds, ondanks toenemende internationale druk. Afgelopen februari verklaarde Benetton (misschien gezwicht onder alle oproepen plus een recente petitie om te betalen van Avaaz, die ruim een miljoen handtekeningen opleverde) dat het bereid is tot compensatie. Met hoeveel geld het modemerk over de brug komt is nog onbekend. Vóór 24 april 2015 zal Benetton het bedrag bekendmaken en storten in het Fonds. 

Maar stel dat dat niet gebeurt, hoe moeilijk kan het zijn om die resterende paar miljoen euro bij elkaar te sprokkelen? Nu Benetton heeft beloofd te betalen blijven er nog veertien niet-betalers over van de in totaal 29 kledingmerken die kleding lieten maken in Rana Plaza. Verder hebben aan Rana Plaza gelinkte bedrijven als Mango, Matalan, and Walmart vooralsnog geen substantiële bedragen gestort, stelt Sam Maher van Clean Clothes Campaign in een recent persbericht. Alle bedrijven die een link hadden met het Rana Plaza-gebouw wordt (nog eens) dringend gevraagd om hun donaties te verhogen, zodat de benodigde 26,5 euro er alsnog komt. Ook de regering van Bangladesh, aan wier fonds meteen na de ramp veel geld is geschonken, plus de Bengaalse werkgeversvereniging BGMEA zouden meer kunnen bijdragen, aldus Maher. H&M Conscious Foundation – H&M produceerde niet in Rana Plaza – maakte op 17 maart bekend dat zij om humanitaire redenenen nogmaals geld, $ 100.000,- zullen overmaken.

Hoeveel geld krijgen slachtoffers?
Deze twee rekenvoorbeelden zijn gebaseerd op reële (omgekomen) personen.
Ze zijn slechts bedoeld om een indruk te krijgen van wat een werknemer m/v
zou kunnen ontvangen, benadrukt het Rana Plaza Agreement

Een werkneemster(20)Zoon 4, dochter 2, man 32, vader 60, moeder 55 jaar
Maandloon op het moment van het ongeluk: € 59,29
Compensatie op basis van (verhoogd) maandloon van € 101,-

Was de vrouw totaal arbeidsongeschiktheid geraakt dan zou ze bij leven 
60 % van € 101,- = € 60,60 ontvangen
Nu ze is overleden bedraagt de uitkering:
bij 3 afhankelijke personen eveneens € 60,60
bij 2 afhankelijke personen: € 55,55
bij 1 afhankelijk persoon: € 50,51

Een werknemer (35)Zoon 11, dochter 6, vrouw 28, vader 65, moeder 55 jaar
Maandloon op het moment van het ongeluk: € 195,67
Compensatie op basis van (verhoogd) maandloon van € 310,61

Was de man totaal arbeidsongeschiktheid geraakt dan zou hij bij leven 
60 % van € 310,61 = € 186,37 ontvangen
Nu hij is overleden bedraagt de uitkering:
bij 3 afhankelijke personen eveneens € 186,37  
bij 2 afhankelijke personen: € 170,83 
bij 1 afhankelijk persoon: € 155,31

De maandelijkse uitkeringen worden jaarlijks geïndexeerd.

'Zorg voor onze mede-mens'
Zouden Nederlandse modemerken misschien nog willen bijdragen? Voor alle duidelijkheid: geen enkel Nederlands bedrijf deed zaken met Rana Plaza. Modemerk WE mailt desgevraagd dat 'we [.] geloven in structurele verbetering van de arbeidsomstandigheden in de gehele kledingindustrie in Bangladesh [..]. Ook heeft zorg voor onze mede-mens een plek in onze CSR strategie. In dat kader ondersteunen wij Rainbow Homes en geloven we dat wij de meeste impact kunnen genereren door focus aan te brengen in onze donaties. Daardoor vallen alle andere, zeer goede en zeer behoeftige doelen helaas voor ons af'. Ook Hema, Hunkemöller, MS Mode, G-Star tonen zich betrokken, maar storten in het Rana Plaza Fonds doen zij niet. Wel hebben deze en andere Nederlandse merken het Bangladesh Veiligheidsakkoord ondertekend, het programma dat in de nasleep van de ramp werd opgezet ter verbetering van de veiligheid in de kledingindustrie in Bangladesh [http://bangladeshaccord.org/]. In totaal ondertekenden 190 bedrijven dit Akkoord, waaronder 25 Nederlandse bedrijven (in dat rijtje is ook C&A International opgenomen.)

Het VeiligheidsakkoordVoluit: het Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh, een vijfjarenplan dat de kledingindustrie in Bangladesh veiliger moet maken. Het werd opgesteld in mei 2013. Bijzonder is dat de afspraken ter verbetering juridisch bindend zijn. Accord-inspecteurs hebben 1600 kleding exporterende fabrieken onderzocht en verbeterings- en reparatieplannen opgesteld. Ook ondersteunt het Veiligheidsakkoord arbeiders bij het opzetten van Safety and Health Committees, voor gezonde en veilige werkplekken

‘We voelen ons verantwoordelijk. Maar…’
“Wij voelen ons verantwoordelijk", zegt Jeroen van Dijken, secretaris van de Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Textiel VGT. "Met meteen een 'maar': we vinden dat de bedrijven die in Rana Plaza hun kleding lieten maken ten tijde van de ramp, hun verantwoordelijkheid moeten nemen. De voorzitters van de drie brancheorganisaties VGT, Inretail en Modint hebben een oproep gedaan aan al deze bedrijven om bij te dragen aan het fonds. Mét Inretail en Modint is ons standpunt: geen algemene oproep doen aan de hele textiel- en kledingsector, wel aan betrokkenen om de schade goed te maken aan de nabestaanden.”

Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking liet enige tijd geleden via een woordvoerder weten dat het 'onbegrijpelijk en teleurstellend [is] dat het fonds [..] nog niet gevuld is. Er is geen enkel excuus voor het treuzelen met de compensatie van de slachtoffers'. In juni 2014 riep de bewindsvrouw haar EU-collega's op om kledingbedrijven aan te sporen tot het nemen van hun verantwoordelijkheid. In een gezamenlijke verklaring spraken regeringsleiders van landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje en Nederland af dat zij kledingbedrijven in eigen land zouden aansporen om toch vooral gul te storten in het fonds. En ook bij andere gelegenheden vroeg Ploumen bijvoorbeeld de Nederlandse modebrancheorganisaties om 'druk uit te oefenen op de kledingbedrijven die nog een bijdrage moeten storten'.

Tweede grootste industrieIn de kleding- en textielindustrie, na de landbouw de tweede grootste nijverheidssector ter wereld, gaat per jaar ca. 1500 miljard euro (2012, fashionunited) om, en werken ca. 50 miljoen mensen. De meeste kleding uit Bangladesh wordt geëxporteerd naar Europa. Nederland importeert voor ca. 523 miljoen aan kleding uit dit land (BGMEA, 2012/2013).

Bang voor precedentwerking
Christa de Bruin van de Schone Kleren Campagne wijt het gat van Rana Plaza aan 'gebrek aan verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven'. De Bruin: "Het is treurig dat het gat nog niet gedicht is. Dit compensatieprogramma is breed gedragen en ook over het benodigde bedrag is overeenstemming, maar bij het bijeen krijgen van het eindbedrag blijft iedereen naar elkaar wijzen. Bedrijven zijn bang voor precedentwerking, in de zin van: 'we willen bij de volgende ramp niet weer de klos zijn'. Hier is echt sprake van gebrek aan leiderschap."

Het recht op genoegdoening zit nog niet tussen de oren van bedrijven, stelt De Bruin. "Dit is voor het eerst dat er een regeling is opgezet die voorziet in compensatie voor slachtoffers, waarbij bedrijven verantwoordelijk zijn voor het daadwerkelijk betalen van die schadeloosstelling. Het Rana Plaza-compensatieprogramma is het prototype van een regeling die ook in de toekomst bij ongelukken kan worden toegepast en heeft zich al bewezen in de Tazreen-zaak. Maar eigenlijk is dit compensatieprogramma niets nieuws; we hebben het hier over basisrechten."

Volgende week: hoe de inspecteurs van het Bangladesh Veiligheidsakkoord leunen op de kledingmerken.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
annemiek huijerman

Annemiek Huijerman

Journalist, leest en schrijft graag over Zuid-Azië en het Midden-Oosten, en volgt de internationale kledingindustrie.
Profielpagina