Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Wijlen Anil Ramdas schreef in 1997 een beschouwing over het toen zeven jaar oude fenomeen van afgeven op politieke correctheid. Zeven jaar waarin eerlijkheid werd gebruikt “als smoes om onbeleefd te zijn”; zeven jaar die zogenaamd zouden leiden tot echte, eerlijke, inhoudelijke discussie. Dixit Ramdas: “Is er überhaupt ergens over gediscussieerd? Ik heb er weinig van gemerkt.”

Twintig jaar later is er weinig veranderd. Politieke incorrectheid is nog steeds de schaamlap waarmee racisme, seksisme, en gebrek aan inhoud worden verhuld, het excuus om te schoppen tegen alles wat niet aan de heersende norm voldoet, onder het mom van rebellie tegen die rare linkse mensen die niets willen horen. Alsof het uiten van je racistische meninkjes een nobele vorm van verzet is.

“Je mag ook niets meer zeggen tegenwoordig,” klinkt het dan. Helemaal niets – tenzij je begint met “je mag het tegenwoordig niet zeggen, maar...” Een toverspreuk die ervoor zorgt dat de woorden die je niet meer mag zeggen, plotseling in de wereld verschijnen. Oeps. Zo maar. Mag niet, maar ja, het is nu eenmaal gebeurd, en nu kunnen we allemaal instemmend lachen om hoe je niets meer mag zeggen tegenwoordig. Zonder die echte, inhoudelijke discussie waar het zogenaamd om zou draaien, natuurlijk.

Machtsongelijkheid en sociale druk

Het blijft altijd onduidelijk van wie je die dingen nu niet mag zeggen, en wat dat ‘niet mogen’ nu precies inhoudt, wat de gevolgen zouden zijn als je het toch doet. Zoveel voorbeelden van mensen die zijn ontslagen of vervolgd wegens het uiten van een niet ‘politiek correcte’ mening hebben we in Nederland nou ook weer niet. Realistisch gezien blijven de gevolgen meestal beperkt tot wat ongemakkelijkheid in de sociale omgeving, als dat al gebeurt.

Sociale druk is niet noodzakelijk onschuldig, natuurlijk, vooral als zij gepaard gaat met machtsongelijkheid. Voorbeelden te over in mijn sociale omgeving: het zorgt ervoor dat slachtoffers van seksueel geweld hun werk verlaten, dat mensen het alledaagse racisme op de werkvloer niet durven benoemen, omdat zij weten dat hun carrière dan zou stokken, en dat wetenschappers hun onderzoek naar racisme niet publiceren, omdat zij weten wat er gebeurt als GeenStijl het oppikt.

Maar bij politieke correctheid is er echter zelden sprake van machtsongelijkheid. Sterker nog, het is een verdienmodel geworden, en een manier om macht te vergaren. De Telegraaf Media Group heeft haar halve bedrijf erop gebouwd, en daarmee de politieke ambities van mensen als Jan Roos en Annabel Nanninga gefinancierd. Maar ook in andere media is het ventileren van politiek incorrecte meningen brandstof voor de eigen carrière. Thierry Baudet had een aantal jaar geleden nog een vaste column bij het NRC, bijvoorbeeld, en met het aantal woorden dat columnisten aan het verfoeien van politieke correctheid hebben verspild zou je een fikse bibliotheek kunnen vullen. Ook in ons kabinet is er geen sprake van sympathie voor ‘politieke correctheid’, terwijl de PVV en Forum voor Democratie er niet eens inzitten.

Een bedreiging voor de vrije meningsuiting

Ik kan me zodoende slecht aan de indruk onttrekken dat het verzet tegen politieke correctheid vooral verzet is dat er überhaupt tegenspraak bestaat; dat iemand de euvele moed heeft om je te vragen na te denken over je woorden. Er wordt helemaal niet om debat gevraagd, maar een aanname gemaakt dat de politiek incorrecte mening breed wordt gedeeld, en dat wie je tegenspreekt de eerlijke consensus blokkeert. Dan is er inderdaad geen sprake van echte discussie: daar valt niet mee te praten.

Toch blijft het idee bestaan dat ‘erover praten’ de weg vormt naar een oplossing. Hoe je met een discussie ooit een fundamenteel meningsverschil zou kunnen oplossen, wordt echter nooit duidelijk –lippendienst aan ‘consensus’ lijkt te volstaan als uitleg. Als een hoogleraar in de Volkskrant kan beweren dat we van de val van de Sovjetunie moeten leren dat ‘het Westen’ een “harde ideologische discussie” moet aangaan om zich te verdedigen, lijkt het toppunt van absurditeit me wel bereikt. Geen materiële analyse, geen machtsverhoudingen, en geen interne strijd in het westen of de Sovjetunie. Nee: een homogeen beeld van het Westen, dat zich eensgezind uitliet over de correcte politieke ideologie, en door te praten de overwinning bereikte.

Het is precies die visie die ten grond ligt aan een concrete bedreiging voor vrije meningsuiting: de notie dat ‘wij’ een eensgezinde mening moeten propageren om onszelf te verdedigen. Een notie die zo uit de pen van Baudet had kunnen komen, en dat ook deed: afgelopen weekend herhaalde hij zijn wens om het budget van de NPO te korten vanwege de onwelgevallige politieke meningen die hij daar denkt te zien. Die linkse meningen staan de verdediging van het avondland alleen maar in de weg, natuurlijk.

Het Forum voor Democratie is niet de enige partij die iets tegen linksigheid wil doen: eerder had de VVD het plan om eens goed gaan inventariseren wat de politieke (verondersteld linkse) meningen van universitair docenten waren – een voorstel dat, gegeven de context, moeilijk anders valt te interpreteren dan als een aanval op de academische vrijheid. Niets sociale druk: rechtse politieke partijen maken zich klaar voor onderdrukking van de speekvrijheid met materiële middelen. En dat lijkt mij een stuk belangwekkender dan het oneindige, inhoudsloze gebrabbel over het recht om politiek incorrect te zijn.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Sander-Philipse

Sander Philipse

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American Football maar vindt progressieve zaken ook belangrijk.
Profielpagina