Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In ongerept regenwoud ter grootte van 240.000 hectare in de Braziliaanse provincie Mato Grosso leven twee van de laatste drie Piripkura­indianen. Het zijn Pakyî en zijn neef Tamandua, de een nu ongeveer 52, de ander rond de 40 jaar.

Ze trekken er naakt rond en leven van noten, yamwortels en honing. Die halen ze met hun blote handen uit de honingraten, terwijl ze voortdurend worden gestoken. Daar zijn ze aan gewend. Ook vissen ze op een speciale manier: ze gooien de giftige schors van een boom in een poel, die zuurstof aan het water onttrekt. Daardoor komen de vissen bovendrijven.

Samen vormen ze één van de 26 ‘geïsoleerd’ levende indianenvolken in Brazilië die zijn erkend en die bestaan naast de ruim tweehonderd andere, grotere

indianenvolken. Hun status is gelijk de redding van het oerwoud om hun heen. Want de Grondwet van 1988 bepaalt dat het leefgebied van ‘geïsoleerde’ volken streng beschermd moet worden tegen houtkap en mijnbouw. Dan moet echter wel worden aangetoond dat de indianen in kwestie er nog in leven.

Toegewijd en gepassioneerd

“Tijdens een lezing in 2016 hoorde ik Jair Candor vertellen hoe hij elke paar jaar het oerwoud doortrekt om bewijzen te vinden dat de twee er nog zijn”, vertelt Mariana Oliva, een van de twee regisseurs van Piripkura, waarin Pakyî en Tamandua een hoofdrol spelen. Oliva is met cameraman Bruno Jorge aanwezig op het International Documentary Festival in Amsterdam, afgelopen december. De film won er de Amsterdam Human Rights Award 2017.

“Candor is een toegewijde, gepassioneerde ranger van Funai, de overheidsinstantie die Braziliaanse indianen en hun leefgebied moet beschermen”, vervolgt ze. “Hij liet beelden zien van eerdere ontmoetingen met de Piripkura. We waren diep onder de indruk. Gelukkig konden we hem ervan overtuigen onze filmploeg mee te nemen op een volgende zoektocht.”

Kijk op 26 maart met ons mee!
Samen met een beperkt aantal OneWorld-vrienden (met introducee) kijkt de redactie op 26 maart naar de film Piripkura met aansluitend een nabespreking met onze hoofdredacteur, Jair Candor en regisseur Renata Terra. Wil jij ook bij deze screening in Filmhuis Den Haag zijn? Meld je dan hier aan.

“De Piripkura worden niet gevonden, ze bepalen zelf of ze zich laten vinden”

‘Ze komen eraan!’

Piripkura, waarin dit archiefmateriaal subtiel is verweven, laat zien hoe de ploeg twee keer een week in het dampende oerwoud speurt naar de twee indianen. Alleen de reis naar het gebied toont al waarom de film belangrijk is: ze rijden door kaal landschap vol boomstronken en net afgebrand woud, dat nog smeult – allemaal gekapt voor veeteelt of velden vol soja.

“In Mato Grosso is dit inmiddels het normale landschap”, zegt Oliva. “De gebieden van de ‘geïsoleerde’ indianen vormen groene vlekken in kaalgekapt gebied. Met Google-maps pik je ze er zo uit.”

De ploeg vindt de twee niet en strijkt gefrustreerd neer in een sobere buitenpost van Funai. “Iedereen was daar in zichzelf gekeerd met iets bezig. Niemand zei iets, twee uur lang. En ineens klonk er geschreeuw. ‘Ze komen eraan, ze komen eraan!’, hoorde ik. Daar waren ze. Ik kon het niet geloven”, vertelt cameraman Bruno Jorge.

De Piripkura waren naar de buitenpost gekomen om nieuw vuur te halen. In 1998 hadden Pakyî en Tamandua een brandende toorts meegekregen tijdens een eerder contact met Funai-mensen. Na achttien jaar was het vuur echter gedoofd. Ze hebben nu alleen een hol stammetje bij zich, waarin ze anders een smeulende toorts meedragen. Oliva: “De Piripkura worden niet gevonden, ze bepalen zelf of ze zich laten vinden.”

Gearmd in een hangmat

De aanwezigheid van de twee leverde ‘magische’ scènes op in de film, zoals Oliva ze beschrijft. De Funai wil dat de twee medisch worden onderzocht, maar de verpleegkundige die dat moet doen, komt pas drie dagen later aan. Tijdens het lange wachten liggen de twee mannen gearmd in een hangmat, in een roerend shot dat hun genegenheid voor elkaar laat zien.

Jorge: “De tweede dag werden ze ongeduldig, rusteloos. Geef ons vuur, dan kunnen we gaan, gebaarden ze.” Niemand spreekt echter nog hun taal. Ook een tolk die Tupi Kawahiva sprak, een veel gesproken taal onder indianenvolken in de provincie Mato Grosso, begreep bijna niets van wat ze zeiden. Jorge: “Uiteindelijk ben ik met mijn lichaam gaan communiceren, en ging zelfs met ze dansen. Onderling praten ze wel veel, is te zien op beelden die Condor tijdens eerdere contacten had gemaakt.”

“Er is erg weinig kennis over de indianenvolken en hoezeer ze worden bedreigd”

Uiterst conservatieve regering

Oliva wil de film ook graag distribueren in Brazilië zelf. “Er is erg weinig kennis over de indianenvolken en hoezeer ze worden bedreigd.” Zo is de grens van het Piripkura-gebied in 2008 vastgelegd, maar in de meeste andere gebieden voor ‘geïsoleerde’ volken is de demarcatie van de grenzen nog altijd niet afgerond. Mede dankzij de huidige uiterst conservatieve regering van Michel Temer, die in 2016 aantrad en die volgens Oliva ‘erg gevoelig’ is voor de lobby van de ‘agrobusiness’, staat het werk van Funai onder druk door grote bezuinigingen.

“Funai is een overheidsinstelling, met goede mensen als Jair Candor”, licht Oliva toe. “Maar de regering-Temer wil Funai’s begroting voor de bescherming van geïsoleerde volkeren, die nu al minimaal is, met ruim een derde korten.” Buitenposten zoals je die in de film ziet, moeten dan sluiten.

286cd901-3333-44fc-840a-6b7172f517441
Onder leiding van gids Jair Candor doorkruist de filmploeg het regenwoud op zoek naar de indianen.

Illegale houtkap

Nu al is de controle minimaal. Zo wordt de laatste jaren veel Ipê geroofd uit het Piripkura-gebied, kostbare hardhoutbomen. Candor liet vorig jaar een grote partij illegaal gekapt hout in beslag nemen, waarna de vermoedelijke rovers een aanslag pleegden op Ibama, de milieuorganisatie van de overheid. Acht wagens van Ibama zijn daarbij uitgebrand. Oliva: “Candor zelf is vorig jaar met de dood bedreigd, vermoedelijk ook door illegale houthakkers. Ze zouden 50.000 dollar op zijn hoofd hebben gezet, hoorde hij via-via. In november heeft Funai hem uit het gebied gehaald en elders in het Amazonegebied te werk gesteld. Hij doet daar onderzoek naar de vermeende moord op een tiental indianen.”

Het bericht over de moord past in een patroon, zegt Oliva. “De leiders van de drie belangrijkste inheemse volken van Brazilië, de Davi, de Kopenawa en de Yanomami, publiceerden een open brief, waarin ze zeggen dat ze in decennia niet zoveel geweld tegen indianen hebben meegemaakt als in 2017.”

“We hopen dat de film de druk op de regering vergroot om de indianen en hun leefgebied te blijven beschermen”

Massamoord

De decimering van de indianenvolken in eerdere decennia komt in de film ook ter sprake. De zus van Pakyî, die in de jaren ’80 in een dorpje buiten haar oorspronkelijke leefgebied is gaan wonen, verwijst in de film naar de massale moordpartijen op de Piripkura in de jaren ’70, de jaren van de militaire dictatuur. “Zij was nog een kind toen. Na de massamoord trokken de overlevenden per boot naar het huidige Piripkura-gebied”, vertelt Oliva.

Vooral de komst van de autowegen, die het gebied ontsloten, betekende het doodvonnis voor vele indianenvolken, door de verspreiding van ziektes en de moordlustige goudzoekers, veehouders en anderen.

Oliva: “De Tapayunas telden in 1968, toen het eerste contact met hen plaats had, nog vierhonderd leden. Een jaar later waren er 41 over. Ze werden ‘samengevoegd’ met de Xingu, en waren hun land kwijt. Het Cinta Larga-volk in Mato Grosso ging in enkele jaren terug van vijfduizend naar duizend. Dat is allemaal heel recent gebeurd. De getuigen leven nog.”

Kwetsbare bescherming

Oliva noemt nog een ‘gevaarlijke’ bedreiging. “De regering wil een amendement aannemen op de Grondwet van 1988, waardoor indianen hun leefgebied kunnen kwijtraken als ze niet kunnen aantonen dat ze daar al in 1988 woonden. Hoe kun je nu verwachten dat indianen, die voor hun leven vrezen, hun papieren in orde zouden hebben over 1988? Come on. De huidige regering probeert alles wat met veel moeite is bereikt, weer teniet te doen.”

En dan is er de ontbossing. Onder de socialistische president Luiz Inácio Lula da Silva was de houtkap met 80 procent afgenomen, van 27.700 vierkante kilometer in 2004 naar 4500 vierkante kilometer per jaar in 2012. Maar in 2016 en 2017 bedroeg de kap alweer respectievelijk 7893 en 6624 vierkante kilometer, aldus met een satelliet vergaarde gegevens van het INPE, het Braziliaanse Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek.

Als ook Pakyî en Tamandua ooit overlijden, betekent dat bijna zeker het einde voor de bescherming van hun leefgebied, zegt Oliva. “We hopen dat de film, die ook op scholen en universiteiten te zien zal zijn, de druk op de regering vergroot om de indianen en hun leefgebied te blijven beschermen.”

Op het jaarlijkse Movies that Matter Festival staan mensenrechten, vrede en vrijheid centraal. Van 23 tot en met 31 maart zijn er zo’n zeventig speelfilms en documentaires te zien in de internationale stad van Vrede en Recht, Den Haag. Er zijn diverse thema’s, zoals Save The Planet over duurzaamheid, On the Move over migratie en Second Seks over de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Er zijn masterclasses, inleidingen, Q&A’s, muziekoptredens en een expositie.

Ook Jair Condor is te gast op het festival. Voor het programma met dagen en tijden van vertoningen en kaartverkoop (vanaf 8 maart) via Movies that Matter.

Piripkura, een van de hoogtepunten van het Movies that Matters Festival (23 t/m 31 maart), is een poëtisch verslag van de zoektocht naar twee van de laatste drie nog levende Piripkura-indianen in het Amazonegebied

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Bruyne2c-Marnix-de-c-Allard-de-Witte-rechtenvrij

Marnix de Bruyne

Profielpagina