Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

BalkanrouteServië maakt deel uit van de zogenoemde Balkanroute die vluchtelingen uit Syrië gebruiken om naar Europa te komen. In Servië lopen zij echter tegen de streng bewaakte grens van Hongarije op, waardoor ze geen kant meer op kunnen. Maar niet 

alle vluchtelingen kunnen onderdak vinden; 82 procent van de migranten bevinden zich in opvangcentra die gefaciliteerd worden door de Servische overheid. Maar ook daar binnen is de hulpverlening ontoereikend, vertelt Robert Verduyn van Stichting Vluchteling: “Wij sturen stapelbedden, heaters en kleding.” 

De overige vluchtelingen moeten zich warm proberen te houden zonder faciliteiten. Ze schuilen daarom tegen regen en sneeuw in leegstaande gebouwen, zoals oude kantoorpanden of fabrieken. 

Nét op tijd grijpt een jonge man me bij mijn arm. Het pad waar ik loop is onverhard, ligt vol afval en modder. Ik had het niet in de gaten maar het is spekglad. De man behoedt me voor een lelijke val. Dankbaar knik ik naar hem, en zie dan hoe ongelofelijk vies hij is. Zijn kleding glanst van smerigheid, er ligt een dikke laag vuil op zijn handen en gezicht.

Ik bezoek een leegstaand complex, op de nominatie om afgebroken te worden, achter het station, in het hart van Belgrado, de hoofdstad van Servië. Zeker duizend mannen van alle leeftijden, jongetjes nog van soms zelfs pas 8 jaar, hebben hier hun intrek genomen toen hun tocht naar West-Europa in Servië strandde. De meeste vluchtelingen en migranten komen uit Afghanistan en Pakistan, maar ik spreek ook Syriërs, Irakezen en zelfs iemand uit Eritrea. Officieel is de Balkanroute naar het westen gesloten, officieel kan niemand vanuit Turkije naar het land van 'moeder Merkel', Zweden of Nederland. Maar toch komen elke dag honderd nieuwe mensen in Servië aan, vooral vanuit Bulgarije maar ook via Macedonië uit Griekenland. Verder reizen is ingewikkelder, Hongarije laat nog twintig mensen toe, per werkdag. Honderd per week dus, maximaal. Kroatië probeert iedereen tegen te houden. De beste hoop voor de 7500 vluchtelingen en migranten om het veilige, rijke Westen te bereiken zijn de meedogenloze mensensmokkelaars die rondhangen in een park vlakbij het station van Belgrado. Heel toepasselijk omgedoopt naar Afghan-park, naar de groepjes kleumende Afghanen.

 

 

Vrouwen en kinderen, ook hier het overgrote deel van de vluchtelingen en migranten, gaan naar de veel betere overheidscentra. Maar voor minstens 1500 mensen is daar geen plek, de centra zitten overvol. Bovendien willen de mannen zo dicht mogelijk bij de hoofdstad blijven, waar ze misschien het geluk hebben een goede smokkelaar te vinden. Ook zijn ze bang teruggestuurd te worden naar Bulgarije of Macedonië. En zo is het complex achter het hoofdstedelijke station volgelopen met alleen reizende mannen en jongens. 

De winter heeft ongenadig toegeslagen dit jaar in het oosten van Europa. Het kwik daalde de afgelopen periode tot wel 20 graden onder nul. Nu is het beter, het wordt vandaag niet kouder dan 8 of 9 graden onder nul, maar de weersvoorspellingen laten voor de komende tijd opnieuw een somber plaatje zien van zware vorst en sneeuw.

 

 

 

 

De gebouwen waar de vluchtelingen schuilen tegen de winterse elementen hebben geen ramen en deuren, geen elektriciteit, geen water, geen verwarming. Ook nu, deze lichtere winterdagen, is het ijzig koud. Ik ben goed gekleed maar loop klappertandend rond. De vluchtelingen hebben niet net als ik zo'n fijne donzen jas, vaak lopen ze op slechte schoenen. Ik zie zelfs een man op papieren hotelslofjes. Binnen stoken ze vuurtjes van alles wat ze maar vinden kunnen om het vuur brandend te houden. De dikke, naar olie, plastic en vuil stinkende rook die in de gebouwen hangt is om te snijden. Ademhalen is moeilijk. En ook met de talloze vuurtjes blijft het koud binnen. De mannen hangen dicht rondom de vuurtjes bij elkaar, sommigen met meerdere dekens rond de schouders, uitgedeeld door vrijwilligers of hulporganisaties.

Die hulp kan alleen stiekem worden gegeven, en wordt oogluikend toegestaan door de autoriteiten die niet willen dat de mannen aangemoedigd worden op deze plek te blijven. Grootschalige, zichtbare hulpverlening leidt zonder twijfel tot problemen voor de hulporganisatie in kwestie. Daarom worden schrijnende gevallen stilletjes naar een andere plek in de stad geloodst en daar geholpen. Ik bezoek zo'n plek waar een rijtje mannen door de dienstdoende arts vanwege schurft of luizen naar de douche gestuurd zijn. Hooguit enkele tientallen per dag kunnen zo worden geholpen.

Vrijwilligers delen gekookte warme maaltijden uit. Mochten deze hulpverleners het land uitgezet worden dan komen er gewoon nieuwe Spaanse, Duitse of Nederlandse jongeren die de mensonwaardige ellende niet verdragen en zelf in actie komen.

We ontmoeten mannen met blauwe ogen, kapotte lippen en hondenbeten. De grenswachten zijn niet zachtzinnig te werk gegaan.

Tussen de bergen stinkend afval liggen jonge jongens te wachten op een kans verder te reizen. Ik spreek tientallen tieners, door hun ouders op weg gestuurd in de hoop dat hun zonen het Westen makkelijker kunnen bereiken dan zijzelf. De succeskansen zijn bijzonder klein. We ontmoeten verschillende gewonde mannen. Op de Hongaars/Servische grens in hun kraag gegrepen door grenswachten die niet zachtzinnig te werk gingen, met blauwe ogen, kapotte lippen en zelfs hondenbeten tot gevolg. Ze zijn teruggestuurd en konden nergens anders heen dan naar dit helse complex.

 

 

Bij de enige kraan, buiten, proberen twee Afghanen zich met het ijskoude water te wassen, ze drogen hun natte armen bij het vuur dat brandende gehouden wordt met oude spoorbielzen. De chemicaliën die in de loop van de jaren in die bielzen terecht zijn gekomen geven zwaar giftige dampen. Het stinkt zo vreselijk dat ik het niet lang vol kan houden.

Die nacht word ik wakker, misselijk van de smerige rook waar ik naar ruik. In het holst van de nacht stap ik uit bed om te gaan douchen. Ik wel. 

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
670

Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van Stichting Vluchteling. Ze is opgeleid als cultureel antropoloog en heeft voor verschillende …
Profielpagina