Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Ashanti is een ceremonieel koninkrijk in Ghana en geen onbekende voor Surinamers die rechtstreeks afstammen van deze Afrikaanse gemeenschap. Dat haar koning op bezoek kwam, werd dan ook met alle mogelijke toeters en bellen aangekondigd. Maar niet iedereen verheugde zich op de komst van koning Otumfuo Osei Tutu II.

“De man kan hier niet komen. De Ashanti’s verkochten Afrikaanse slaven aan Europeanen. De directe voorouders van deze koning zijn verantwoordelijk voor onze ellende”, stelt Iwan Wijngaarde, voorzitter van de Feydrasi fu Afrikan Srananman (Federatie van Afro-Surinamers).

De directe voorouders van deze koning zijn verantwoordelijk voor onze ellende

Diplomatiek circus

Op 25 november 2018, de dag waarop de Surinaamse onafhankelijkheid werd herdacht, decoreerde president Desi Bouterse de koning van Ashanti tot ‘Drager van het Grootlint in de Ereorde van de Gele Ster’, de hoogste onderscheiding in Suriname. Wijngaarde ervaart de uitnodiging en decoratie van koning Otumfuo Osei Tutu II naar eigen zeggen als ‘een dubbele mep in het gezicht’. “Het is schandalig. Wat heeft deze koning gedaan voor Suriname, dat hij deze onderscheiding verdient?”, vraagt hij retorisch.

Uit protest weigerde de voorzitter aanwezig te zijn op onder andere de ceremoniële kranslegging bij het standbeeld van Kwakoe, het symboolbeeld voor de bevrijde slaven in Suriname. “Ik kan dit niet accepteren. Eerst moet er iets rechtgezet worden”, aldus Wijngaarde. Hij eist in de eerste plaats excuses van de koning, maar wijst daarnaast ook met de vinger naar de Surinaamse overheid voor hun onzorgvuldige houding ten aanzien van het bezoek.

“We delen een pijnlijk slavernijverleden met Ghana, en dan vooral met de Ashanti, want zij waren de grootste groep. Dat hun koning voor het eerst naar Suriname komt, ligt dan ook gevoelig bij de afstammelingen van tot slaaf gemaakten”, aldus Wijngaarde. Hij betreurt het dat er geen tijd of ruimte is gemaakt voor een gesprek over het verleden, en dat het bezoek van de koning is uitgedraaid op een diplomatiek circus.

ketikoti1

Excuseren kun je leren

De Nederlandse staat moet volgens velen sorry zeggen voor haar slavernijverleden.

Ashanti-koning houdt lezing

Ghana is officieel een democratie en kent haar eigen door het volk verkozen president. Het land telt 63 etnische groepen. De grootste groep is de ‘Akan’, die ongeveer 45 procent van de bevolking uitmaakt. Hiertoe behoort ook het Ashanti-koninkrijk. Dit is een ceremonieel koninkrijk, wat betekent dat de koning geen deel uitmaakt van de regering. Hij geeft zelf invulling aan zijn functie en hoeft daarover tegen niemand verantwoording af te leggen.

Elke link met het slavernijverleden van Suriname werd zorgvuldig vermeden

Koning van de Ashanti
De koning van de Ashanti

“Ik ben de belichaming van de ziel en eenheid van het Ashanti-volk”, zei Otumfuo Osei Tutu II tijdens zijn bezoek aan Suriname. Op verzoek van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo hield de koning een lezing over ‘de rol van traditioneel gezag in een moderne natiestaat’ op het universiteitscomplex. Zoals de koning zelf aangaf, ‘dwong dit onderwerp te kijken naar de pre-koloniale, koloniale en postkoloniale periode van Afrika’. Over het koloniale tijdperk was de koning uitermate voorzichtig in zijn woordkeuze. Elke link met het slavernijverleden van Suriname en de rol die zijn directe voorouders daarin hebben gespeeld werd zorgvuldig vermeden.

Voorwoord-en-Inleiding

Ook na de slavernij was je niet vrij

Een gesprek met Karwan Fatah-Black over zijn boek over de 'vrijen' van Suriname.

Slave raids

De geschiedenis leert ons dat Europa tussen de 17e en 18e eeuw in totaal 76 forten langs de kust van West-Afrika bouwde en/of veroverde. Nederland had daar een deel van, twaalf in Ghana. Fort Elmina was het grootste en belangrijkste fort in Ghana. Van hieruit werd de volledige transatlantische mensenhandel gedirigeerd. “Om de toevoer van meer slaven te garanderen speelden Europeanen verschillende Afrikaanse groepen bewust tegen elkaar uit. Dit deden ze door de verschillende leiders in wapens, geld en politieke macht te voorzien”, vertelt Valika Smeulders, onderzoekster uit Curaçao en gespecialiseerd in onder andere het koloniale verleden.

Onder druk van de Europeanen ontstonden er gewelddadige slave raids in het binnenland van Afrika. Slave raiders vielen dorpen binnen met het specifieke doel om mensen te ontvoeren. Deze zouden de handelaren dan later aan de Europeanen langs de kust verkopen. “De Europese vraag naar tot slaaf gemaakten stimuleerde deze handelaren om meer mensen aan te leveren. Uit puur economische motieven gingen zij op mensenjacht”, aldus Smeulders.

Slave raiders vielen dorpen binnen met het specifieke doel om mensen te ontvoeren

Verschil in slavernij

In het publieke debat wordt vaak de veralgemening gemaakt dat Afrikanen hun eigen mensen verkochten. Smeulders benadrukt dat enige nuancering hier op zijn plaats is. “Alleen de machthebbers en koningen profiteerden van de transatlantische mensenhandel. Daarbij waren ze zich er ook niet bewust van dat slavernij aan de andere kant van de oceaan iets heel anders betekende.” In tegenstelling tot de koloniale slavernij in Zuid-Amerika en de Caraïben, was slavernij in Afrika niet voorbehouden aan één specifieke groep. Wie een schuld had af te betalen moest daarvoor werken bij de schuldeiser. Ook kon je als krijgsgevangene in dienst van iemand worden gesteld. “Slavernij werd in Afrika niet van generatie op generatie overgedragen, noch had het te maken met huidskleur of heeft het geleid tot blijvende stigmatisering van één groep in de samenleving”, aldus Smeulders. Eenmaal in handen van de Europeanen waren de tot slaaf gemaakten niet meer dan een handelswaar. Hun menselijkheid werd hen afgenomen.

Eenmaal in de handen van Europeanen werden de tot slaaf gemaakten niet meer dan een handelswaar

Na een helse overtocht werden de tot slaaf gemaakten gedwongen zware arbeid te verrichten op plantages van de kolonisten in verschillende landen van Zuid-Amerika. Volgens het boek Ketens en banden, Suriname en Nederland sinds 1600 van auteur Eveline Sint Nicolaas, stierf gemiddeld 16 procent van de tot slaaf gemaakte Afrikanen tijdens de reis als gevolg van uitdroging of ziekten. Volgens diezelfde publicatie werden er alleen al tussen 1683 en 1713 naar schatting 124.954 mensen onder Nederlandse vlag gedwongen naar Suriname afgevoerd.

Excuses blijven uit

“Ik ben een nazaat van een slaaf, en ik voel dat nog steeds. Hier, in de mind”, zegt Iwan Wijngaarde terwijl hij met zijn vinger op zijn hoofd tikt. Hij had gehoopt op een spijtbetuiging van de koning, zijnde het niet voor de beslissingen van zijn voorouders dan wel voor de grote mate aan onverschilligheid die er de afgelopen jaren aan de dag is gelegd. Maar de koning heeft dit nagelaten tijdens zijn bezoek aan Suriname.

“Onze Afrikaanse cultuur is door de Europese kolonisator ontworteld, stukgeslagen en ondermijnd. Wij voelen nog steeds de gevolgen van jarenlange onderdrukking. Hoe kunnen wij de pijn verzachten? Het bezoek van de koning was de ideale gelegenheid om dingen een beetje recht te trekken. Dat is ons niet gegund. Vandaar mijn woede”, aldus Wijngaarde.

Het bezoek van de koning was de ideale gelegenheid om de koloniale pijn te verzachten

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
02

Zoë Deceuninck

Zoë Deceuninck is freelance journalist en werkt vanuit Suriname.
Profielpagina