Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Dit artikel maakt deel uit van de serie ‘2015: The future we want’ die OneWorld in 2013 initieerde.    

Met het einde van de millenniumdoelen in zicht zoeken we met z’n allen naar nieuwe methoden om hulp te laten werken. ‘Nieuwe en social media’ worden gezien als methoden tot succes. Maar internet, Facebook en Twitter bereiken de allerarmsten vooralsnog niet, zeker niet in noodsituaties.

Afgelopen jaren zijn nieuwe media en met name social media zoals Twitter en Facebook volop in aandacht gekomen van ontwikkelingswerkers. Deze methoden worden gezien als ‘de’ oplossing om hulpbehoevende mensen te bereiken en om doelstellingen, zoals het verspreiden van zoveel mogelijk voedsel, te behalen. Vooral binnen noodhulp lijkt de inzetbaarheid van nieuwe media veelbelovend. Is de bruikbaarheid van nieuwe media echt zo veelbelovend of lopen ontwikkelingswerkers simpelweg met een trend mee?

Haïti
Na de aardbeving van 12 januari 2010 in Haïti zijn nieuwe media voor het eerst op grote schaal ingezet bij de hulpverlening. Grote hulporganisaties zoals het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen gebruikten nieuwe media om op zowel internationaal en nationaal niveau te communiceren. Zo heeft Artsen zonder Grenzen met behulp van gebruikers van Twitter de Amerikaanse luchtmacht zover gekregen om hun cargovliegtuigen te laten landen. En heeft het Rode Kruis met een combinatie van Twitter, Facebook, blogs en tekstberichten miljoenen opgehaald bij particulieren wereldwijd. Interessante voorbeelden, maar vooral internationaal georiënteerd. De gewone Haïtiaan had geen toegang tot internet, waardoor speciale acties en projecten gefaciliteerd door nieuwe en social media op lokaal niveau nagenoeg niks uithaalden.

Rampen & Facebook: Na de aardbeving werden er door de gebruikers van Facebook 1500 updates per minuut gepost met als onderwerp Haïti. En hulporganisaties gebruikte Facebook voor het verspreiden van informatie.
Wyclef Jean & Twitter: Door het posten heeft de van origine Haïtiaan Wyclef Jean (rapper in de VS) miljoenen op weten te halen voor zijn stichting voor de slachtoffers in Haïti.
Reuters & Social Media: Omdat de internationale pers moeilijk aan informatie kwam vlak na de aardbeving maar nieuwsagentschap Reuters gebruik van social media om foto- en filmmateriaal te verzamelen.
Communicatie & Skype: Verschillende organisaties zoals de Verenigde Naties, BBC en CNN maakte gebruik van Skype om te communiceren met vrijwilligers en hulpteams wereldwijd.
WFP & Farmville: Het World Food Programme heeft door Farmville, een spelletje geïntegreerd op Facebook, 1,5 miljoen dollar opgehaald in 5 dagen.
Hulporganisaties & Ushahidi: Door crowdsourcing wist Ushahidi door nieuwe media en mobiele telefonie hulporganisaties te informeren over de plekken waar de meeste hulp nodig was.
 

Crowdsourcing
Toch vonden hulporganisaties in Haïti manieren om social media in te zetten op lokaal niveau. Na de aardbeving hadden hulporganisaties vaak niet genoeg informatie over de situatie ter plekke om hun werk zo effectief mogelijk uit te voeren. Door het gebruik van crowdsourcing – een methode om bij de bevolking kennis te verzamelen – konden hulporganisaties informatie inwinnen om zoveel mogelijk getroffen mensen te bereiken. Hierdoor konden hulporganisaties direct in actie komen en deze personen te hulp schieten. Echter, door de slechte internettoegang van de Haïtianen – tien procent van de bevolking vóór de aardbeving –  moest het vooral van mobiele telefonie komen. Dit werd vooral duidelijk toen een algemeen gratis telefoonnummer werd gelanceerd. Wanneer iemand in Haïti een sms-bericht stuurde en om hulp vroeg, werd dit bericht door vrijwilligers in westerse landen vertaald en in een kaart van Haïti verwerkt. Via deze weg werden per dag duizend tot tweeduizend berichten verwerkt. Op hun beurt konden de Haïtianen via de radio actuele informatie ontvangen. De best toepasbare technologieën in de lokale context van Haïti bleken dus nog steeds radio en mobiele telefoons te zijn.

Timo Beentjes (@TimoBeentjes) is fysiotherapeut en studeert Management, Policy-Analysis & Entrepreneurship in Health & Life Sciences aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Voor zijn master thesis onderzocht hij de toepassing van nieuwe en social media  na de aardbeving in Haïti. Momenteel doet hij onderzoek in Burundi. 

Internationaal versus lokaal 
Nieuwe media kunnen een belangrijke rol spelen in zowel noodhulp als in langdurige ontwikkelingshulp, lokaal en internationaal. Het praktijkvoorbeeld van Haïti laat zien dat nieuwe media en social media in internationaal verband succesvoller zijn dan lokaal. Internationaal zijn social media vooral een methode om draagvlak te genereren onder particulieren. Lokaal lijkt internettoegang te beperkt,  juist in landen die getroffen worden door natuurrampen. Dezelfde kanttekening geldt voor langetermijn-ontwikkelingshulp met behulp van nieuwe media in de allerarmste landen, want ook daar is internettoegang vaak beperkt. Hulporganisaties moeten dan ook voordat ze nieuwe en social media inzetten, gedegen onderzoek doen naar het gebruik en toegang in de lokale context.

Volg niet de trend
In Haïti hebben ontwikkelingsorganisaties het internationale gebruik van nieuwe media lokaal zo goed als gekopieerd, waardoor de getroffen bevolking – door beperkte internettoegang – niet werd bereikt en het gebruik van nieuwe media op lokaal niveau geen meerwaarde had. Zet daarom nieuwe media lokaal pas in wanneer daar aanleiding voor is. Volg tot die tijd niet de trend, maar blijf vasthouden aan radio en mobiele telefonie, technieken die hun succes al hebben aangetoond.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)