Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Milieuracisme is geen nieuw fenomeen. Het bestaan ervan wordt al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw bevestigd in rapporten en wetenschappelijke publicaties. De theorie stelt dat minderheden disproportioneel worden blootgesteld aan schadelijke bijproducten van industriële processen, zoals nucleair of giftig afval, luchtvervuiling en vervuilde grond en waterbronnen.

Het idee is dat industriële processen zowel voordelen (producten) als nadelen (afval en vervuiling) hebben, die niet eerlijk over verschillende bevolkingsgroepen zijn verdeeld. De mensen die in de directe omgeving van industrieterreinen wonen, ondervinden de meeste hinder van de nadelen. Het zijn vaak minderheidsgroepen die in deze onpopulaire en ongezonde omgevingen wonen, als gevolg van milieubeleid, historische segregatiepatronen, institutionele processen die minderheden blijven benadelen en niet gehoord worden in het besluitvormingsproces.

Hoe sterker de segregatie, hoe sterker minderheden worden blootgesteld aan schadelijke stoffen. In een Amerikaanse studie uit 2005 wordt geconcludeerd dat mensen die in een witte gemeenschap leven 1,8 procent kans hebben om in een schadelijke leefomgeving te wonen. Voor mensen in een minderheidsgemeenschap is dit een verbluffende 70,6 procent. Dit heeft natuurlijk een verwoestend effect op de gezondheid van deze laatste groep. De zwarte buurten rondom industriële complexen bij de Mississippi hebben niet voor niets de bijnaam Cancer Alley.

Klimaatverandering

Milieuracisme kan ook beschouwd worden in relatie tot klimaatverandering. Hoewel sceptici het klimaat als natuurkracht zien die logischerwijs geen onderscheid kan maken tussen de mensen die zij treft, klopt dit toch niet. De meest kwetsbare groepen zijn vaak minderheden die niet de middelen hebben om zich te wapenen tegen klimaatverandering, en ook minder goed weten te herstellen nadat een natuurramp of extreem weer  heeft plaatsgevonden. Neem bijvoorbeeld de stad Chelsea in de Verenigde Staten: de meest kwetsbare groepen wonen naast industriegebieden in de havens. Als de zeespiegel blijft stijgen, lopen deze buurten grote kans om onder water te lopen. Daarnaast bestaat er bij een overstroming of extreem weer ook de kans dat er schadelijke stoffen lekken vanuit de opslag van het industrieterrein, wat opnieuw de omringende buurten het hardst zal treffen.

De effecten van de natuur zijn, net zoals de negatieve effecten van industriële processen, niet eerlijk verdeeld. Zoals wetenschapper en beleidsmaker Atyiah Martin, die de veerkracht van de bevolking in het gebied bekijkt, concludeert: “We can pretty much predict who’s going to disproportionately suffer from these issues, whether it’s the snowstorm, whether it’s climate change impacts, whatever the issue is, it generally, exponentially, makes worse what people are already dealing with.”

Ook op mondiale schaal gaat deze ongelijke verdeling van kosten en baten op: de rijkste landen zijn voornamelijk verantwoordelijk voor het veroorzaken van het versterkte broeikaseffect. Toch worden de armere, zuidelijke landen het sterkst getroffen door de opwarming van het klimaat en de stijgende zeespiegel.

Milieuracisme in Nederland

Milieuracisme is niet alleen een Amerikaans fenomeen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft in 2004 een rapport naar buiten gebracht waarin het bestaan van environmental racism in de Rijnlandregio onderzocht werd. Hoewel het in de Nederlandse context lastig is om onderscheid te maken op basis van afkomst en inkomensniveau aangezien deze twee vaak samenhangen, kwam het RIVM toch tot de conclusie dat buurten met een hoog percentage niet-westerse migranten onevenredig worden blootgesteld aan luchtvervuiling en geluidsoverlast van treinen en vliegtuigen. Ook was er in deze buurten significant minder groene ruimte te vinden.

In vergelijking met de Verenigde Staten is er nog erg weinig onderzoek gedaan naar milieuracisme in de Nederlandse context, wat ook tot onwetendheid leidt. Sylvana Simons (Bij1) stelde dat zij ervoor gaat zorgen dat “over vier jaar heel Nederland zal weten wat milieuracisme is.” Of mensen het nu met haar standpunten eens zijn of niet, ik hoop dat zij het voor elkaar krijgt dat deze problematiek serieus wordt genomen. Want, zoals in 2016 in het wetenschappelijke tijdschrift Environment International werd geconcludeerd: “If we do not change the public policies that put the least powerful communities in positions where we are most vulnerable to environmental devastation, we will ensure a future in which only the elites survive.”

Foto: Creative Commons

Dit artikel verscheen eerder op www.sdgnederland.nl, het platform over Sustainable Development Goals.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Foto-Anna-terras

Anna Zuidmeer

Profielpagina