Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Wanneer bent u van plan te stoppen met uw onderzoek?”, vroeg een wethouder van een Gooise gemeente mij ooit aan het begin van mijn loopbaan toen ik nog bij de regionale krant werkte. Ik was een fraude op het spoor gekomen bij een onderwijsstichting. Daar was met statuten gesjoemeld zo bleek, iets wat ook was toegedekt door de lokale wethouders die daar al langere tijd weet van hadden. We publiceerden erover op de voorpagina van de krant. “Dit gaat slecht uitpakken voor jouw carrière”, herinner ik me nog dat de directeur van de stichting mij destijds over de telefoon zei.

Het zou achteraf allemaal reuze meevallen. Het was terugkijkend een ietwat knullig dreigement van een bestuurder met beperkte media-ervaring, die even zijn zelfbeheersing verloor.

Vrijwel iedere journalist krijgt er wel eens mee te maken: partijen die niet zo blij zijn met je gegraaf en proberen je op andere gedachten te brengen. Dat kan vrij onschuldig zijn, zoals die woordvoerder die steeds maar niet terugbelt. Maar het kan ook zorgwekkende vormen aannemen, iets wat ik merk sinds ik schrijf over de grote chemische bedrijven. Ik heb de afgelopen tijd met name veel geschreven over de multinational Monsanto, een firma die voor miljarden euro’s aan pesticiden en landbouwzaden verkoopt, en recent is overgenomen door de Duitse farmaceut Bayer. Bij OneWorld onthulden we dat Monsanto sjoemelde met wetenschappelijke studies naar de gezondheidsrisico’s van hun meest beruchte pesticide: Roundup. Sindsdien heb ik laster ervaren van een iets meer geraffineerde aard.

Eco-activist

Een lach van ongeloof is mijn eerste reactie wanneer mij op de avond van 8 oktober 2018 een bizar Amerikaans opiniestuk onder ogen komt. “You’re rattling people”, appt een Amerikaanse collegajournalist mij, die het artikel al heeft gelezen. Dr. Henry Miller, zo heet de medisch specialist die als auteur vermeld staat. Het artikel gaat over mijn werk als onderzoeksjournalist. Maar Miller noemt mij geen journalist: “Vincent Harmsen, een Nederlandse activist die zich voordoet als onderzoeksjournalist”, schrijft hij in het artikel dat verschijnt op meerdere Amerikaanse websites, maar als eerste op The Daily Caller, een nieuwssite populair in conservatieve kringen.

Miller is goed op de hoogte van mijn bezigheden. Met financiering van de Vlaams Nederlandse Journalistenbeurs werk ik sinds 2017 aan een project waarbij ik correspondenties opvraag tussen universiteiten in Nederland en België en de chemiegiganten Bayer, Monsanto, Syngenta en BASF.

“Eco-activisten misbruiken wetten die transparantie vereisen van bepaalde communicatie”, schrijft Miller in zijn opiniestuk, “om iedereen die het niet met hun agenda eens is te bestoken, intimideren en besmeuren. Dat is wat Vincent Harmsen doet door een hele lawine aan informatieverzoeken uit te storten over overheden en academici uit de hele Europese Unie.”

monsantoneus
Beeld door: Mounir de Vries

Miller schrijft dus dat ik een activist zou zijn, die zich vermomd heeft als onderzoeksjournalist, en dat mijn doel is om de goede naam van wetenschappers te besmeuren. En zijn complottheorie gaat nog een stapje verder. Miller oppert dat mijn onderzoek in het geheim in samenspraak met milieuorganisaties tot stand is gekomen. Het vreemde aan Miller’s aantijgingen: er staat geen enkele feitelijke onderbouwing of bronvermelding in het stuk.

Het interessante is ook: ik ken Miller. Althans, ik heb eerder voor OneWorld over hem geschreven. Ook werkte ik mee aan een reportage voor radioprogramma Reporter Radio waarin we aandacht besteedden aan Miller. Daarin onthulden we dat Miller, lange tijd werkzaam voor het zeer gerespecteerde Hoover Institution van de Amerikaanse Stanford Universiteit, er in 2017 op is betrapt dat een eerder opiniestuk van hem in het geheim werd geschreven door … medewerkers van Monsanto. Dat staat zwart op wit in e-mails van het bedrijf die een federale rechtbank in San Francisco openbaar heeft gemaakt (zie kader).

Banden met de tabaksindustrie

In de Verenigde Staten wordt Monsanto momenteel geconfronteerd met bijna tienduizend kankerpatiënten die stellen dat ze ziek zijn geworden door Roundup, de controversiële pesticide van het bedrijf. Als gevolg van deze schadeclaimrechtszaken zijn er interne e-mails van Monsanto op straat komen te liggen. Recent is Miller, na bijna vijfentwintig jaar werkverband, vertrokken bij het Hoover Institution, mogelijk in verband met deze affaire die door de rechtszaken aan het licht kwam.

Miller heeft een zeer omvangrijk oeuvre als het gaat om opiniestukken. De afgelopen jaren zijn er onder zijn naam tientallen artikelen verschenen, ook bij zeer gerespecteerde media waaronder The Wall Street Journal en The New York Times. Er is een wederkerend thema in zijn publicaties: zijn artikelen verdedigen de producten van industrieën met een imagoprobleem. Zo verdedigt Miller in meerdere artikelen de veiligheid van ‘neonicotinoïden’, een klasse bestrijdingsmiddelen die op grote schaal worden gebruikt en waarvan inmiddels vast is komen te staan dat ze erg schadelijk zijn voor bijen en andere bestuivende insecten. Europa verbood vorig jaar daarom een aantal van deze pesticiden.

Miller en Monsanto
‘Hier is onze conceptversie’, schrijft Eric Sachs, pr-medewerker van chemiebedrijf Monsanto, op 17 maart 2015 in een e-mail aan Miller. ‘Het is nog een ruwe versie, maar genoeg voor jou om je magie op toe te passen.’ In de bijlage het vrijwel ongewijzigde artikel dat een paar dagen later, maar dan onder de naam van Henry Miller, medisch specialist, verschijnt bij tijdschrift Forbes. Hij neemt daarin een expertpanel van de Wereldgezondheidsorganisatie onder vuur.

Dat is allesbehalve toeval. Het panel – het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) – heeft net de chemische stof glyfosaat ingedeeld als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ voor de mens. Glyfosaat is het hoofdingrediënt in Monsanto’s onkruidverdelger Roundup.

Tussen de e-mails van Monsanto zit een draaiboek, waarin het bedrijf stelt publieke verontwaardiging te willen ‘orkestreren’ over het oordeel van de Wereldgezondheidsorganisatie. ‘Beïnvloed de publieke perceptie over IARC’, staat in dat actieplan te lezen. ‘Contacteer Henry Miller’.

Tijdschrift Forbes heeft, toen deze e-mailwisselingen in juli 2017 door de rechtbank in San Francisco openbaar werden gemaakt, alle artikelen van Henry Miller offline gehaald.

Zat Monsanto achter het opiniestuk dat over mij werd gepubliceerd?

Ook een terugkomende bezigheid van Miller: de risico’s van tabak in twijfel trekken. In een opiniestuk van hem uit 2012 noemt hij nicotine ‘niet bepaald slecht’ voor de gezondheid. Van Miller is ook onthuld dat hij ooit geheime banden onderhield met de tabaksindustrie. In een document uit 1994 van APCO Associates, een pr-bedrijf werkzaam voor Philip Morris, wordt naar Miller verwezen als een ‘cruciale steunpilaar’ in een campagne om een rapport van het Amerikaanse milieuagentschap EPA in diskrediet te brengen. De EPA heeft dan net geconcludeerd dat het inademen van tabaksrook door meerokers ook kankerverwekkend is.

Het is een bekende werkwijze. Niet alleen de tabaksindustrie laat graag wetenschappers voor zich spreken. Ook farmaceutische bedrijven zijn bekend met dit trucje. Zij laten bijvoorbeeld artsen hun merkmedicijnen aanprijzen. Deze tactiek wordt ook wel de ‘derde partijen’-strategie genoemd.

“Flink wat industrieën kampen met een geloofwaardigheidsprobleem”, vertelt Gary Ruskin, medewerker van US Right to Know, een Amerikaanse actiegroep die lobbytactieken onderzoekt. US Right to Know krijgt financiering vanuit de biologische sector. “Peilingen tonen keer op keer aan dat onafhankelijke wetenschappers groot vertrouwen genieten bij het publiek. Om die reden zetten dit soort bedrijven graag deze experts in als hun spreekpop, ook om overheidsregulering te voorkomen.”

Laat niets gaan

Maar hoe gaat dat dan in z’n werk? Het zogeheten Industry Documents Archive van de universiteit van Californië bevat interne documenten van de tabaksindustrie die openbaar zijn geworden dankzij Amerikaanse schadeclaimzaken tegen ‘Big Tobacco’ in de jaren ’90. Tussen de stukken blijken ook correspondenties te zitten waarin Henry Miller zijn diensten aanbiedt: “Naast mijn track record dat ik ‘de man in de straat’ kan bereiken via kranten, radio en televisie”, schrijft Miller, “spreek ik ook met gezag binnen de wetenschappelijke gemeenschap…”, schrijft Miller in een document dat afkomstig is uit de archiefladen van tabaksfabrikant Brown & Williamson. Miller vraagt in de brief om ‘een extra 15 duizend dollar’ om zijn ‘wetenschapscommunicatie’ over milieu- en gezondheidsonderwerpen te kunnen uitvoeren.

Dit document stamt uit 1998, toen Miller nog verbonden was aan het Hoover Institution van de Stanford Universiteit. Inmiddels werkt hij voor een andere rechts-conservatieve denktank: het Pacific Research Institute. Na herhaaldelijke telefoontjes kom ik via de e-mail met Henry Miller in contact. “Ik heb geen interesse in een dialoog over deze onderwerpen”, schrijft hij in een kort bericht als ik hem vraag hoe onafhankelijk zijn opiniestukken werkelijk zijn, en of Monsanto ook bij het artikel dat hij over mij schreef betrokken was. “Contacteer me alsjeblieft niet opnieuw.”

Miller lijkt slechts een schakel te zijn in een groter netwerk die de boodschap van de agrochemische industrie afleveren, en uithalen naar critici

Miller wil niet met mij praten. Maar hij lijkt slechts een schakel te zijn in een groter netwerk van wetenschappers, nieuwssites en organisaties die op internet de boodschap van de agrochemische industrie afleveren, en fel uithalen naar critici. Dat onthullen de e-mails van Monsanto, die als gevolg van de schadeclaimrechtszaken openbaar zijn geworden.

‘Industriepartners’. Zo noemt Monsanto binnenskamers websites zoals The Genetic Literacy Project. Volgens Amerikaanse schadeclaimadvocaten die het tegen Monsanto opnemen, gaat het om organisaties ‘die tot doel hebben om (…) informatie te promoten die gunstig is voor Monsanto en andere chemiebedrijven.’ Toeval of niet, het opiniestuk waarin Miller mij bekritiseert, wordt later doorgeplaatst op deze website. De advocaten, die inzage hebben in letterlijk miljoenen niet geopenbaarde correspondenties van Monsanto, stellen ook: ‘Monsanto sluist stilletjes geld door naar denktanks zoals… The Genetic Literacy Project.’

En volgens de advocaten stuurt het bedrijf ook internettrollen aan: ‘Monsanto is (…) een programma gestart met de toepasselijke naam Let Nothing Go om zo niks, zelfs geen Facebook-commentaren, onweersproken te laten. Middels een netwerk van derde partijen, stuurt het [bedrijf] individuen aan die geen connectie lijken te hebbben met de industrie en die positieve commentaren achterlaten bij nieuwsberichten en op Facebook.’

Door het slijk

Met name in de Verenigde Staten ervaren journalisten dat ze online veel kritiek krijgen wanneer ze publiceren over een bedrijf zoals Monsanto. “Er is een collectief van mensen dat de industriële landbouw en gentechnologie verdedigt”, zegt Michael Pollan, een bekende voedseljournalist voor onder meer The New York Times, als ik hem per e-mail vraag naar de reacties die hij zoal krijgt. “Deze figuren komen in beweging zodra er kritisch over deze onderwerpen wordt gesproken. Je ziet dat journalisten op Twitter door trollen worden aangevallen. Je denkt daardoor als journalist wel twee kaar na voordat je iets retweet waardoor je deze bedrijfstrollen op je dak kunt krijgen. Het doel is om het debat compleet tot stilstand te brengen.”

Op internet zijn meerdere websites te vinden waar de naam van journalisten als Pollan door het slijk worden gehaald. Op een pagina met de betrouwbaar klinkende naam American Council on Science and Health (ACSH) wordt Pollan neergezet als verspreider van junk science. Die term werd in het verleden ook intensief gebruikt door de tabaksindustrie, om zo in één keer de wetenschap die de fabrikanten niet zinde van tafel te kunnen vegen. De interne Monsanto e-mails suggereren dat Monsanto ook in het geheim deze website financiert: ‘YOU WILL NOT GET BETTER VALUE FOR YOUR DOLLAR THAN ACSH’, schrijft een medewerker van Monsanto met hoofdletters in een e-mail op 26 februari 2015.

Zat Monsanto achter het opiniestuk over mij? Opmerkelijk genoeg wordt dat niet ontkend door het Duitse Bayer, het bedrijf dat inmiddels eigenaar is van Monsanto. De vragen worden doorgestuurd naar het voormalige Monsantokantoor in de Verenigde Staten, maar worden op dat punt niet beantwoord. Wel erkent de woordvoerder dat Monsanto betrokken was bij het eerdere opiniestuk van Miller dat ging over de Wereldgezondheidsorganisatie. “Het is de verantwoordelijkheid van ons bedrijf om ervoor te zorgen dat het publiek geloofwaardige en correcte informatie ontvangt over ons bedrijf en onze producten, en ook te reageren op desinformatie.” Miller zou nooit betaald zijn, stelt Bayer. Heeft het bedrijf internettrollen op de loonlijst staan? Ook die vraag wordt nooit beantwoord. Wel laat het bedrijf weten het American Council on Science and Health te hebben gefinancierd. Bayer spreekt van een ‘gebruikelijke en gepaste’ bedrijfsvoering.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewlg3-020287

Vincent Harmsen

Onderzoeksjournalist

Vincent Harmsen is onderzoeksjournalist bij OneWorld en schrijft over voedsel, milieu en duurzame ontwikkeling.
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)