Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Geen enkele mensenrechtenorganisatie maakte sinds 2010 melding van mensenhandel in Djibouti en de invloed van Amerikaanse militaire aanwezigheid daarop. Dat blijkt uit onderzoek van OneWorld naar de publicaties van vijf mensenrechtenorganisaties die veelvuldig over deze thematiek berichten.

‘Djibouti is een bron-, transit- en bestemmingsland voor mannen, vrouwen en kinderen die worden onderworpen aan dwangarbeid en mensenhandel.’ Zo opent het Amerikaanse ministerie voor Buitenlandse Zaken het jaarlijkse mensenhandelrapport over Djibouti. In het zogeheten TIP-rapport (een afkorting van trafficking in persons) plaatsten de VS Djibouti afgelopen juli voor het eerst in vijf jaar in ‘Tier drie’, de allerlaagste categorie.

‘Meer dan 90.000 mannen, vrouwen en kinderen uit Ethiopië, Somalië en Eritrea reizen door Djibouti als (veelal ongedocumenteerde) economische migranten onderweg naar Jemen en andere locaties in het Midden Oosten, zoals Saudi-Arabië. Djibouti is niet alleen een hoog risicogebied voor mensenhandel[hints]Djibouti is a source, transit, and destination country for men, women, and children subjected to forced labor and sex trafficking. Over 90,000 men, women, and children from Ethiopia, Somalia, and Eritrea transit Djibouti as voluntary and often undocumented economic migrants en route to Yemen and other locations in the Middle East, particularly Saudi Arabia. Bron: Tip Report 2016 | Djibouti [/hints], de inspanningen van de Djiboutische regering om mensenhandel te voorkomen, slachtoffers te beschermen en daders te vervolgen, zijn inadequaat, zo concludeert het rapport.

Kruitvat voor seksueel geweld

Hoewel Djibouti kleiner is dan België, is het belang van het landje niet te onderschatten. Sinds 9/11 (2001) zijn duizenden westerse militairen neergestreken in het staatje in de Hoorn van Afrika.

Denk aan de bordelen en nachtclubs die oppopten op militaire verblijfplaatsen als de Filipijnen en Thailand

Djibouti is het Amerikaanse front in de War on Terror in Afrika, en de uitvalsbasis voor drone-aanvallen op Al-Qaida in Jemen en Al-Shabaab in Somalië. De Amerikanen hebben er hun enige permanente militaire basis in Afrika. Ook de Fransen, Spanjaarden, Italianen, Duitsers en Japanners hebben troepen in Djibouti gestationeerd. ‘Een internationaal maritiem en militair laboratorium’, concludeert een Chatham House Report uit 2013. Een trend die doorzet nu, sinds begin dit jaar, ook China en Saudi-Arabië permissie hebben om een militaire basis in Djibouti te openen. [hints]A 2013 Chatham House paper argued Djibouti was fast becoming an ‘international maritime and military laboratory’, spawning new networks of naval, military and surveillance cooperation, both between NATO forces and with Asian powers.’ […]This trend has deepened in 2016 with the arrival of Chinese naval and military contingents, a logical counterpart to their large investments in civil construction and infrastructure projects in the Horn of Africa.’ Bron: Chatham House Report 2016 | Djiboutis people have yet to benefit from its growing importance[/hints]

De combinatie van grote aantallen (veelal mannelijke) buitenlandse militairen, migratiestromen, vluchtelingen, armoede en werkloosheid, maakt Djibouti tot een kruitvat voor seksueel geweld en uitbuiting. Bovendien wijzen wetenschappers al jaren op het verband tussen militaire bases en de ontwikkeling van grootschalige seksindustrieën. [hints] Zie bijvoorbeeld het boek Bananas Beaches and Bases van Dr. Cynthia Enloe en Base Nation van David Vine[/hints]Denk aan de bordelen en nachtclubs die oppopten op Rest and Recreation-locaties als de Filipijnen en Thailand. En aan alle hulporganisaties die daar inmiddels zijn neergestreken om (minderjarige) meisjes uit de seksindustrie te bevrijden. [blendlebutton]

Fear and loathing in Djibouti

OneWorld doet al meer dan een jaar onderzoek naar mensenhandel in Djibouti en de invloed van USAFRICOM (de Amerikaanse strijdkrachten die in het belang van de War on Terror in Afrika zijn gestationeerd) hierop.

De bijdrage van de Amerikaanse militairen aan de ontwikkeling van een seksindustrie is niet terug te vinden in het TIP-rapport

In de longread Fear and Loathing in Djibouti presenteerden we in december 2015 onze bevindingen: dochters van Somalische vluchtelingen en ongedocumenteerde Ethiopische migranten belanden massaal in de (clandestiene) Djiboutische seksindustrie. Hun voornaamste klanten: Amerikaanse contractors (huurlingen) en andere buitenlandse militairen.

De aanzienlijke bijdrage van de Amerikaanse militairen aan de ontwikkeling van een seksindustrie in Djibouti is niet terug te vinden in het TIP-rapport. Sterker nog: het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken tikt de Djiboutische regering zelfs op de vingers vanwege de gebrekkige moeite die wordt gedaan om de vraag naar commerciële seks te beperken. [hints]’The government did not undertake efforts to reduce the demand for commercial sex acts or forced labor.’ Bron: Djibouti, protection | TIP Report 2016 [/hints]

Ook in de internationale media wordt geen aandacht besteed aan mensenhandel en de bijkomende seksuele uitbuiting in Djibouti, noch aan de strategische positie van het land in de War on Terror. [hints]The Guardian publiceerde sinds 2000 in totaal 26 artikelen over Djibouti op de website, nog geen 2 per jaar. Geen van de verhalen ging over Somalische vluchtelingen of over kamp Ali Addeh. 1 van de 40 artikelen van The New York Times rept over 100.000 immigranten die (in 2003) worden uitgezet. Uit: Fear and Loathing in Djibouti, december 2015 [/hints]

Dataonderzoek: Chain of profit door vijf landen

Hebben ook vluchtelingen- en mensenrechtenorganisaties een blinde vlek als het om (mensenhandel in) Djibouti gaat?

Om die vraag te beantwoorden deden we dataonderzoek naar de onderzoeksrapporten die sinds 2010 gepubliceerd zijn door vijf mensenrechten- en vluchtelingenorganisaties die veelvuldig aandacht besteden aan seksueel geweld en de rechten van kwetsbare groepen, zoals meisjes en vrouwen, (ongedocumenteerde) migranten en vluchtelingen.

Hoe is het data-onderzoek verricht?

Voor dit data-onderzoek analyseerden we de onderzoeksrapporten van Human Rights Watch (HRW), Amnesty International, the International Rescue Committee (IRC), the Women’s Refugee Commission (WRC) & the Regional Mixed Migration Secretariat (RMMS). In de periode van januari 2010 tot en met december 2015 publiceerden deze 5 organisaties 103 rapporten over de 5 landen die zouden behoren tot de keten van mensenhandelaren – Ethiopië, Somalië, Djibouti, Jemen en Saudi-Arabië.
Wij hebben deze rapporten geselecteerd door middel van scraping en handmatige selectie. We hebben een publicatie als rapport beoordeeld wanneer hiervoor nieuw onderzoek was uitgevoerd en het onderzoeksverslag meerdere pagina’s besloeg (variërend van circa tien pagina’s tot meer dan honderd). De rapporten hebben we vervolgens, op basis van de inhoud, ingedeeld per land. Sommige rapporten zijn ingedeeld bij meerdere landen: een rapport over Ethiopische migranten in Jemen is toegevoegd aan de resultaten van zowel Ethiopië als Jemen. Twee rapporten van RMMS zijn zelfs ingedeeld bij alle vijf de ketenlanden.

Omdat we niet alle rapporten over alle landen in de wereld onder de loep wilden nemen (alleen Amnesty International publiceerde in de genoemde periode al meer dan duizend rapporten), hebben we gekozen voor de onderzoeksrapporten over de vijf landen die volgens het Britse onderzoeksinstituut Chatham House behoren tot de ‘chain of profit’ van internationaal opererende mensenhandelnetwerken Somalië, Ethiopië, Djibouti, Jemen en Saudi-Arabië. [hints]‘Yemen is treated as a ‘fragile’ state, while Somali, after 20 years of collapse, is often described as a ‘failed’ state. In the interstices between weak state institutions, and even more so in their absence, shadow networks have room to thrive. A number of such networks exist within and between Yemen and Somalia, facilitating a flourishing regional trade in arms, people-smuggling, and fuel smuggling.’ […] While Yemen claims to want to improve its border controls, and has strong encouragement to do so from its Western allies, it finds itself positioned as the middle link in a chain of profit accruing to traffickers in at least five countries: Somalia, Ethiopia, Djibouti, Yemen and Saudi Arabia.’ Bron: Chatham House (2010) | Yemen and Somalia: Terrorism, Shadow Networks and the Limitations of State-building [/hints]

Uit de eerste twee landen vertrekken de slachtoffers. De laatste twee vormen een (voorlopige) eindbestemming. Djibouti is het zogenaamde ‘transitland’ waar de meeste vluchtelingen en migranten doorheen reizen. [hints]Van de meer dan 100.000 migranten en vluchtelingen die in een jaar door UNHCR in Jemen werden geregistreerd, was 75 procent gereisd via Djibouti.[/hints] Deze migratiestroom vormt een lucratieve business voor mensensmokkelaars. Alleen al aan het smokkelen van mensen zou per jaar 20 miljoen dollar worden verdiend. [hints]Deze berekening is gemaakt door de Verenigde Naties op basis van het aantal geregistreerde aankomsten van migranten en vluchtelingen in Jemen in 2009, uitgaande van het gemiddelde bedrag dat zij zeggen te hebben betaald voor de reis over land en het oversteken van de Rode Zee. Ongeregistreerde migranten en vluchtelingen zijn niet meegeteld in de berekening. Net zo min als winst gemaakt door mensenhandel en uitbuiting, en de winst gemaakt voor eventuele hulp bij het oversteken van de grens tussen Jemen en Saudi-Arabië.[/hints] Daarnaast zouden de criminele netwerken die zich hiermee bezig houden zich verrijken middels wapenhandel, brandstofsmokkel en mensenhandel.

Djibouti is het land in de mensenhandelketen waar organisaties het makkelijkst hun werk zouden kunnen doen

In Jemen en Somalië heerst oorlog. De veiligheidssituatie in beide landen is zeer slecht. Er is een hoog risico op terroristische aanslagen en ontvoeringen. Alle reizen worden ontraden. [hints] Zie ook de reisadviezen van het Nederlandse ministerie voor Buitenlandse Zaken voor Jemen en Somalië.[/hints] Ethiopië en Saudi-Arabië behoren tot de vijf landen in de wereld waar de meeste censuur wordt toegepast. [hints] Saudi-Arabië staat op de derde plaats, Ethiopië op de vierde. Bron: Most Censored Countries | Committee to protect journalists (2015)[/hints] Zo bezien zou Djibouti het land in deze mensenhandelketen zijn waar organisaties het makkelijkst hun werk zouden kunnen doen.

Jemen: 38 rapporten

Meer dan een derde van alle onderzochte rapporten gaat in op de mensenrechtensituatie in Jemen. Dit land is het eerste aankomstpunt in het Midden-Oosten voor migranten en vluchtelingen uit Ethiopië en Somalië. Bijna driekwart maakt de oversteek naar Jemen per boot vanuit Djibouti.

De oversteek is goed georganiseerd en wordt gecoördineerd door netwerken van criminele bendes die opereren tussen Djibouti en Jemen, vermeldt het RMMS-rapport Blinded by Hope. [hints]‘It is reported that well-organized and coordinated networks of criminal gangs operate between Djibouti and Yemen and exchange information about the arrival of boats bearing smuggled Ethiopian migrants to Yemeni shores in order to abduct passengers upon arrival.’ Bron: RMMS |Blinded by Hope: Knowledge, attitude and practices of Ethiopian migrants (2014)[/hints] De bendes wisselen informatie uit over de aankomst van boten. Zodra ze arriveren in Jemen worden de passagiers gekidnapt. Het Regional Mixed Migration Secretariat schrijft uitvoerig over mensenhandel op de route van de Hoorn van Afrika naar het Midden-Oosten. RMMS is in 2011 dan ook speciaal opgericht om ‘mixed migration’ in deze regio te onderzoeken en daarover te publiceren.

Human Rights Watch bericht in één van hun veertien rapporten wel over zogenaamde martelkampen in Jemen, waarin migranten worden opgesloten totdat hun familie losgeld betaalt. De handelaren behoren tot internationale syndicaten die Afrikaanse migranten aan elkaar doorverkopen.[hints]‘Since 2006, Yemeni traffickers in and around Haradh have found a particularly horrific way to make money: by taking migrants captive and transporting them to isolated camps, where they inflict severe pain and suffering to extort money from the migrants’ relatives and friends in Ethiopia and Saudi Arabia.’ […] ‘These armed men are from gangs of smugglers and traffickers whose networks extend to Djibouti, Somalia, Ethiopia, and Saudi Arabia. They sell African migrants from one gang to the next, through a syndicate, as the migrants pass from country to country.’ Bron : Yemen’s torture camps | Human Rights Watch (2014)[/hints]

Er wordt wél vermeld dat drone-aanvallen in Jemen plaatsvinden vanwege de strijd tegen Al-Qaida, maar niet dat deze drones opstijgen vanuit Djibouti

Hoe ziet het netwerk in Djibouti eruit? Wie zijn de mensenhandelaren die de migranten op de bootjes zetten en de kidnappers waarschuwen? Daarover wordt niks vermeld. Ook in andere rapporten van Human Rights Watch wordt de rol van Djibouti achterwege gelaten. In publicaties over drone-aanvallen in Jemen en de burgerdoden die daardoor vallen wordt wél vermeld dat de Verenigde Staten deze drones inzetten in de strijd tegen Al-Qaida, maar niet dat het merendeel van deze onbemande vliegtuigen opstijgt vanuit Djibouti.

Amnesty International (16 rapporten over Jemen) gaat in geen één rapport in op mensenhandel of op de drone-aanvallen in naam van de War on Terror. Alleen over de airstrikes door Saudi-Arabië wordt veelvuldig bericht.

The International Rescue Committee en de daaraan gelieerde Womens Refugee Commission deden de afgelopen zes jaar geen onderzoek in Jemen. IRC is sinds 2012 wel actief in het land. De organisatie levert onder meer medicijnen aan de ziekenhuizen in havenstad Aden, en verstrekt voedsel en water aan een kwart miljoen ontheemden.

Ethiopië: 35 rapporten

Ethiopiërs willen om allerlei redenen weg uit hun land. Het merendeel van de onderzochte rapporten gaat in op de barre leefomstandigheden in Ethiopië: honger, droogte, surveillance en repressie van minderheidsgroepen. Amnesty meldt hoe er tussen 2011 en 2014 meer dan 5000 Oromo’s (een etnische minderheidsgroepering) zijn gearresteerd omdat zij gezien worden als tegenstanders van de Ethiopische regering.

Terloops wordt aangestipt dat Somalische meisjes in de seksindustrie in Djibouti en Saudi-Arabië belanden

De Women’s Refugee Committee verrichtte van alle organisaties de meeste onderzoeken in Ethiopië. In één onderzoek, gericht op de leefomstandigheden van Somalische vrouwen en meisjes in Ethiopische vluchtelingenkampen, wordt terloops aangestipt dat deze meisjes in de seksindustrie in Djibouti en Saudi-Arabië belanden. Sleutelinformanten noemen de mate van mensenhandel ‘gruwelijk’. Toch wordt er in de rest van het rapport niet verder op de kwetsbaarheid van migranten voor mensenhandel ingegaan. [hints]‘Girls and key informants said that labor and sex trafficking is prevalent in the local villages, towns and destination countries abroad, such as Djibouti and Saudi Arabia. Key informants characterized the rate of trafficking as “horrific,” adding that the “Gulf states recruit heavily.’ Bron: In search of safety and solutions. Somali refugee adolescent girls at Sheder and Aw Barre Camps | WRC (2010) [/hints] Ook in andere rapporten van de organisatie komt de mensenhandelroute door Djibouti niet aan bod.

RMMS beschrijft hoe Ethiopische meisjes en vrouwen worden verhandeld. Ze worden verkocht aan Saudische families die hen houden als huisslaaf, of uitgebuit in de clandestiene seksindustrie. [hints]‘Trafficking of women appears to be a very serious reality for Ethiopian new arrivals.’ […] ‘Scattered reports from Yemenis and Ethiopian migrants suggest they may be sold to Saudi Arabia families as virtual ‘slave’ domestic workers while others are used in clandestine sexual exploitation networks.’ Bron: Desperate Choices: conditions, risks & protection failures affecting Ethiopian migrants in Yemen | RMMS (2012)[/hints]

Somalië: 29 rapporten

Somalië is een mislukte staat. Dat is echter al zo’n vaststaand gegeven dat de rapporten van mensenrechtenorganisaties hier nauwelijks op ingaan. Amnesty International wijdt in 2011 wel een speciaal rapport aan de situatie van kinderen in Zuid- en Midden-Somalië. ‘Hun levens zijn constant in gevaar, en al hun wensen voor de toekomst zijn versplinterd door het gewapende conflict en de grove mensenrechtenschendingen. Huizen worden gebombardeerd, families vermoord, scholen vernietigd en gesloten.’ [hints]‘Children in southern and central Somalia are under relentless attack. Their lives are in constant danger and their hopes for the future have been shattered by armed conflict and grave human rights abuses. Homes are bombed, families killed, schools destroyed or closed. Much of the violence is indiscriminate.’ Bron: Amnesty International 2011 [/hints]
Verder richten de organisaties hun pijlen vooral op mensenrechtenschendingen in de strijd tegen Al-Shabaab (zowel door de terreurorganisatie, als door de lokale of AMISOM-militairen die Al-Shabaab bevechten), en op de leefomstandigheden van Somaliërs die ontheemd zijn.

Hulporganisaties rapporteren grove mensenrechtenschendingen ín Somalië, maar onderzoeken niet wat de meisjes die daarom de grens over vluchten overkomt

‘Twee decennia van burgeroorlog hebben ertoe geleid dat enorm veel mensen kwetsbaar zijn voor seksueel geweld, concludeert Human Rights Watch in het rapport Here, rape is normal. ‘Gewapende milities, inclusief soldaten van het Somalische leger, opereren in volledige straffeloosheid. Ze intimideren, verkrachten, slaan, beschieten en steken vrouwen en meisjes in kampen voor ontheemden en als ze naar de markt lopen, het veld bewerken of brandhout zoeken.’[hints]‘Sexual violence is pervasive in much of Somalia. Two decades of civil conflict and state collapse have created a large population of displaced persons and other people vulnerable to sexual violence. At the same time it has destroyed the state institutions that are supposed to protect those most at risk. Armed assailants, including members of state security forces, operating with complete impunity, sexually assault, rape, beat, shoot, and stab women and girls inside camps for the displaced and as they walk to market, tend to their fields, or forage for firewood. […] Many victims will not report rape and sexual assault because they lack confidence in the justice system, are unaware of available health and justice services or cannot access them.’ Bron: Here, rape is normal | Human Rights Watch 2014 [/hints] ‘Veel slachtoffers doen geen aangifte van verkrachting omdat zij geen vertrouwen hebben in het rechtssysteem, omdat ze niet bekend zijn met de juridische en medische mogelijkheden, of omdat zij daar geen toegang toe hebben.’

In 2014 rapporteert Human Rights Watch seksueel geweld door de internationale vredessoldaten van AMISOM. ‘Soldaten maakten zich schuldig aan verkrachting en andere vormen van seksuele uitbuiting.’ [hints]’As this report shows, some AMISOM soldiers, deployed to Somalia since 2007 to help restore stability in the war-torn capital, Mogadishu, have abused their positions of power to prey on the city’s most vulnerable women and girls. Soldiers have committed acts of rape and other forms of sexual abuse, as well as sexual exploitation—the abuse of a position of vulnerability, differential power, or trust, for sexual purposes.’ Bron: The power these men have over us | Human Rights Watch (2014)[/hints]

Nightlife in Djibouti
Ongedocumenteerde migranten en vluchtelingen werken als ‘bargirls’ in Djibouti

Geen enkel rapport gaat in op de situatie van de meer dan twintigduizend Somalische vluchtelingen in Djibouti. Er wordt ook niet gerept over de seksuele uitbuiting van de Somalische meisjes die in de Djiboutische kampen Ali Addeh en Holl Holl geboren zijn. Meisjes van wie wij waarnamen dat zij terechtkomen in de seksindustrie in de nachtclubs van Djibouti. Hun voornaamste klanten: Franse en Amerikaanse militairen en contractors.

Saudi-Arabië: 21 rapporten

Veel van de gepubliceerde rapporten over Saudi-Arabië gaan over de schending van mensenrechten van migranten. Onderwerpen zijn onder meer de hardhandige deportatie van honderdduizenden Ethiopische en Somalische migranten [hints]‘In April 2014, Saudi interior ministry officials confirmed they had deported 427,000 undocumented foreigners in the course of the previous six months.’ Bron: Detained, beaten, deported | Human Rights Watch (2015)[/hints] en de uitbuiting van inwonende huishoudsters (huisslaven).

‘De Indonesische, Sri Lankaanse en Filipijnse ambassade in Saudi-Arabië behandelden jaarlijks duizenden klachten over onbetaalde salarissen en fysiek en seksueel geweld. Lang niet alle klachten worden gerapporteerd.[hints]‘In Saudi Arabia, the Indonesian, Sri Lankan, and Philippine embassies handle thousands of complaints of unpaid wages, physical or sexual abuse, or poor working conditions each year. In many other cases, abuses are never reported at all.’ Bron: Slow Reform | Human Rights Watch (2010)[/hints] Amnesty International bericht over de barre omstandigheden waaronder Indiase migranten te werk worden gesteld. Het lot van de Somalische en Ethiopische huishoudsters en sekswerkers blijft onvermeld.

Djibouti: 4 rapporten

De hamvraag blijft: hoeveel research deden de vijf onderzochte mensenrechtenorganisaties naar Djibouti? De drie grote organisaties (Amnesty International, Human Rights Watch, International Rescue Committee) publiceerden sinds 2010 geen enkel rapport over het land. Amnesty International heeft het land niet eens opgenomen in het jaaroverzicht. [hints]In zijn zogenaamde Annual Report schetst Amnesty ieder jaar een beeld van de bescherming van mensenrechten wereldwijd. Dit gebeurt per land. Andere landen die niet in het jaarverslag zijn opgenomen zijn onder meer Brunei, Belize, Grenada, San Marino en Monaco.[/hints]

Slechts één rapport is gebaseerd op eigen research in Djibouti

RMMS lijkt wel aandacht te besteden aan Djibouti. De kleine organisatie publiceerde in de betreffende periode drie rapporten over Djibouti, waarin ook nog eens wordt ingegaan op het migrantenprobleem. Bij het bestuderen van de data blijkt echter dat twee van deze rapporten over álle landen in de mensenhandelketen gaan. Het derde rapport gaat over vier landen: Djibouti, Somalië, Ethiopië en Jemen. Voor geen van deze rapporten is eigen onderzoek gedaan in Djibouti. [hints]’The information in this report was gathered from second-hand sources, no on-the-ground research was conducted to obtain data.’ Bron: toelichting in RMMS-rapport [/hints]

De enige organisatie die daadwerkelijk voet aan de grond zette in Djibouti, is de Women’s Refugee Commission. In vluchtelingenkamp Ali Addeh – dat wij ook bezochten voor Fear and Loathing in Djibouti – onderzocht WRC gezinsplanning door Somalische vluchtelingen.[hints]WRC verrichtte het onderzoek in 2011, in samenwerking met UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Bron: Documenting Knowledge, Attitudes and Behaviours of Somali Refugees and the Status of Family Planning Services In UNHCR’s Ali Addeh Site, Djibouti | WRC 2011 [/hints] Maar: dit rapport behandelt alleen de situatie van Somalische vluchtelingen in het vluchtelingenkamp. Hoe ze daar terechtgekomen zijn, en wat er gebeurt met de vluchtelingen die (tijdelijk) buiten het kamp verblijven, blijft onbesproken.

Reactie Women’s Refugee Commission

“De focus van WRC ligt niet op mensenhandel. Wel dragen we er middels ons werk aan bij dat ontheemde adolescente meisjes minder risico lopen om slachtoffer te worden van mensenhandelaren. Dit doen we bijvoorbeeld door programma’s op te zetten voor een veilige leefomgeving, of voor het opbouwen van vaardigheden of sociaal kapitaal. We hebben geen plannen voor research in Djibouti, maar zullen jullie bevindingen delen met onze collega’s.”

Dit terwijl vrouwen uit Ali Addeh ons, tijdens een bezoek aan het kamp, uit zichzelf vertelden dat hun dochters uit verdwijnen. Zij trekken naar Djibouti-stad om in de huishouding te werken. Omdat er zelfs voor de lokale bevolking nauwelijks werk is (60 procent is werkloos), belanden zij in de praktijk veelal in de seksindustrie of worden ze daarna verder gesmokkeld naar Jemen en Saudi Arabië.

Somalische vluchteling in kamp Ali Addeh in Djibouti
Somalisch meisje in vluchtelingenkamp Ali Addeh

Blinde vlek

Sinds 2010 publiceerden de onderzochte mensenrechtenorganisaties meer dan 1700 rapporten. 103 daarvan gingen over de 5 landen die behoren tot de mensenhandel-route. Van al die rapporten is er maar één gebaseerd op eigen onderzoek in Djibouti. En juist in dat rapport wordt geen woord gewijd aan mensenhandel, noch aan de enorme westerse militaire aanwezigheid in het land.

Uit de 103 publicaties blijkt echter wel degelijk dat mensenrechtenorganisaties beschikken over aanwijzingen van grove mensenrechtenschendingen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat criminele netwerken in Djibouti een voorname rol spelen bij mensensmokkel en mensenhandel. Ook komt er wel degelijk uit naar voren dat vrouwen en meisjes slachtoffer worden van seksueel geweld en mogelijk in de seksindustrie belanden.

“Keuzes” en “beperkte middelen”

Waarom kaarten mensenrechtenorganisaties deze problemen niet aan? Hoe kiezen zij überhaupt in welke landen zij onderzoek doen? En waarom is er zo weinig aandacht voor Djibouti?
We benaderden de vijf eerdergenoemde organisaties en legden deze en andere vragen voor. De officiële reacties (zie grijze kaders) kwamen erop neer dat er “keuzes gemaakt moeten worden”, en dat er “maar beperkte middelen zijn”, daarom kijken de organisaties “waar ze toegevoegde waarde hebben”.

Reactie International Rescue Committee

“IRC werkt in Ethiopië, Somalië en Jemen. IRC is nooit actief geweest in Djibouti. […] Waar we onderzoek uitvoeren, laten we afhangen van onze toegevoegde waarde en waar er gaten zitten in de bestaande research.”

Het klinkt logisch, maar Human Rights Watch publiceerde in de onderzochte periode maar liefst 457 rapporten. Ter vergelijking: er zijn 195 internationaal erkende onafhankelijke landen in de wereld. Er was ruimte voor maar liefst 14 rapporten over Jemen. Zelfs in Nederland, België, Engeland en Japan werd onderzoek gedaan. Net als in landen die veel kleiner zijn dan Djibouti, zoals Sao Tomé en Principe, Bahrein, Malta en Libanon.

Reactie Human Rights Watch

“Human Rights Watch werkt niet in ieder land. Dat betekent dat we keuzes moeten maken en prioriteiten moeten stellen hoe we onze middelen inzetten. […] Onze Afrika-afdeling heeft bijvoorbeeld minder dan dertig medewerkers, waarvan er veel rapporteren over meer dan één land. […] Het is niet alleen Djibouti, waarover we niet bericht hebben. We waren ook niet actief in Gabon, Benin, Madagaskar en Mauritius – om maar een paar landen te noemen. Dat wil niet zeggen dat er geen zorgen zijn over de mensenrechten in deze landen. […] Het zijn de medewerkers van de Afrika-divisie die bepalen welke onderzoeken prioriteit hebben.. Dit doen zij samen met relevante collega’s en het senior management van Human Rights Watch. […] Human Rights Watch heeft de afgelopen jaren overwogen om veldonderzoek in Djibouti te doen en heeft het land in het verleden bezocht om onderzoek te doen naar andere problemen in de regio.”

Amnesty International bracht nog meer rapporten uit: 1136. Bijna 6 keer zoveel als er landen in de wereld zijn. En ook hier geldt weer: er staan welvarende westerse landen op de lijst, zoals Nederland, België, en Denemarken en Duitsland. En ook landen die aanzienlijk kleiner zijn dan Djibouti, zoals de Fiji-eilanden, Hong Kong, Singapore en de Malediven.

Reactie Amnesty International

“We hebben niet de mankracht om in alle landen van de wereld actief te zijn”, zo laat een woordvoerder weten namens Amnesty International. “In ons laatste jaarrapport hebben we informatie over 160 landen en gebieden opgenomen. Als een land niet vermeld is (zoals Djibouti, red.), betekent dat niet dat er daar geen mensenrechtenschendingen plaatsvinden. “Djibouti heeft voor ons geen prioriteit de laatste jaren”, zegt een woordvoerder namens Amnesty Nederland. “We hebben niet geprobeerd om er onderzoek te doen, dus we weten niet of we daar toestemming voor zouden krijgen.” […] “Er zijn overigens nogal wat landen waar Amnesty niet toegelaten wordt, zoals China, Iran en Saudi-Arabië. Dat maakt onderzoek moeilijker, maar niet onmogelijk. Dan doen we het met contacten in het land, getuigenissen van vluchtelingen, et cetera.”

De enige organisatie die de hand in eigen boezem durft te steken, is RMMS. De organisatie richt zich op ‘mixed migration’. “Djibouti is in die context vooral belangrijk als transitland.” Ondanks de beperkte mankracht (3 medewerkers), heeft RMMS inmiddels meerdere bezoeken aan Djibouti gebracht.

Reactie Regional Mixed Migration Secretariat

“De focus van RMMS ligt op mixed migration – variërend van economische en arbeidsmigratie, vluchtelingen, interne ontheemden tot mensensmokkel en mensenhandel. In alle landen in de Hoorn van Afrika en de regio rond Jemen, alswel in de landen op de voornaamste routes uít de Hoorn van Afrika (van Libië tot Israël). Djibouti is in die context vooral belangrijk als transitland. Dat we nooit aandacht hebben besteed aan de grootschalige aanwezigheid van buitenlandse militairen in Djibouti, is omdat het nooit aan de orde kwam dat dit een definiërende factor is in Djibouti’s status als transit-land. We volgen de publicaties van OneWorld hierover echter met grote interesse.
Omdat RMMS met een heel klein team werkt (slechts 3 personen) moeten we onze aandacht verdelen over een groot aantal landen en thema’s. We maken zelden rapporten die focussen op één specifiek onderwerp (zoals mensenhandel) of een specifiek land (Djibouti). In juli 2016 (een periode die niet meer is meegenomen in het dataonderzoek, red.) hebben we een hernieuwd landenprofiel van Djibouti gepubliceerd. Het afgelopen jaar heeft een consultant namens RMMS twee bezoeken aan Djibouti gebracht in het kader van een regionaal onderzoek naar mensenhandelhotspots in de regio. Een andere RMMS consultant bezocht Djibouti voor een onderzoek naar kinderen in migratiestromen. Ook hebben we in Djibouti 4 waarnemers gerekruteerd voor ons 4mi-project. Djibouti is dus geen blinde vlek voor RMMS.”

“Net als in Bosnië”

“De omvang van mensenhandel in Djibouti is enorm” zegt Madeleine Rees, secretaris-generaal van de Women’s International League for Peace and Freedom WILPF en voorheen werkzaam als hoofd van de Women’s Rights and Gender Unit van OHCHR, de mensenrechtenorganisatie van de Verenigde Naties. Toch is Rees niet verrast. “Dit hebben we allemaal al eerder gezien. Van de R&R’s (Rest and Recreation, vakantieoorden voor militairen, red.) in Vietnam tot de vredesmissies in Bosnië. Daar waar militairen zijn, is ook een potentiële markt voor diegenen die seks willen verkopen. De seks van anderen.”

“De stormachtige vrije markt die perfect was voor seksuele uitbuiting in Bosnië, is in Djibouti herontdekt”

Rees hielp eind jaren negentig om de klok te luiden over de betrokkenheid van VN-vredesmilitairen en contractors bij seksuele uitbuiting in het naoorlogse Bosnië. Over de doofpot die Rees (samen met Kathryn Bolkovac) blootlegde en de nasleep daarvan, verscheen in 2010 de film The Whistleblower.
“Militairen hebben er een handje van om vrouwen tot objecten te maken”, zegt Rees. “Soms wordt het actief aangemoedigd, soms slechts stilzwijgend getolereerd, dat de rol van vrouwen wordt beperkt tot het voldoen aan de behoeften van mannen in uniform. Dat is altijd verwerpelijk, maar helemaal als het gaat om seks.”

Ongedocumenteerde migranten die seks hebben met militairen worden – door de militairen zelf en door de staten die hen uitzenden – bestempeld als prostituees. Een verkeerde benaming, volgens Rees. “Het gaat hier om seksuele uitbuiting en mensenhandel. Djibouti is een van de meest gemilitariseerde plekken op aarde. De buurlanden van Djibouti zijn zogenaamde falende staten gekarakteriseerd door burgeroorlog, instabiliteit en met een dictator als leider.” De vrouwen en kinderen die hiervoor vluchten kunnen niet gelijkwaardig onderhandelen over seksuele diensten. Rees: “De stormachtige vrije markt die perfect was voor seksuele uitbuiting in Bosnië, is hier (in Djibouti) herontdekt.”

Van blinde vlek naar spotlight

Dat mensenhandel in Djibouti in de rapporten van mensenrechtenorganisaties alleen in de zijlijnen is aangestipt, is volgens WILPF-secretaris generaal Rees ook herhaling van Bosnië. “Er is geen volledige analyse, geen poging om het te voorkomen, of om vrouwen en kinderen te ondersteunen die slachtoffer ervan zijn, geen onderzoeken of vervolging van daders.”

“De misstanden in Djibouti moeten blootgelegd worden, net zoals dat uiteindelijk in Bosnië gebeurde”

In Bosnië stortten mensenrechtenorganisaties zich uiteindelijk wel op die uitdaging. “Ze verzamelden de benodigde financiering, namen risico’s en legden – samen met OHCHR – bloot hoe groot de excessen waren.” Vervolgens kwam ook de overheid in actie en uiteindelijk werden de boosdoeners aangewezen en het probleem op de kaart gezet. “Dat ging niet perfect, maar uiteindelijk gebeurde het wel”, zegt Rees.

“De gruwelijkheden in Djibouti moeten op dezelfde wijze worden blootgelegd”, vindt Rees. “Het is al erg genoeg dat andere landen Djibouti binnendringen en een hele samenleving militariseren, maar het is nog erger als ze toestaan dat misdrijven ongestraft worden begaan. Als kwetsbaren onderworpen worden om mannen in uniform en private contractors te entertainen. Laten we een spotlight op Djibouti zetten, zodat de blinde vlek verdwijnt en de misstanden voor iedereen zichtbaar worden.”

Het Djibouti-project

Dit verhaal is onderdeel van de OneWorld-reeks over Djibouti. In deel 1, Fear and Loathing in Djibouti, onthulden we hoe de VS signalen van mensenhandel afzwakken in het belang van de War on Terror. En hoe de seksindustrie door Amerikaanse contractors en militairen uit andere landen steeds grotere proporties aanneemt. We publiceerden ook een Engelse versie van dat onderzoek. Hoe we te werk gingen, vertelden we in het VPRO-radioprogramma Argos.

In deel 2 onthullen we hoe het superdeluxe Kempinski-hotel in Djibouti prostitutie faciliteert.

Het Amerikaanse Human Trafficking Center publiceerde in mei 2016 onze analyse van de TIP-rapporten over Djibouti. Lees: Djibouti’s ranking watered down in Tip Report.

Hoewel Djibouti officieel een democratie is, is president Ismaïl Omar Guelleh al sinds 1999 aan de macht. In 2010 wijzigde het parlement, dat uitsluitend uit leden van Guelleh’s partij bestond, de grondwet waardoor Guelleh zich nog een derde termijn verkiesbaar kon stellen. In april werd Guelleh voor een vierde termijn gekozen met 87 procent van de stemmen. Oppositiepartijen en mensenrechtengroeperingen stellen dat de verkiezing gepaard ging met politieke repressie en inperking van de basale rechten en vrijheden.

[/blendlebutton]

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)