Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Dit artikel maakt deel uit van de serie ‘2015: The future we want’ die OneWorld in 2013 initieerde.    

Inemarie Dekker vertelt waar armoede vandaan komt, wat we ervoor betalen en waar het heen moet met ontwikkelingssamenwerking.

De armste helft van de wereldbevolking verdient drie procent van het wereldwijde inkomen. Als dit vijf procent zou zijn, zou extreme armoede kunnen worden uitgeroeid. Het lijkt zo haalbaar, maar waarom is het dan zo moeilijk?

Oorzaken armoede
Armoede is het gevolg van een gebrek aan bezit en macht. Dat klinkt erg logisch, maar toch was deze bottom-line uit de documentaire Poor us: an animated history of poverty voor mij erg verhelderend. Gedurende de geschiedenis waren zij rijk, die anderen bezit afnamen en onvrijwillig voor zich lieten werken. En wie rijk werd zorgde voor een drastische afname van arme mensen in rijke landen door meer (agrarische) productie, door verbeterde technologie, en verbeterde infrastructuur zoals gezondheidszorg, onderwijs en sociale woningbouw. Met als gevolg: waar in 1800 nog tachtig procent van de wereldbevolking in armoede leefde, is dat nu ongeveer twintig procent.

Door de globalisering zijn het nu de multinationals die macht en bezit inzetten en afnemen: zij onderhandelen met nationale overheden waar zij de laagste winstbelastingen betalen. Het Duitse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking schat het bedrag voor deze – legale -belastingontduiking door multinationals op 500 miljard dollar per jaar (informatie over de precieze tarieven is niet openbaar!), tegenover 133 miljard aan wereldwijde officiële ontwikkelingshulp per jaar.

Waar wordt het Nederlands ontwikkelingsbudget aan uitgegeven?

• 29 procent van het budget gaat naar de overheid zelf: Buitenlandse Zaken en diplomatie;
• 29 procent naar multilaterale organisaties als EU, VN en Wereldbank;
• 20 procent naar Nederlandse en zuidelijke ontwikkelingsorganisaties;
• 13 procent naar het potje 'overig' waaronder de opvang van asielzoekers in Nederland; en
• 9 procent subsidies voor activiteiten van Nederlands bedrijfsleven in ontwikkelingslanden.

NB: deze cijfers en de precieze invulling ervan is niet op de website van Buitenlandse Zaken of elders op het internet te vinden.
Bron: IDleaks.
 

Het Nederlandse ontwikkelingsbudget
Terug naar Nederland: in 2012 ging 4,42 miljard (0,7 procent van het overheidsbudget) naar ontwikkelingssamenwerking. Daarmee is ontwikkelingshulp dus een relatief kleine speler te midden van een complexe context van (inter)nationale politiek, tariefmuren, belastingbeleid en internationale milieuproblemen, maar ook in termen van het geld dat erin omgaat. Daarnaast omvat ontwikkelingssamenwerking een heleboel zeer verschillende spelers samen (zie tekstbox), met heel verschillende doelen. Dit is cruciale basisinformatie voor de discussie over de toekomst voor wereldwijde duurzame ontwikkeling.

Laten wat contraproductief is
Bovenstaande inzichten kennen we niet pas sinds de economische crisis. Maar de crisis en de bezuinigingen zorgen er voor dat we kritischer moeten kijken naar wat effectief is. Dingen die we sowieso kunnen laten zijn:

• Alle verschillende spelers binnen ontwikkelingssamenwerking over één kam scheren (dat gebeurt vaak in discussies over of ontwikkelingssamenwerking nu wel of niet zinvol is);
• Doelen stellen (of communiceren) die voor deze spelers helemaal niet haalbaar zijn;
• Symptomen van armoede aanpakken in plaats van de onderliggende oorzaken; ofwel
• Zaken aanpakken die (mensen in) ontwikkelingslanden zelf kunnen aanpakken; ofwel
• Op andere beleidsterreinen ontwikkelingsdoelen tegenwerken (bijvoorbeeld eerlijke handel voorstaan EN tariefmuren hanteren; ontwikkelingsgeld geven aan regeringen EN dat geld vijfdubbel terugverdienen door niet betaalde belastingen, of op het gebied van wereldwijde milieu- of migratievraagstukken);
• Bezuinigen op subsidies voor thema's die moeilijker in eigen inkomsten kunnen voorzien (zoals bijvoorbeeld mensenrechten of vrouwenemancipatie); en
• Investeren in programma's die niet geëvalueerd (gaan) worden op effectiviteit (zoals uitgaven aan EU en bedrijfslevenpotjes).

Doen wat een realistische bijdrage levert aan wereldwijde duurzame ontwikkeling
De ontwikkelingssector moet gaan kijken – per speler en per doel – waar ze een bijdrage kan leveren en waar andere sectoren of partners deze doelen kunnen versterken (of verzwakken: risicoanalyse!). Ik denk aan:

• Een goede ontwikkelingsstrategie heeft informatie en openheid nodig. Het is nu niet duidelijk hoeveel ontwikkelingsgeld er precies waarheen gaat, en of dat effectief wordt gebruikt: we weten niet hoeveel belasting bedrijven in Nederland betalen, of in ontwikkelingslanden hadden moeten betalen. Bedrijfslevenpotjes worden niet geëvalueerd, en de Nederlandse bijdrage aan de EU wordt niet door Nederland bekeken op effectiviteit. 

• De ontwikkelingssector moet de onderliggende oorzaken van armoede aanpakken. De Nederlandse overheid en Europa zouden een sterke rol kunnen spelen op het gebied van wetgeving en economische afspraken. Grote ontwikkelingsorganisaties kunnen dit stimuleren door lobby campagnes (wat ook al gebeurt), bijvoorbeeld op het vlak van tax justice: alle landen besluiten dat belasting daar betaald wordt waar gekocht of geproduceerd wordt.

• Heel belangrijke pijlers van ontwikkeling zoals mensenrechten, en vrouwenemancipatie worden vaak niet voldoende ondersteund door overheden in ontwikkelingslanden. Maatschappelijke organisaties en journalisten – mensen die de informatie onderzoeken en naar buiten brengen – zijn nodig.

Inemarie Dekker (@InemarieDekker) werkt bij Svika Works en houdt zich bezig met thema's als social business, sport & ontwikkelingssamenwerking.

• Ik geloof dat kleinschalige ontwikkelingssamenwerking ook een groot doel kan bereiken, juist omdat het dan voor en door de mensen zelf gebeurt. Je kan je inzetten voor je eigen omgeving, en daar eigenwaarde en toekomstperspectief uithalen. Een social business in Nigeria ontwikkelde bijvoorbeeld een website yourBudgit die burgers informeerde over publieke uitgaven en politici ter verantwoording riep door vragen en reacties via social media te stimuleren. Deze website heeft daadwerkelijk de politieke machtsverhoudingen in Nigeria veranderd!

• Maar ook in Nederland zelf: het betrekken van mensen bij elkaar – wereldwijd – is erg belangrijk: als wereldburger zal je duurzamere keuzes maken als consument of ondernemer. Een voorbeeld op grote schaal is bijvoorbeeld Serious Request, of het betrekken van Nederlanders door crowdfunding, zoals bijvoorbeeld 1%Club en Pimp My Village doen. Een voorbeeld op kleinere schaal zijn jongerenuitwisselingen tussen Nederland en ontwikkelingslanden. Samenwerken op je eigen vakgebied en samenleven tijdens de uitwisseling betekent veel impact op individueel niveau.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
670

Inemarie Dekker

Profielpagina