Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Was de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO medeschuldig aan de moord op de Hondurese mensenrechtenactiviste Berta Cáceres? Ja, zegt een team van internationale mensenrechtenadvocaten dat zich vorig najaar boog over de moord op Cáceres. Ja, zeggen de vereniging van inheemse volken van Honduras COPINH en de familie van Cáceres, die een rechtszaak aan gaat spannen tegen FMO. De bank ontkent verantwoordelijkheid, maar heeft heel wat uit te leggen in deze kwestie.

“Ik denk dat de foto’s van Berta’s auto moeten worden gepubliceerd, samen met beelden van haar huis, berichten over alle luxegoederen die ze bezit, en ook dat haar kinderen in Argentinië studeren. Kortom, dat ze rijk wordt over de ruggen van anderen.”

Bericht van werknemer van energiebedrijf DESA

Voor ze werd vermoord, was Berta Cáceres het mikpunt van een lastercampagne op social media. Berta leidde als hoofd van COPINH de protesten van de Lenca, een van de oorspronkelijke bewoners van Honduras, tegen de bouw van de Agua Zarca-dam en waterkrachtcentrale in de Gualcarquerivier. De bouw werd uitgevoerd in opdracht van energiebedrijf DESA en gefinancierd door een consortium onder leiding van FMO.

DESA was en is een uiterst louche bedrijf, verweven met de politieke elite in Honduras, dat geen enkel middel schuwde om het verzet van de plaatselijke bevolking te breken. Een netwerk van informanten volgde Berta en verschafte uiteindelijk de informatie die nodig was voor het moordplan, uitgevoerd door paramilitaire ordetroepen op 2 maart 2016. Hoe perfide het bedrijf was, wordt duidelijk uit het rapport van de mensenrechtenadvocaten die van het Openbaar Ministerie inzage kregen in het telefoonverkeer tussen de ordetroepen en hooggeplaatste DESA-functionarissen. De directeur van DESA werd uiteindelijk in maart opgepakt, precies twee jaar na de moord. Acht anderen zaten al vast, maar de Cáceres-familie en de mensenrechtenadvocaten zijn ervan overtuigd dat de echte schuldigen nog hogerop gezocht moeten worden.

Hoe is het mogelijk dat een respectabel instituut als FMO met de doelstelling ‘aan ontwikkeling bij te dragen’ in zee ging met zo’n louche bedrijf? En waarom heeft FMO dat bedrijf ijzerenheinig gesteund ondanks de vele signalen dat het niet deugde? Die vragen dringen zich op als je het rapport van de advocaten leest, je in de moord verdiept en alles wat daaraan voorafging.

 

“Chef, ik heb geen informatie meer nodig. Ik wil alleen nog weten wat het budget is voor de job zelf, voor de juiste middelen en de logistiek.”

Moordverdachte Douglas Geovanny Bustillo februari 2016 tegen een DESA-topman

Berta’s werk is overgenomen door haar dochter Berta ‘Bertita’ Isabel Zúñiga Cáceres (27). Vorige week was ze met een Hondurese delegatie in Amsterdam voor overleg met advocate Channa Samkalden die de zaak tegen FMO gaat leiden. Bertita Cáceres: “We zijn tot de conclusie gekomen dat de internationale financiering, die FMO coördineerde, een belangrijke rol speelde bij de moord op mijn moeder. Vóór de moord was er al sprake van intimidatie en geweld, en werd onder meer de Lenca-leider Tomás Garcia vermoord. FMO wist daarvan, mijn moeder heeft ze verschillende brieven geschreven – waarop nauwelijks reactie kwam. Een van de belangrijkste uitvoerders, een Chinees bouwbedrijf, had zich voor de moord al teruggetrokken. FMO deed dat pas ruim een jaar na de moord, onder grote internationale druk. Ze hebben hun fouten nooit toegegeven, ook niet in de overleggen die we de laatste tijd met ze hebben gevoerd.”

Is er een patroon te ontwaren in het optreden van FMO bij ‘gevoelige’ projecten?

Deze vraag leggen we voor aan Anna van Ojik van Both ENDS, een organisatie die FMO al langere tijd kritisch volgt.

Van Ojik: “Ja, we zien een patroon, niet alleen bij FMO maar ook bij andere ontwikkelingsbanken. Dat patroon wordt gekenmerkt door een te weinig kritische houding ten opzichte van bestaande en potentiële klanten, die onder andere tot uiting komt in het voor kennisgeving aannemen van informatie, ook over de socio-politieke context, die de klanten FMO verschaffen. De overheden van de landen waar FMO investeert zijn vaak nauw gelieerd aan de klanten van de bank, en ook de informatie die overheden verschaffen zal dus gecheckt moeten worden.

Daarnaast denken we dat de FMO systematisch te lang wacht met het in kaart brengen van mogelijke mensenrechtenrisico’s, lokale gemeenschappen niet als directe gesprekspartner ziet en oppositie tegen hun projecten niet serieus genoeg neemt. Ook niet nadat er serieuze indicaties zijn van problemen.”

Onrechtmatige daad

Met de rechtszaak willen COPINH en de familie bereiken dat er ‘gerechtigheid’ komt, dat de verantwoordelijkheid van FMO wordt vastgesteld, en er herstelbetalingen ter compensatie voor de geleden schade worden gedaan. De zaak stoelt op het plegen van een onrechtmatige daad door FMO, licht Channa Samkalden toe. “De bank heeft zich aan haar maatschappelijke zorgplicht onttrokken door de aanleg van de centrale te financieren in weerwil van alle signalen dat het project niet deugde en geen maatregelen te treffen toen het uit de hand liep. Een van de gevolgen daarvan was dat het geweld en intimidatiebeleid van DESA zich heeft kunnen voortzetten – wat uiteindelijk onder meer heeft geleid tot de moord op Berta Cáceres. Een ander punt is de afwezigheid van instemming. Zeker een ontwikkelingsbank moet zich ervan vergewissen dat de plaatselijke bevolking op basis van voldoende informatie, zonder dwang, haar toestemming heeft gegeven. FMO zegt dat ze dat heeft gedaan. Maar alle geluiden van verzet heeft ze juist naast zich neergelegd.”

Alle geluiden van verzet heeft FMO naast zich neergelegd

De zaak gaat over het directe (financiële) belang van COPINH, de Lenca en de familie, maar stijgt daar ook bovenuit, zegt Samkalden. “De onrechtmatige daad kent wereldwijd verschillende toepassingen. Het verzaken van een zorgplicht wordt over het algemeen aangemerkt als onrechtmatig. Dat is ook gebeurd in de Urgenda-klimaatzaak. Hoe meer invloed je hebt, en hoe meer specifieke kennis je bezit, hoe groter je verantwoordelijkheid. Maar ik ken in het Nederlandse recht nog geen zaken waarbij financiers aansprakelijk worden gesteld voor mensenrechtenschendingen bij hun projecten. FMO heeft vaker de aandacht getrokken door onrechtmatigheden bij haar projecten. Wij hopen dat de bank zich hierna niet meer zo makkelijk aan de verantwoordelijkheid daarvoor kan onttrekken.”

Spijt

Hoe rechtvaardigt FMO haar handelen in de zaak precies? Tekenend is de verklaring die de bank uitgaf bij de definitieve terugtrekking uit het project, in juli 2017. De bank zegt daarin dat zij en medefinancier Finnfund geloofden dat het project ‘positieve ontwikkelingsimpact’ zou hebben ‘voor het land en de lokale gemeenschappen’. En dat die visie ook werd gedeeld door veel van de gemeenschappen in het bewuste gebied, ‘maar niet alle’.

Het was tijd, aldus de verklaring, voor een dialoog tussen de verschillende betrokkenen over de toekomst van het gebied, de ontwikkelingskansen, en de eventuele rol van een waterkrachtcentrale daarbij. Om ‘internationale en lokale spanningen te verminderen’ stapten FMO en Finnfund uit het project, in samenspraak met DESA. “De financiers merken op dat er (door hun factfinding missie, red.) geen bewezen relatie is vastgesteld tussen DESA en beschuldigingen van onwettige activiteit. Ze waarderen ook de bereidheid van DESA om het project op te schorten om ruimte te maken voor zo’n dialoog, en de uitkomsten daarvan te aanvaarden.”

Van die waarderende woorden over DESA moet FMO inmiddels spijt hebben. Ze komen ook niet meer terug in de reactie van de bank op het rapport van de mensenrechtenadvocaten. Maar ook daarin houdt de bank de poot stijf: “FMO en Finnfund werpen elke beschuldiging van onwettig gedrag verre van zich. We hebben altijd binnen de kaders van de wet geopereerd.”

Er is geen bewezen relatie vastgesteld tussen DESA en onwettige activiteit

FMO is blind gevaren op DESA en de Hondurese autoriteiten, zegt Anne de Jonghe. Eind 2015 vertrok ze als net afgestudeerd antropoloog naar de regio om onderzoek te doen naar het conflict rond de dam en bleef daar twee maanden. Ze voelde de spanning en de dreiging van geweld in de gemeenschappen. “Overal waren wapens. Als het donker werd, waagde niemand zich meer op straat. Tegenstanders van de dam zeiden: ‘we weten niet of we morgen nog leven’.

Begin 2016 interviewde ze Berta Cáceres. Tijdens het gesprek werd Berta weggeroepen. “De politie informeerde haar dat ze iemand hadden aangehouden die haar wat aan wilde doen. Berta noemde het ‘een tragikomedie’: moest ze erom lachen of huilen?”

De gemeenschappen waren verdeeld, dat klopt, maar de meerderheid was tegen de dam gekant. “Er was een familie in de plaats Rio Blanco die grond aan DESA had verkocht en op de hand van het bedrijf was. Ze exploiteerden een busdienst vanuit het gebied naar de grote stad, maar bijna niemand nam die bus.”

35624543985_0b3530ec2d_b

Boosheid

Na de moord op Cáceres keerde De Jonghe terug naar de regio en vervatte haar bevindingen in een artikel voor De Groene. “Ik proefde heel veel vastberadenheid. ‘Berta is niet dood, ze is vermenigvuldigd’, zeiden de mensen. Tegelijkertijd was het ook lastig de strijd verder te voeren. Berta was een hele sterke hoogopgeleide vrouw die ook anderen stimuleerde zich te ontwikkelen. Maar het opleidingsniveau in de gemeenschappen was over het algemeen laag. Ik moest soms mails voorlezen, omdat ze anders niet werden begrepen.”

Dat Cáceres’ dochter in de voetsporen van haar moeder trad, noemt De Jonghe ‘heel dapper’. “Ik vind haar visie ook heel inspirerend. Ze wil niet alleen dat de moordenaars en hun opdrachtgevers worden gestraft, maar ook dat de internationale actoren hun verantwoordelijkheid erkennen.”

De Jonghe begeleidt de Cáceres-familie en COPINH nu als medewerker van Both ENDS bij hun pogingen in Nederland gerechtigheid te vinden. Veel loopt stuk op de formele en afhoudende opstelling van FMO, vindt ze. “Ik denk niet dat ze voldoende verantwoordelijkheid nemen. Ze zijn vooral bezig met hun cliëntenagenda: je mag je klanten niet publiekelijk afvallen.”

Al werkt Anne de Jonghe nu niet meer als activistisch onderzoeker in het veld, maar bij een NGO in Nederland, de boosheid blijft. “Het raakt me steeds opnieuw dat er Nederlands geld geïnvesteerd wordt in projecten die zulke schade aanrichten en dat de signalen die de gemeenschappen in Honduras geven niet serieus worden genomen. Er wordt van alles op papier gezet, maar in de praktijk verandert er weinig.”

Bron: www.youtube.com

Vijf vragen aan Berta's dochter

Was je klaar om je moeder op te volgen?
“Nee, ik was wel van plan bij te dragen aan de strijd van de Lenca, maar ik was absoluut niet klaar voor het leiderschap. Ik werkte al wel voor COPINH, in het technische team. Maar het moest. Het was een moeilijk moment in de gemeenschappen, er was onrust over de coördinatie van het verzet. De meeste mensen wilden dat ik de coördinatie op mij nam, dat was ook symbolisch als dochter van Berta. Ik en mijn zus dachten dat we COPINH konden beschermen omdat we een zekere bekendheid genieten. Ze beloofden wel me te begeleiden omdat ik geen enkele ervaring had.”

Wat heb je van je moeder geleerd?
“Alles. Maar vooral dat we niet alleen staan, dat het een collectieve strijd is. Dat het niet alleen gaat om het verzet tegen de dam en het vinden van schuldigen voor de moord, maar ook om fundamentele principes van de Lenca. Die historische strijd mogen we nooit opgeven. De dam is een voorbeeld van een neokoloniaal project waarin over de bevolking wordt heengewalst.

Ik heb ook van mijn moeder geleerd dat je je bondgenoten zorgvuldig uit moet kiezen. Dat je het vertrouwen hebt dat we dezelfde strijd voeren, en samen tegen de banken optrekken. Sommige groepen denken dat de banken veranderd zijn, maar wij begrijpen dat niet goed. Uiteindelijk zijn ze allemaal uit op zo veel mogelijk winst maken en interesseren mensenrechten ze niks. We worden nu van alle kanten benaderd, door organisaties vanuit de VS bijvoorbeeld, met ieder hun eigen agenda. Sommigen steunen ook het militaire regime.”

De rivier is heilig voor de Lenca, ook dat fundament van jullie cultuur werd geschonden.
“Ja, dat is moeilijk in woorden uit te drukken, maar de rivier is voor ons bezield. Ze wordt bewoond door vrouwelijke geesten die ons en de rivier beschermen. Zije leren ons dat als we ons leven voor de rivier geven, we dat doen voor de hele mensheid en de planeet. We hebben mijn moeder in een ceremonie ook teruggegeven aan de rivier.”

Je bent vorig jaar zelf ternauwernood ontsnapt aan een aanslag, heeft dat je niet angstig gemaakt?
“Ik ben ook nog gecriminaliseerd op social media, net als mijn moeder. Ze schilderen mij af als terroriste die de gemeenschappen ophitst. We weten nu dat DESA daar achter zit. Maar nee, ik voel geen angst. Ik maak me wel grote zorgen over de situatie in Honduras en het klimaat van wetteloosheid waarin dit soort dingen kunnen gebeuren.”

Welk effect hoop je dat de rechtszaak zal hebben?
“Ik hoop dat we, als er een publieke sanctie komt op het optreden van partijen als FMO, hun beleid kunnen veranderen en dat het door die partijen gesponsorde geweld afneemt. Het is aan de gemeenschappen om te bepalen wat ze met compensatie gaan doen. Er is veel psychische schade geleden, we hopen dat we daar wat aan kunnen doen. De rechtszaak alleen is niet voldoende, er moet nog veel veranderen in Honduras. Maar wij doen wat in onze macht ligt, en maken de zaak integraal onderdeel van de strijd van het volk.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewlg3-0515

Hans Ariëns

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Profielpagina