Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het aspergersyndroom is hip. Als we tv-series moeten geloven, is het bijna een superkracht. De lijst van personages met de (leunstoel)diagnose is lang. Denk aan Sherlock uit de gelijknamige BBC-serie, Sheldon van The Big Bang Theory en Shaun uit The Good Doctor. Wat deze personages gemeen hebben, is hun uitzonderlijke intelligentie – plus het feit dat ze steevast een witte man zijn. Nu is dat op zich niet gek, aangezien witte mannen sowieso oververtegenwoordigd zijn in de media. Toch speelt er in dit geval meer: het idee van de superieur witte, mannelijke aspie. Deze ideologie valt terug te leiden naar het werk van Hans Asperger, de naamgever van het syndroom, ten tijden van de Tweede Wereldoorlog.

Het aspergersyndroom is hip. Als we tv-series moeten geloven, is het bijna een superkracht

Afgelopen april deed een historisch onderzoek naar deze Oostenrijkse kinderarts veel stof opwaaien. Hieruit bleek dat hij een actieve rol heeft gespeeld in Aktion T4, een nazi-programma gericht op het doden van mensen met beperkingen. In Aspergers geval ging dat om minderjarigen, veel van hen autistisch. Het onderzoek, uitgevoerd door medisch geschiedkundige Herwig Czech, beschrijft hoe Asperger zijn patiënten naar Spiegelgrund stuurde, een Weense kliniek voor ‘onvrijwillige euthanasie’, waar onder de nazi’s honderden kinderen werden vermoord.

Dat hij op de hoogte was van het lot dat hen daar wachtte, blijkt onder andere uit zijn aantekeningen in het dossier van Herta, een tweejarig meisje dat hij doorverwees naar deze kliniek: ‘Moeder zegt in tranen dat ze kan zien dat haar kind mentaal onwel is. Als ze niet geholpen kan worden, zou het beter zijn als ze stierf.’ De dag na haar derde verjaardag, stierf Herta inderdaad, aan een longontsteking. Deze ziekte werd in Spiegelgrund routinematig opgewekt door middel van barbituraatvergiftiging.

Kleine professoren

Vóór dit nieuwe onderzoek gepubliceerd werd, stond de dokter positief te boek: hij zou zelfs een verzetsheld zijn geweest. Dit portret wordt onder andere geschetst in NeuroTribes, een bestseller uit 2015, geschreven door Steve Silberman. Opvallend detail: Silberman was een van de proeflezers van Czechs artikel. Volgens dit boek deed Asperger er alles aan ‘zijn’ kinderen uit de klauwen van de nazi’s te houden. Zo overtuigde hij zijn gezaghebbers van de waarde van zijn patiënten door te benadrukken dat zijn ‘kleine professoren’ in potentie ‘superieure codebrekers’ waren voor het Reich.

Deze twee vertellingen lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan. Aan de ene kant staat academisch en journalistiek onderzoek door de jaren heen, en aan de andere kant Czechs paper, samen met een handvol vergelijkbare, recente publicaties. Het beeld van Asperger als collaborateur wint aan populariteit, maar de vraag hoe het beeld van hem als verzetsheld zo lang verankerd heeft kunnen zijn in publieke en wetenschappelijke opinie, blijft onbeantwoord. Taalbarrières, onwetenschappelijk giswerk of angst voor reputatieschade als gevolg van Aspergers populariteit?

De last van laag-functionerende’ mensen

Eén optie wordt doorgaans over het hoofd gezien: namelijk dat beide vertellingen elkaar niet uitsluiten. Niet volledig, althans. De New York Times schrijft dat het nieuwe onderzoek een einde heeft gemaakt aan het beeld van Asperger als ‘held’, die ‘de speciale talenten van zijn hoog-functionerende patiënten benadrukte om hun leven te redden’. Hoewel Asperger inderdaad zijn heldenstatus lijkt te hebben verloren, strookt de rest van deze claim niet met Czechs onderzoek. ‘Hoog-functionerende’ kinderen zijn inderdaad gered (als we het niet aanbevelen van moord als een vorm van redden kunnen zien).

Zoals ook Czech onderschrijft, was het argument van ‘functioneren’ vrij gangbaar in de context van nationaalsocialisme. ‘Hoog-functionerende’ mensen waren nuttig voor het volk; ‘laag-functionerende’ mensen een last. De vraag is dus niet of Asperger autistische kinderen de dood instuurde, of hen juist neerzette als waardevolle, mini-professoren – hij deed het allebei. Het hing er vanaf welk functioneringslabel hij het kind in kwestie toekende.

Verwijderd uit de DSM

Autistische kinderen werden in twee uiterst verschillende groepen ingedeeld. Een verschil van leven en dood, van inferioriteit en superioriteit. Een soortgelijke scheiding wordt vandaag de dag nog steeds gemaakt. De ‘waardevolle’ groep wordt vaak aangeduid met de term aspie of ‘persoon met Asperger’. De diagnose ‘Asperger’ werd in 2013 verwijderd uit de DSM (het classificatiesysteem voor psychische aandoeningen), maar blijft populair. De aspie is naast een medisch, namelijk ook een sociaal construct. Dit construct is afhankelijk van ‘functioneringsniveau’ en ‘cognitieve ontwikkeling’, maar ook van ras, etniciteit en gender. De stereotiepe aspie is een witte man.

In medische teksten wordt deze mannelijkheid vaak expliciet benoemd. Asperger zelf omschreef de ‘autistische persoonlijkheid’ als een ‘extreme variant van mannelijke intelligentie’. Technisch gezien heeft dit betrekking op autistische mensen in het algemeen, niet alleen degenen die later ‘zijn’ diagnose zouden dragen. In de praktijk is het echter heel onwaarschijnlijk dat hij deze mannelijke intelligentie ook toekende aan de patiënten die hij naar Spiegelgrund stuurde: kinderen die hij met autisme diagnosticeerde, maar ook met ‘intellectuele retardatie’ en een ‘verstoorde persoonlijkheid’.

Extreem mannelijk brein

In navolging van Asperger ontwikkelde Simon Baron-Cohen (de hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift waarin Czechs studie verscheen) de Extreme Male Brain theory van autisme. Deze theorie is gebaseerd op twee premissen. Ten eerste zouden vrouwelijke hersenen ‘bedraad’ zijn voor empathie en mannelijke hersenen voor het begrijpen en bouwen van systemen. Ten tweede zouden autistische mensen een extreem zwak empathisch vermogen hebben, en een extreem sterk systematiserend vermogen. Conclusie: autistische mensen hebben een extreem mannelijk brein.

Ook deze theorie slaat in theorie op autistische mensen in het algemeen, maar lijkt in de praktijk geschreven voor mannen die als hoog-functionerend gezien worden. Zo schrijft Baron-Cohen dat autismespectrumstoornissen veel vaker voorkomen bij mannen dan bij vrouwen, om deze bewering vervolgens te ondersteunen met de opmerking dat ‘bij mensen met hoog-functionerend autisme of asperger’, er een geslachtsratio bestaat van tenminste tien mannen voor elke vrouw. Ander onderzoek toont aan dat, hoe lager men vindt dat een autistisch persoon ‘functioneert’, hoe groter de kans dat ze een vrouw is.

Ras en etniciteit spelen een soortgelijke rol, hoewel hier minder onderzoek naar is gedaan. Autisme wordt het vaakst bij witte mensen vastgesteld, en minder bij zwarte, Latijns-Amerikaanse en Aziatische mensen. Vertragingen in taal- en cognitieve ontwikkeling (de twee officiële kenmerken van ‘laag-functionerend’ autisme) worden echter vaker vastgesteld bij niet-witte, autistische mensen, blijkt uit onderzoek.

Dit heeft er vermoedelijk mee te maken dat mensen van kleur, specifiek zwarte mensen, minder goed in het geracialiseerde beeld van de geniale, kleine aspie professor passen. In neonazi-kringen worden aspies openlijk in verband gebracht met witheid. In een forumdiscussie op de neonazi-website Jow, over wie toegang krijgt tot de ‘witte etno-staat’, betogen leden bijvoorbeeld dat ‘alle aspies welkom zullen zijn als honorary whites’, omdat zij ‘diep van binnen wit zijn’.

Schermopname-1899
Schermopname-1898

Betere positie van autistische mensen

Op deze manier wordt asperger opgevoerd als iets heel anders dan autisme: niet als een ander neurotype, maar als de extreme versie van (niet-autistische) witte mannelijkheid. Dit is een tweesnijdend zwaard. Aan de ene kant wordt het hierdoor makkelijker om schadelijk gedrag goed te praten als symptomatisch aan asperger. Zo claimt Baron-Cohen dat mannelijke mannen (specifiek aspies) worden onderdrukt in onze gefeminiseerde maatschappij. Hij normaliseert daarbij mishandeling, verkrachting en moord als natuurlijke gevolgen van het mannelijk brein. Aspie boys will be aspie boys, lijkt de boodschap.

Aan de andere kant hebben doorsnee autisten, en zelfs mensen die gediagnosticeerd zijn met Asperger’s maar niet-wit en/of niet-man zijn, helemaal niets aan deze boodschap. Sterker nog, voor hen is het gevaarlijk. Waar witte mannen hun inherente mannelijkheid op kunnen voeren als vrijbrief, wordt zwarte mannelijkheid omgevormd tot een racistisch stereotype van brute basisinstincten. Voor autistische mannen van kleur draagt de theorie van het extreem mannelijke brein daaraan bij.

Op het eerste gezicht lijkt het stereotype van de slimme, sociaal onhandige aspie bij te dragen aan een positieve beeldvorming van autisme. Toch komt het goede imago van asperger niet zozeer voort uit het omarmen van menselijk verschil, maar uit patriarchale en racistische ideeën van witte, mannelijke superioriteit. Voor het daadwerkelijk verbeteren van de positie van autistische mensen – en juist van hen die op meerdere vlakken gemarginaliseerd zijn – is helaas geen shortcut. Het idee van aspie-superioriteit is een gevaarlijke pleister op de permanente wond die validisme heet.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bijgesnedenn

Anna de Hooge

auteur

Anna de Hooge (1996) is mediawerker en schrijver. Ze is geïnteresseerd in onderwerpen als seksualiteit, fictie en anti-validisme. Anna wil …
Profielpagina

Advertentie

MTM-19-19_oneworldbanner_2 (002)