De rookgordijnen rond het nieuwe Medefinancieringsstelsel (MFS) zijn opgetrokken, de afgewezen ontwikkelingsorganisaties likken hun wonden. Tijd voor een evaluatie. In opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken en van brancheorganisatie Partos verscheen dan ook in juni het rapport De juiste maat?

Wat was de kwaliteit van de manier waarop het ministerie zijn nieuwe subsidiestelsel heeft ingevoerd? Zo luidde de hoofdvraag van het onderzoek. De start was goed, stellen de onderzoekers, hoogleraren Arie de Ruijter (Universiteit van Tilburg) en Ton Dietz (Universiteit van Amsterdam). Het ministerie had zich voorgenomen interactief te zijn: ontwikkelingsorganisaties mochten meepraten over het MFS. Er zou aandacht komen voor kwaliteitszorg, een ketenbenadering en innovatie, werd naar aanleiding van dit overleg besloten. De uitgangspunten van het MFS klonken bovendien veelbelovend: het ministerie zou bij de organisaties die subsidie aanvroegen, extra streng kijken naar kwaliteitsverbetering en resultaatgericht werken, de ruimte voor innovatie en de manier waarop de organisatie aansloot bij de bilaterale samenwerking, en bepalen of de organisatie zich niet te afhankelijk maakte van de subsidie.

Maar in de praktijk kwam hier allemaal weinig van terecht. De aandacht voor aspecten als inhoud en kwaliteit raakte ondergesneeuwd. In plaats daarvan kwam de nadruk te liggen op procedures, regeltjes en cijfertjes. Hierdoor 'voelt in elk geval een belangrijk deel van de sector zich vervreemd van het proces', schrijven de onderzoekers. De oorzaak hiervan is volgens hen de tijdsdruk. De besluitvorming nam te veel tijd in beslag, mede door vertraging in de Tweede Kamer. Daardoor deed het ministerie er te lang over om een onafhankelijke adviescommissie op te zetten die de aanvragen beoordeelde en adviezen gaf aan de minister. Ook hebben ontwikkelingsorganisaties veel kritiek op de manier waarop de selectie tot stand is gekomen, blijkt uit de enquête van de onderzoekers. (Lees ook 'Organisaties voor belangrijk deel beoordeeld op presentatiecapaciteiten', Vice Versa 6, 2006).

Papieren rompslomp
De tweede ronde van het MFS voor de subsidies vanaf 2010, moet beter, vinden De Ruijter en Dietz. Achttien aanbevelingen hebben ze paraat voor het ministerie, de onafhankelijke commissie, brancheorganisatie Partos en de diverse organisaties. Een aanzienlijk deel daarvan gaat over de tijdsplanning. Terecht, vindt Partos-voorzitter Paul Mudde, want in de tijdsdruk zat 'duidelijk een groot probleem'.

Een ander advies aan het ministerie is om de papieren rompslomp te verminderen door het hele proces op te splitsen in twee etappes. Op deze manier 'kan een belangrijke vereenvoudiging worden gerealiseerd', zegt Mudde. Het ministerie moet eerst toetsen of ontwikkelingsorganisaties voldoen aan bepaalde eisen, zoals het hebben van een relevant, onafhankelijk keurmerk. Alleen organisaties die door deze eerste toets heen komen, kunnen een subsidievoorstel indienen. In de tweede fase van de aanvraagprocedure zou een onafhankelijke commissie de aanvragen moeten beoordelen. Erg belangrijk vinden de onderzoekers dat er in beide beoordelingsfasen niet alleen oog is voor de cijfers die een organisatie kan voorleggen, maar ook voor de kwaliteit en de effectiviteit. Vooral 'netwerkorganisaties en organisaties die zich bezighouden met vredesopbouw, mensenrechten, internationale (milieu)lobby, en op media en cultuur gerichte organisaties' zouden hiervan profiteren, denken De Ruijter en Dietz.

Schrale troost
Bovendien moet er in het MFS meer ruimte komen voor diversiteit, vinden de onderzoekers. Organisaties op het gebied van kunst en cultuur of milieu scoren op dit moment bijvoorbeeld laag. Ook jonge en kleine organisaties zouden een betere kans moeten krijgen: voor hen moet er een 'MFS-plus' komen. Zij zouden jaarlijks, in plaats van een keer per vier jaar, de kans moeten krijgen om een aanvraag in te dienen.

Een belangrijk voorstel vindt Mudde ook 'het integreren van het klimaatvraagstuk in het beleid van internationale samenwerking. Belangrijk omdat diverse studies erop wijzen dat met name ontwikkelingslanden zwaar getroffen zullen worden door klimaatverandering.'

Het rapport gaat alleen over de totstandkoming van het MFS in de periode van 2004 tot en met april 2006 en geeft dus geen antwoord op de vraag in hoeverre subsidies terecht of onterecht zijn toegekend. Mudde: 'Hiervoor is bewust gekozen om verstrengeling van het onderzoek met eventuele bezwaar- en beroepsprocedures te voorkomen.'

Maar 'veel kritiek heeft betrekking op diverse toetsingscriteria en de wijze waarop een aanvraag is beoordeeld', weet Mudde. Wellicht een schrale troost voor al die organisaties die zwaar gefrustreerd uit deze eerste MFS-ronde tevoorschijn zijn gekomen, maar toch: de onderzoekers pleiten ervoor dat ook dáár nog onderzoek naar wordt gedaan. En het liefst op korte termijn, vindt Mudde: 'Als je daar te lang mee wacht, loop je het risico dat belangrijke kennis verloren gaat.'

Het volledige rapport is te downloaden via www.partos.nl (onder 'belangenbehartiging').

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief