OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Vrouwen en mannen hebben recht op eerlijke en betrouwbare informatie over seksualiteit en gezinsplanning, om weloverwogen keuzes te kunnen maken. Soms wordt informatie over abortus gemanipuleerd of is de informatie onjuist.

“Een gevoelig onderwerp”, zegt Ineke van de Vlugt, programmamanager Anticonceptie en Abortus bij kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers. “Omdat dit ook raakt aan ethische vraagstukken en persoonlijke waarden en normen. Toch is het belangrijk om feiten van onjuistheden te scheiden.” Ze weerlegt daarom tien hardnekkige mythes over abortus.

1.  Met de morning-afterpil breek je een zwangerschap af.

Niet waar:

De morning-afterpil kunnen vrouwen1 slikken direct (liefst binnen 24 uur) na onveilige seks (bijvoorbeeld als een condoom gescheurd is of als er geen anticonceptie is gebruikt). De morning- afterpil zorgt ervoor dat de ontwikkeling van een zwangerschap wordt tegengegaan. De eicel wordt niet bevrucht door spermazaadje en een eventueel bevruchte eicel nestelt zich niet in de baarmoeder. Er is dus nog geen sprake van een zwangerschap. Je kunt dan ook niet spreken van een abortus.

2. Met de ‘abortuspil’ kun je een zwangerschap tot 22 weken afbreken.

Niet waar:

Met een medicamenteuze overtijdbehandeling, de zogenoemde ‘abortuspil’, kan een zwangerschap van maximaal zeven tot negen weken (63 dagen overtijd) afgebroken worden. Binnen 48 uur slikt de vrouw dan twee soorten pillen: een pil met het hormoon progestageen om de ontwikkeling van een zwangerschap tegen te gaan en 24 uur later een pil waarmee door samentrekking van de baarmoeder het vruchtje wordt afgestoten. Bij zwangerschappen na negen weken kan alleen een abortusbehandeling worden uitgevoerd.

Na 8 weken kun je hartkloppingen horen, maar een kind is rond 23 weken pas levensvatbaar

3. Vrouwen die onbedoeld zwanger raken, kiezen te gemakkelijk voor een abortus.

Niet waar:

Vrouwen die onbedoeld zwanger raken staan voor een lastige keuze: de zwangerschap uitdragen of de zwangerschap afbreken. Voor veel vrouwen is dit een emotioneel belastende en niet makkelijke keuze. Vaak spelen meerdere factoren een rol, zoals: geen vaste of stabiele relatie, te jong of te oud, al een kind of meer kinderen, (nog) niet in staat een kind op te voeden en te verzorgen, te druk met opleiding en/of werk, alleenstaand, een zieke partner, zelf niet gezond of chronisch ziek. Maar soms hebben vrouwen bijvoorbeeld ook schulden, psychische problemen, een verslaving, geen goede huisvesting, of spelen andere problemen. In veel gevallen kiezen vrouwen voor een abortus, omdat een andere keuze voor hen op dat moment geen goed alternatief is. Vrouwen maken hierin zelf (al of niet samen met partner en omgeving) een weloverwogen afweging.

4. Al met acht weken zwangerschap klopt het hartje en is er met een abortus sprake van ’kindermoord’.

Niet waar:

Na de bevruchting groeit het celweefsel in de baarmoeder en ontwikkelen zich de organen zoals hart en longen. Met acht weken kun je wel hartkloppingen horen maar het hart is als orgaan nog niet volgroeid. Pas rond 22-24 weken is een kind levensvatbaar en kan het met behulp van goede klinische zorg verder groeien. Sommige aanhangers van bijvoorbeeld de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK), Siriz en Schreeuw om Leven vinden dat elk leven, ook al bestaat het nog maar uit een paar levende cellen in de baarmoeder, recht heeft op leven. Zij zijn van mening dat een zwangerschap – ook in een pril stadium – niet afgebroken mag worden. Dit zou volgens hen zelfs een vorm van kindermoord zijn.

5. Het aantal abortussen in Nederland is hoog.

Niet waar:

In Nederland is het mogelijk om tot 22 weken een zwangerschap af te breken. In veel andere landen is de termijn veel korter en zijn er strengere eisen. Toch heeft Nederland in vergelijking met andere Europese en niet-Europese landen relatief de minste abortussen van de wereld! Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 30.000 abortussen uitgevoerd, waarvan 10 procent bij vrouwen die niet in Nederland wonen. Het abortuscijfer ligt in Nederland op 8,5: dat wil zeggen dat 8,5 op de 1000 vrouwen in de leeftijd van 15 tot 45 jaar een zwangerschap afbreekt omdat deze ongewenst is.

6. De meeste abortussen vinden plaats bij tieners.

Niet waar:

In 2016 zijn er volgens de laatste cijfers van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bijna 3.000 abortussen uitgevoerd onder tieners in de leeftijd van 15 tot 20 jaar. Dat is 5,7 op de 1.000 tieners, en 10 procent van het totale aantal abortussen. De laatste jaren zien we een daling in abortussen onder tieners; zij beschermen zich relatief goed. De meeste abortussen in Nederland vinden plaats bij vrouwen tussen de 20 en 35 jaar.

Bijna de helft van de jonge vrouwen schaamt zich voor haar abortus

7. Vrouwen krijgen na een abortus spijt of krijgen psychische problemen.

Niet waar:

Alhoewel het voor veel vrouwen geen gemakkelijke keuze is, is het voor de vrouwen die hiervoor kiezen vaak wel de beste keuze. Vrouwen die een weloverwogen besluit nemen en achter hun keuze staan, hebben later minder last van spijt of psychische problemen. Onderzoek laat wel zien dat veel vrouwen die een abortus hebben gehad psychische problemen hebben, maar die waren er vaak al voordát ze ongewenst zwanger raakten. Als vrouwen een paar jaar na een abortus nog psychische problemen hebben, worden die vaak veroorzaakt door een instabiele relatie, door eerdere psychische problemen of door ingrijpende gebeurtenissen voorafgaand aan de abortus.

8. Er is geen taboe meer op abortus in Nederland.

Niet waar:

Alhoewel we in Nederland goede abortuszorg hebben en een liberaal klimaat, is er onder bepaalde groepen nog steeds sprake van een taboe op abortus. Uit onderzoek onder jongeren tot 25 jaar komt naar voren dat abortus niet makkelijk bespreekbaar is en dat sommige jongeren hard oordelen over een abortus of onbedoelde zwangerschap bij andere leeftijdgenoten.

Van de meisjes met een abortus staat twee derde achter haar keuze, maar 59 procent geeft aan dat ze er niet makkelijk over praten. En bijna de helft van de meisjes/jonge vrouwen tot 25 jaar met een abortuservaring schaamt zich hiervoor. Er is geen onderzoek onder vrouwen boven de 25 jaar naar het taboe over abortus. Een taboe kan ertoe leiden dat vrouwen die een zwangerschapsafbreking hebben ondergaan zwijgen over hun ervaring, wat een belemmering vormt bij de verwerking. Meer maatschappelijke acties tegen abortus dragen bij aan een groter taboe en zorgen ervoor dat het thema minder makkelijk bespreekbaar is.

9. Als vrouwen ongepland zwanger raken is dat hun eigen schuld.

Deels waar:

Iedere vrouw in de vruchtbare leeftijd kan bij onbeschermde seks, onbedoeld of ongepland zwanger raken. Uit de abortusregistratie van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Rutgers blijkt dat twee derde van de vrouwen een vorm van anticonceptie heeft gebruikt en toch zwanger is geraakt. De helft van hen gebruikte de pil en de andere 50 procent gebruikte een condoom. En juist met deze middelen kan het soms fout gaan: denk aan de mogelijkheid dat een of meerdere pillen vergeten zijn, een condoom gescheurd of afgegleden is of te laat aan een nieuwe pilstrip is begonnen. De pil is ook minder werkzaam als je te veel gedronken hebt, hebt overgegeven of diarree hebt. Niet iedereen is op de hoogte van deze risico’s of vrouwen of meisjes schatten de risico’s op zwangerschap te laag in. De een is bovendien vruchtbaarder dan de ander. Daarnaast zijn mannen natuurlijk net zo goed verantwoordelijk voor een zwangerschap. Als mannen bijvoorbeeld geen condoom willen gebruiken moeten vrouwen sterk in hun schoenen staan om seks zonder condoom te weigeren.

10. Als de termijn voor een abortus korter zou zijn, zouden we minder abortussen hebben.

Niet waar:

Sommige mensen denken dat hoe langer de abortustermijn is, hoe langer vrouwen wachten met een abortus. In Nederland worden verreweg de meeste abortussen (82 procent) uitgevoerd binnen het eerste trimester, dus binnen de eerste twaalf weken van de zwangerschap. Wel neemt het aantal abortussen dat in de tweede termijn wordt uitgevoerd in de laatste jaren iets toe. Dit wordt mede veroorzaakt door technologische ontwikkelingen in de prenatale diagnostiek. Hierdoor zijn afwijkingen bij de foetus eerder zichtbaar en kan de zwangerschap op medische gronden tot 22-24 weken worden afgebroken. Vrouwen uit landen waar de wetgeving qua termijn beperkter is, maken mogelijk wel eerder gebruik van de abortuszorg in Nederland. Zo zijn er vijf- à zeshonderd vrouwen uit België die na veertien weken een zwangerschap afbreken in Nederland. In eigen land is abortus toelaatbaar tot twaalf weken. In landen waar de termijn voor een abortus korter is, zien we echter geen lagere aantallen abortussen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Rutgers, kenniscentrum seksualiteit.

  1. Ook mensen die zich niet identificeren als vrouwen, zoals transgender mannen of non-binaire mensen, kunnen een baarmoeder hebben en dus zwanger worden. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Ineke_van_der_Vlugt-1

Ineke van der Vlugt

Programmamanager Anticonceptie en Abortus bij Rutgers

Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)