Achtergrond: Liberiaans conflict in feiten

05-08-2003
Door: OneWorld Redactie
Bron: ANP/OneWorld

1847: Bevrijde Amerikaanse slaven roepen de onafhankelijke republiek Liberia uit op de grond die Amerikaanse groeperingen voor hen hebben gekocht. Afstammelingen van de slaven, de Congos, hebben sindsdien grotendeels de politieke macht in handen.

1980: De sergeant Samuel Doe pleegt een militaire coup. Daarbij worden de toenmalige president William Tolbert en zijn ministers gedood.

1984: Onder druk van de Verenigde Staten staat Doe de terugkeer van politieke partijen toe.

1985: Doe wint de presidentsverkiezingen.

1989: Het Nationaal Patriottisch Front van Liberia (NPFL) onder leiding van Charles Taylor begint een opstand tegen de regering. Naar schatting 200.000 mensen verliezen in de daaropvolgende jaren het leven.

1990: De economische gemeenschap van West-Afrikaanse landen (Ecowas) stuurt vredestroepen. Een splintergroepering van de NPFL executeert Doe.

1991: Ecowas en de NPFL bereiken een ontwapeningsakkoord en stellen een tussentijdse regering van nationale eenheid in.

1992: De NPFL zet de aanval in op de West-Afrikaanse vredesmacht in Monrovia, die op zijn beurt de NPFL-posities buiten de hoofdstad bombardeert en de groepering terugdrijft.

1993: Een plan voor een tussentijdse regering en een wapenstilstand blijven zonder resultaat en de gevechten laaien weer op.

1995: De partijen ondertekenen een vredesakkoord.

1997: Bij de presidentsverkiezingen wint Charles Taylor overtuigend en zijn Nationale Patriottische Partij haalt een meerderheid in eerlijk verlopen parlementsverkiezingen.

1999: Liberia wordt ervan beschuldigd rebellen in Sierra Leone te steunen. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië dreigen hun steun aan Liberia op te schorten. Guinese rebellen vallen de Liberiaanse grensplaats Voinjama aan, waardoor meer dan 25.000 mensen op de vlucht slaan. Later in het jaar beschuldigt Guinea Liberiaanse troepen ervan grensdorpen te hebben aangevallen.

2000: Liberiaanse troepen openen een ‘massale aanval’ op rebellen in het noorden.

2001: De VN-Veiligheidsraad stelt een wapenembargo in, omdat Taylor met de opbrengsten van diamantenverkoop de Sierraleoonse rebellen van wapens heeft voorzien.

2002: Meer dan 50.000 Liberianen en Sierraleoners ontvluchten de gevechten. Taylor roept de noodtoestand uit en heft die pas acht maanden later weer op.

2003, maart: Rebellen naderen Monrovia tot 10 kilometer, tienduizenden ontvluchten de stad. In het zuidoosten wint een nieuwe rebellengroep, de Beweging voor Democratie in Liberia (Lurd), terrein.

juni: Taylor wordt in staat van beschuldiging gesteld wegens oorlogsmisdaden, door zijn steun aan de Sierraleoonse rebellen. De Lurd-rebellen proberen de hoofdstad Monrovia in handen te krijgen. Op 17 juni wordt in Ghana een staakt-het-vuren afgekondigd dat een dag later alweer geschonden lijkt. Tien dagen later volgt een tweede bestand. Binnen een week komen driehonderd Liberianen om.

juli: De Amerikaanse president Bush roept Taylor op het land te verlaten. Taylor aanvaardt asiel in Nigeria, maar doet vaag over zijn vertrekdatum. De VS sturen een militaire verkenningsmissie. Er breken weer hevige gevechten uit tussen regeringssoldaten en rebellen, vooral in en rond de hoofdstad. Weer slaan duizenden op de vlucht en er vallen honderden doden. Hulporganisaties slaan alarm.
West-Afrikaanse leiders, verenigd in Ecowas, besluiten 1300 Nigeriaanse militairen naar Liberia te zenden. Bush stuurt Amerikaanse marineschepen om de West-Afrikaanse vredesmacht te ondersteunen. Taylor meldt duizend doden in de afgelopen dagen. Lurd-rebellen zeggen de strategisch gelegen stad Gbarnga in hun macht te hebben. Opstandelingen van een andere rebellengroep, Model, nemen de havenstad Buchanan in, aldus het leger. De Lurd-rebellen kondigen weer een bestand af, dat de reger

Reageer op dit artikel.

Reacties