Abominabele toestanden op bananenplantages in Ecuador

26-04-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS / OneWorld

Behalve de Amerikaanse fruitbedrijven Chiquita, Del Monte en Dole worden ook de Ecuadoriaanse bedrijven Noboa en Favorite Fruit door Human Rights Watch beschuldigd van het indirect schenden van arbeidsregels. De eigenaar van Noboa is Alvaro Noboa, een kandidaat voor de aankomende Ecuadoriaanse presidentsverkiezingen.

Het Human Rights Watch rapport ‘Tainted Harvest’ neemt de arbeidsverhoudingen op bananenplantages in Ecuador onder de loep. Ecuador is de grootste bananenexporteur ter wereld. Het land tekende in 2000 voor een kwart van de Amerikaanse, en voor bijna een vijfde van de Europese bananeninvoer.

Bijzonder aan de Ecuadoraanse bananenproductie is dat het voornamelijk in handen is van plaatselijke telers. Deze situatie is het resultaat van verregaande landhervormingen in de jaren zestig. In de andere bananenproducerende ontwikkelingslanden is 60 procent van de plantages in handen van de Amerikaanse bedrijven Chiquita, Del Monte en Dole.

De Amerikaanse multinationals kopen de bananen van plaatselijke producenten via tussenpersonen. Ondanks de erkenning dat schendingen van de arbeidsregels voorkomen op de plantages waar zij bananen aankopen, voelen de bedrijven zich volgens het rapport niet verplicht om respect voor arbeidsrechten af te dwingen.

Pesticiden

Volgens het rapport werken er vele kinderen tussen de negen en veertien jaar op de plantages. Ze werken met scherpe haken en messen en sjouwen veel te zware gewichten. Meisjes worden vaak seksueel misbruikt. Minder dan vier op tien kinderen uit het rapport gaat op veertienjarige leeftijd nog naar school.

Bijna alle geïnterviewde kinderen zeiden dat ze moesten doorwerken, terwijl er vliegtuigen overvlogen die pesticiden sproeiden. De kinderen klagen dan ook over hoofdpijn, koorts, duizeligheid, branderige ogen, maagpijn, misselijkheid, braakneigingen, vermoeidheid en gewrichtspijnen.

Onder de Ecuadoriaanse wet hebben werkgevers echter wel een vergunning nodig om kinderen onder de veertien jaar te laten werken, maar de Ecuadoriaanse regering kan weinig druk uitoefenen op de branche. Ze heeft slechts 13 arbeidsinspecteurs in dienst. Daarbij komt bij dat de boete voor kinderarbeid maximum 200 dollar is.

Het werk op de plantages wordt zwaar onderbetaald. Zelfs het minimumloon van 5,85 dollar per dag wordt door de producenten niet gerespecteerd net zo min als de verplichte verzekering voor de arbeiders.

Organiseren

Ondertussen ondervinden de volwassen werknemers in de bananensector vele problemen om zich te kunnen organiseren. Slechts één procent van de bananenwerkers is lid van een vakbond. Dat is het laagste percentage van alle Centraal-Amerikaanse bananenexporteurs.

Een zwakke regelgeving is volgens het rapport deel van het probleem. Zo zijn werkgevers niet verplicht werknemers opnieuw aan te nemen die ze ontslagen hebben omwille van vakbondsactiviteiten.

Ook de slinkse tactieken van telers om arbeiders te werven via onderaannemers of om ‘permanent tijdelijke’ arbeiders in te huren worden niet bestraft. Zo slagen de telers erin bepaalde verplichtingen te omzeilen, en kunnen ze hun werknemers het recht op vereniging ontzeggen.

Reacties