‘15 miljoen mensen in Hoorn van Afrika bedreigd door honger’

08-10-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Hoewel de droogte de oogst in zuidelijk Afrika veel erger heeft toegetakeld dan in de Hoorn van Afrika, is de bevolking in zuidelijk Afrika rijker en daardoor veerkrachtiger. Bovendien is er een dynamische privé-sector aanwezig die snel voedsel begint in te voeren als er tekorten optreden. In Ethiopië is de particuliere sector zo goed als onbestaande.

Door de tegenvallende neerslag lijkt de oogst in Ethiopië dit jaar ongeveer 20 procent lager te zullen uitvallen dan vorig jaar. Volgens het Famine Early Warning Systems Network (Fews) dreigen tegen maart volgend jaar 14 miljoen Ethiopiërs te weinig te eten te hebben. Vooral op de hoogvlaktes in het oosten van het land is er te weinig regen gevallen. Omdat het nu oogsttijd is, kunnen de meeste boeren de komende maanden nog wel zonder hulp doorkomen.

In buurland Eritrea, dat slechts 3 miljoen inwoners telt, zullen volgens het Wereldvoedselprogramma (WFP) in 2003 één miljoen mensen voedselhulp nodig hebben. Onlangs waarschuwden het WFP en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) dat de graanoogst er dit jaar maar 15 procent van de nationale behoefte zal dekken, vergeleken met 40 tot 50 procent in andere jaren.

Oorlog met Irak

Nick Maunder van het Fews klaagt dat het moeilijk is de donorgemeenschap warm te maken om de noodhulp aan Ethiopië op te voeren. Volgens hem speelt daarin donormoeheid mee. De weifelende houding van de Europese Unie om met meer hulp voor de Hoorn over de brug te komen heeft al tot een boze reactie van zeven grote hulporganisaties geleid. Volgens Maunder doet verder ook de dreigende oorlog met Irak de aandacht van de internationale gemeenschap voor de Hoorn van Afrika verslappen.

Tijdens de vorige droogteperiode in de Hoorn van Afrika van 1999 tot 2000 viel de respons van de donorlanden op de oproepen van de hulporganisaties extreem tegen omdat Ethiopië en Eritrea op dat moment oorlog voerden met elkaar. Aan dat conflict kwam in 2000 een einde, maar de gevolgen zijn nog altijd voelbaar. Grote groepen vluchtelingen zijn nog niet naar hun woonplaatsen teruggekeerd. Sommige akkers zijn onbruikbaar omdat er mijnen liggen. Duizenden soldaten zijn nog niet gedemobiliseerd, zodat hun vrouwen er op de velden alleen voorstaan.

De hulporganisaties geven toe dat het gevaar bestaat dat Ethiopië en Eritrea ‘verslaafd’ raken aan ontwikkelingshulp en zich niet meer voldoende inspannen om zelf het nodige te produceren. De hulpverleners proberen er daarom voor te zorgen dat de noodhulp alleen gaat naar mensen die zonder van honger zouden omkomen of in absolute armoede zouden afglijden.

Reacties