Twijfel wint het van hoop in Mali

20-04-2012
Door: Sal Stam
Bron: OneWorld

Mali is weer terug bij af. Nieuwe verkiezingen moeten het land weer een democratisch aanzien geven. Maar boerenleider Ibrahim Coulibaly heeft zijn twijfels. “Civiele organisaties moeten nu een serieuze stem krijgen. Er is teveel kapot gemaakt.”

Een dag voor zijn terugkeer naar Mali maakt Ibrahim Coulibaly, een vermoeide indruk. De leider van de boerenbeweging CNOP was deze maand in Den Haag voor een driedaagse bijeenkomst over voedselveiligheid. Veel tijd om uit te rusten zal hij in Mali niet hebben. “Het land is in oorlog”, zegt de boerenleider zonder enige schroom. “Het moet zichzelf opnieuw uitvinden.”

De afgelopen weken ging de aandacht in de berichtgeving over Mali vooral uit naar de Touaregs, de opstandelingen die in korte tijd een groot deel van het land innamen en het bewind van president Touré omver wisten te werpen. Ze lieten in het noorden een spoor van vernieling na, met in hun kielzog Ansar ud-Din, een streng islamitische groepering die banden heeft met al-Qaeda. Ibrahim noemt Ansar een ‘opportunistische alliantie’ die geen stand zal houden en weinig draagvlak heeft onder de bevolking. De extreme armoede, slechte gezondheidszorg en de wijdverbreide corruptie, dat zijn de kernproblemen waar grote delen van de bevolking onder gebukt gaan.

Serieuze stem
Interim-president Traoré heeft nu beloofd dat hij binnen veertig dagen nieuwe verkiezingen zal uitschrijven. Klinkt mooi, zegt Ibrahim, maar of het voldoende zal zijn is zeer de vraag. Om Mali echt democratisch te maken is veel meer nodig. “Civiele bewegingen zoals boerenorganisaties, intellectuelen en vakbonden moeten een serieuze stem krijgen in Mali en betrokken worden in de politieke besluitvorming. En die hebben ze nu niet.”

Volgens Ibrahim is Mali in bepaalde opzichten slechter af dan twintig jaar geleden, toen het land ook al het toneel was van een staatsgreep die - notabene - door de net afgetreden Touré werd geleid. “Net als nu was er een hang naar democratie en naar een politiek systeem waarin plaats is voor meerdere partijen. Formeel is er wel het nodige veranderd. Er zijn meer politieke partijen toegestaan en groepen als boeren, vakbonden en intellectuelen hebben zich kunnen organiseren. Maar na een veelbelovend begin jaren negentig is hun invloed sinds de eeuwwisseling tanende: de laatste jaren hebben ze geen poot meer aan de grond gekregen.”

“Je kunt niet eens zeggen dat er sprake was van repressie. Er was wel vrijheid van meningsuiting, maar er werd simpelweg niets mee gedaan. Het clientelisme is weer net zo erg als toen, misschien nog wel erger. Er is bijvoorbeeld nog steeds geen onafhankelijke rechtspraak.”

Ibrahim legt uit dat er onder Touré en diens voorganger Konaré het centrale gezag bepaalde bevoegdheden heeft overgedragen aan lokale besturen. “Denk daarbij aan zaken als onderwijs, gezondheidszorg en drinkwatervoorziening. Maar het land is sterk tekortgeschoten waar het gaat om structurele zaken als landrechten en toegang tot hulpbronnen zoals water, voor boeren heel essentieel. Grote investeerders hebben vrij spel gekregen en er is geen enkele controle over wat er lokaal met de grond gebeurt. Daardoor vindt er op grote schaal landjepik plaats, met name in grote vruchtbare gebieden zoals Office du Niger, een gebied van een miljoen hectare. Onder veel boeren bestond indertijd de hoop dat hun rechten beter zouden worden geregeld, maar ze zijn bedrogen uitgekomen.”

Volgens Ibrahim moet van de ongeveer 800.000 Malinese boeren de helft vrezen voor zijn bestaan. "En dat terwijl je met pakweg 1000 euro aan investeringen een boer in Mali op weg kunt helpen. Maar in plaats daarvan wordt de malaise alleen maar groter. Het heeft onhoudbare vormen aangenomen.”

Ibrahim weet te melden dat van alle Millenniumdoelen om de armoede te bestrijden er in Mali niet een zal worden gehaald. “Zo zijn het onderwijs en de gezondheidszorg nog lang niet op een fatsoenlijk peil. Onder Touré zijn er wel klinieken en scholen bijgekomen, in de meest verre uithoeken van Mali zelfs. Maar als je vervolgens allerlei geldstromen gaat afromen, schiet je er als Malinees weinig mee op. Er zijn te weinig gekwalificeerde mensen, waardoor de kwaliteit van de zorg en scholen chronisch tekort schiet. Rijke Malinezen kunnen terecht in privé-klinieken, maar voor de gewone Malinees zijn die onbetaalbaar. Of de arts is te duur of hij is er gewoon niet.”

“In de steden is het niet veel beter. Door de urbanisatie wordt ruimte schaarser en daardoor wordt er volop gespeculeerd en is het moeilijker geworden een huis te bouwen. Je moet de juiste papieren hebben en dat betekent dat je vriendjes moet zijn met mensen binnen overheidsdiensten. Als je geen deel uitmaakt van de elite, kom je niet ver.”

Traditie van vredesakkoorden
Volgens Ibrahim wordt herstel van de democratie in Mali een zaak van lange adem. Niet alleen zullen de oude machthebbers het veld moeten ruimen, ook moet er nieuwe wetgeving komen die de arme bevolking meer rechten geeft. “De afgelopen jaren zijn er bijvoorbeeld nieuwe wetten van kracht geworden die boeren in beginsel bestaansrecht geven. Daardoor kunnen ze zich verzekeren en krijgen ze een vorm van sociale zekerheid. Maar tegelijk worden de prioriteiten niet bij boerenlandbouw gelegd, waardoor de nieuwe rechten in praktijk weinig voorstellen en veel boeren worden gedwongen hun bestaan op te geven. Om dit democratiseringsproces kans van slagen te geven, zal er een serieuze dialoog op gang moeten komen tussen politiek en civiele bewegingen, zodat het land kan worden hervormd.”

“De grondvesten voor inspraak voor boerenorganisaties zijn inmiddels gelegd door het Democratic Local Governance Programme (GLD) van SNV. Onder het oude regime hebben burgerbewegingen geen vuist kunnen maken. Zelfs het leger deelde in de malaise. Gelukkig heeft Mali heeft een traditie waarin het telkens tot vredesregelingen wist te komen, ook in het noorden, waar al tientallen jaren conflicten zijn. Dat moet nu ook gebeuren, met een nieuw politiek bestel en met vertegenwoordigers die aangesproken kunnen worden op wat ze doen en laten. Maar makkelijk zal het niet worden. Er is de afgelopen jaren veel te veel kapotgemaakt.”

Met dank aan Joost Nelen, landbouwadviseur voor SNV in onder meer Mali

Foto: cc

Reacties