Millenniumdorpen: Utopie of realistisch concept?

02-09-2010 Bron: IS Online
Millenniumdoelen (c) Sanne Terlingen

Terwijl de wereld aanmoddert in de hoop dat Afrika wat millenniumdoelen haalt, gaat het veertien Afrikaanse dorpen voor de wind. Zijn deze millenniumdorpen: een utopie of dé manier om Afrika van de armoede te verlossen?

Boer Kojo heeft geen honger. Vijf jaar geleden at hij alleen ‘s middags een hap. Zijn kinderen ontlastten zich in de bosjes. Slechts zes gezinnen in zijn dorp beschikten over de luxe van een omheind gat om in te poepen. Bijna driekwart van de dorpelingen leefde, net als Kojo, van minder dan een dollar per dag.

Kojo, 41 jaar, getrouwd met Mary en vader van vier, woont in het Ghanese dorp Bonsaaso. In 2007 kreeg Bonsaaso twee waterpompen, een basisschool, onderkomens voor docenten en een schoolkeuken waar leerlingen elke dag een gratis lunch kunnen ophalen. Kojo ontving gratis medicijnen, een klamboe, hybride maïszaden en mest. Zijn oogst verdubbelde, net als die van de andere boeren in het dorp. Ineens was er genoeg maïs om te eten. Er was maïs om te verkopen. Zelfs maïs om te sparen. Sinds 2006 is Bonsaaso een van de veertien Afrikaanse dorpen waar het Millennium Villages Project (MVP) wordt uitgevoerd. Als het aan de initiatiefnemers van dit project ligt, zal het succes van Bonsaaso zich uitspreiden over heel Ghana. Over heel Afrika. Tot de hardnekkige armoede is verdwenen.

Het idee
De millenniumdorpen maken deel uit van een enorm ontwikkelingsplan gestoeld op de denkbeelden van de Amerikaanse econoom Jeffrey D. Sachs. Sachs stelt dat veel Afrikanen zó arm zijn dat ze op eigen kracht onmogelijk vooruit komen. Als we ze een zetje geven, belanden deze Afrikanen op de eerste tree van de ladder van ontwikkeling. Vervolgens kunnen ze zelf omhoog klimmen, is het idee. In de millenniumdorpen laat Sachs zien dat arme gemeenschappen met zo’n push, zoals hij het noemt, in vijf jaar de millenniumdoelen halen.
Waarom een push? Veel ontwikkelingsorganisaties in Afrika investeren in één sector. Dorp A krijgt schoon drinkwater en dorp B krijgt een school. Het gevolg? De pomp in dorp A gaat stuk en de inwoners weten niet hoe ze het apparaat moeten repareren. Kinderen in dorp B missen veel lessen, want ze zijn vaak ziek van het vervuilde water dat ze drinken. Bij een push wordt alles tegelijk verbeterd – van de gezondheidszorg tot de wc’s tot de mentaliteit van de dorpsbewoners – zodat de ingrepen elkaar versterken.

“In Mbola in Tanzania was de oogst na twee projectjaren vijf keer zo groot als in omringende dorpen”, vertelt cultureel antropoloog Daniel Steinmann. Steinmann leefde drie maanden in millenniumdorp Mbola en analyseerde hoe de plannen uitpakten in de praktijk. “Aan de rand van het dorp woont mevrouw Bitsudi. Dankzij de mest en de zaden die de projectleiders haar leverden, oogstte ze zo veel meer dat ze een winkeltje kon openen. Ze verkoopt olie, gedroogde vis, lucifers… De winst die ze maakt, steekt ze in de uitbreiding van het assortiment.”

Waterpomp
Het idee van een big push is niet nieuw. In 1943 presenteerde Paul Rosenstein-Rodan het zetje als dé methode om Oost-Europa vooruit te helpen. Destijds mislukte het pushen van satellietdorpen jammerlijk, maar die ontvingen dan ook geen technische hulpmiddelen als kunstmest, zonnecellen, geïmpregneerde klamboes, batterijladers en mobiele telefoons. In de millenniumdorpen zijn alle ingrepen wetenschappelijk onderbouwd. Onderzoekers in New York analyseren zelfs de kosten en de baten van het aanschaffen van een tweewielige tractor voor Kojo en de andere boeren in Bonsaaso. Het voornaamste verschil met de oude satellietdorpen is dat de inwoners van de millenniumdorpen ‘in de bestuurdersstoel zitten’ bij de uitvoering van de ontwikkelingswerkzaamheden, aldus Sachs. In Bonsaaso vind je geen westerse wetenschappers, maar hoogopgeleide Ghanezen. Ze werken volgens het Millenniumdorpen-handboek dat 151 pagina’s beslaat. De ingekorte versie althans. Sla een willekeurige pagina open, en lees op bladzijde 37 dat een millenniumdorp in projectjaar twee een bonnensysteem voor zaden en mest krijgt plus een instituut dat microkredieten verstekt. Veldtraining nummer drie zal boeren kennis verschaffen over bodemstructuren. Dorpelingen moeten fruit- en brandstofbomen kweken, een voedselveiligheidsplan opstellen en een irrigatiestrategie verzinnen.
Is er met een dusdanig gedetailleerd projectdraaiboek nog ruimte voor inbreng van de mensen zelf? De Ghanese projectleider Samuel Afram meent van wel: “De inwoners van Bonsaaso hadden meer behoefte aan water dan de inwoners van het twee kilometer verder gelegen Tontokrom. Daarom kreeg Bonsaaso twee waterpompen en Tontokrom een. Boer Kojo is blij met de waterpomp en met de gratis zaden, maar hij vindt dat er onvoldoende naar de dorpsbewoners geluister wordt. Hij wil dat de projectmedewerkers een kantoor openen in Bonsaaso. Nu huizen die in de districthoofdstad Manso-Nkwanta, twee uur rijden met een terreinwagen. Hij kan niet even bij ze aankloppen als hij iets wil zeggen. Hij is boos dat hij voortaan een deel van zijn oogst moet afstaan in ruil voor zaden. Dat deelde de landbouw-coördinator onlangs mee tijdens een gemeenschapsbijeenkomst. De dorpelingen mochten vragen stellen, ze beklaagden zich. De coördinator herhaalde dat de zaden niet langer gratis zijn. Zo hoort het in jaar drie, zegt het handboek.

Gerommel met hulpgoederen
De levensomstandigheden van de inwoners van de millenniumdorpen zijn drie jaar na aanvang van het project zichtbaar verbeterd. “De afgelopen twee jaar stierf geen enkele zwangere vrouw in Bonsaaso”, vertelt projectleider Afram. “Er is geen honger meer ”, zegt boer Kojo. Rapporten spreken van halvering van het aantal malaria-gevallen, de maïsoogst is verdriedubbeld en in plaats van acht procent beschikt veertig procent van de huishoudens tegenwoordig over een ordentelijk toilet.
De hulp heeft echter een schaduwzijde. De dorpelingen voelen zich afhankelijk van de projectmedewerkers. Willen ze meedoen, dan moeten ze zich registreren bij het MVP-kantoor. Ze krijgen een nummer dat fungeert als controlemiddel: krijgt deze dorpeling nog mest, medicijnen of iets anders?. Mevrouw Bitsudi (de Tanzaniaanse dame met het winkeltje) ontplooide zich dankzij de hulp exact zoals MVP beoogde. Maar nog geen honderd meter van haar vandaan leeft de alleenstaande moeder Margareth. “Margareth staat officieel geregistreerd, maar ze ontvangt geen projectzaden en projectmest”, vertelt antropoloog Steinmann. Het blijkt in het Tanzaniaanse millenniumdorp een publiek geheim dat projectmedewerkers hulpgoederen van minder mondige mensen zelf houden of doorverkopen aan hogergeplaatste dorpelingen. Mevrouw Bitsudi vaart wel omdat ze een projectmedewerker geld toestopt. Officieel heeft ze recht op maïszaden voor één hectare land, de projectmedewerkers bezorgen haar de dubbele hoeveelheid.
Door alle ingrepen veranderen de sociale verhoudingen in rap tempo. Gelukkigen klimmen omhoog dankzij de hulp, anderen, zoals de alleenstaande moeder Margareth, vallen buiten de boot. Zij voelen zich armer dan ooit.

Cursussen
Een andere ingreep die op papier goed oogt is de opleiding van Community Health Workers, CHW’s. Geselecteerde jongeren ontvangen geld voor het bijwonen van gezondheidslessen, bijvoorbeeld over de malariamug of over het nut van handen wassen. Ze krijgen ook een fiets, waarmee ze langs verschillende huishoudens moeten gaan om de geleerde kennis over te dragen. “Slechts een enkeling kreeg een CHW op bezoek”, ontdekte antropoloog Steinmann in Tanzania. Ook in Ghana worden de CHW’s zelden gesignaleerd. “Van een fiets kan ik niet eten”, legt de twintigjarige CHW Patrick uit Bonsaaso uit. “Ik krijg niet betaald om bij dorpsgenoten op visite te gaan. Als ik geen les heb, werk ik op het land.” Toch wilde Patrick dusdanig graag CHW worden, dat hij vanuit de grote stad naar Bonsaaso verhuisde. “Met extra cursussen op mijn cv maak ik kans op een betere baan. Als het project stopt, ga ik terug naar de stad.” Patrick is niet de enige die van plan is om Bonsaaso te verlaten als het project afloopt. Zuster Lydia en basisschooljuffen Faustina en Greta ontvangen een aanvulling op hun salaris om op het projectterrein te werken. “Dit is bush”, zegt Faustina. “Wie wil hier wonen?” “Geen extra geld? Dan ben ik weg”, verkondigt Greta. Zelfs boer Kojo wil verhuizen als het project ten einde is. Hij spaart voor een huis in de stad.

Beroemdheden
Dag en nacht zijn dorpelingen zich ervan bewust dat ze deel uitmaken van een gesponsord project. Naast de roze kerk van Bonsaaso staat een wit bord: Welcome to Bonsaaso, UN-Millennium Village .Op de roze lakens in de nieuwe kliniek is het MVP-logo gedrukt, net als op de bankjes in de nieuwe school. De lokale kroeg is omgedoopt tot Nkosuo-spot, kroeg van de ontwikkeling. Terwijl MVP de dorpelingen leert om zichzelf te ontwikkelen, leren zij dat ze bij MVP moeten aankloppen om te krijgen wat ze willen hebben.
Momenteel profiteren een half miljoen mensen in tien Afrikaanse landen van het initiatief van Jeffrey Sachs. Bij lange na nog niet genoeg, meent hij. Het liefst zou hij nog meer scholen en ziekenhuizen openen, maar de hoeveelheid donorgeld is niet onbeperkt. Ondanks alle wetenschappelijke onderzoeken blijft bovendien de vraag onbeantwoord wat de minimale middelen zijn om Afrikanen uit de armoedeval te helpen. Daarbij liggen de projectdorpen in the middle of nowhere. De lokale bus vanuit de Ghanese stad Kumasi doet er zes uur over om Bonsaaso te bereiken, als hij al rijdt. In een dichter bevolkt gebied zouden meer Ghanezen van de verbeterde wegen profiteren. Het doortrekken van de elektriciteit naar een dorp nabij Kumasi had minder geld gekost. Geld waarvan een extra kliniek gebouwd had kunnen worden.
Een gemiste kans? De millenniumdorpen blijken geselecteerd volgens specifieke criteria. Ze liggen allemaal in verschillende agro-ecologische zones: de inwoners van Bonsaaso leven van maïs en cacao, in Tiby (Mali) telen de dorpelingen rijst en in Sauri (Kenia) leven ze op nomadische wijze van de veeteelt. Alleen zogeheten ‘honger-hotspots’, gemeenschappen waar 20 procent van de kinderen ondervoed was, kwamen in aanmerking om millenniumdorp te worden. Sachs wil niet in één keer zoveel mogelijk Afrikanen helpen. De dorpen behoorden tot de moeilijkste plekken ter wereld om te leven. Als zijn project daar slaagt, slaagt het overal, is het idee. En dan zullen donoren op dezelfde leest geschoeide programma’s vanzelf omarmen. Het project doet het sowieso goed bij politici, celebs en activisten. De wc’s achter de school in Bonsaaso zijn van CARE, de school-laptops van One Laptop per Child, de klamboes van het Japanse bedrijf Sumitome. Meer en meer organisaties verbinden zich aan de millenniumdorpen. Beroemdheden – van Madonna en Tommy Hilfiger tot de prins van Monaco, vereerden de dorpelingen met een bezoek. Nooit eerder ondersteunden zoveel organisaties en filantropen eenzelfde project.

Koudwatervrees
Ook de president van Mali, Amadou Toumani Touré, liet zich door de millenniumdorpen inspireren. Eind 2008 presenteerde hij een plan om 2,5 miljoen Malinezen in 166 gemeenten uit de armoedeval te helpen. De Malinese regering zal 35 procent van de kosten dekken, maar wil Mali l’initiative 166 daadwerkelijk uitvoeren, dan is 1 miljard extra hulpgeld nodig, verspreid over een periode van vijf jaar. Dat betekent een verhoging van de hulp aan Mali met 20 procent. Hoewel het westen zich erop toegelegde alle millenniumdoelen te halen, blijken donoren huiverig nu Mali een concreet plan op tafel legt. De Wereldbank wil de ontwikkeling van zeven Malinese gemeenten financieren. Een Spaans millennium-fonds regelt voedselzekerheid voor vier gemeenten. Blijven er 155 over. Ook de regeringen van Nigeria en Ghana hopen op fondsen waarmee ze de MVP-werkzaamheden kunnen uitbreiden.

In heel Afrika zien mensen intussen op televisie hoe gelukkig de inwoners van de millenniumdorpen zijn. “Dankzij telecombedrijven ZAIN en Ericsson kan een zwangere vrouw een dokter bellen als ze bevalt”, vertelt de Ghanese projectleider Afram tegen de camera. Gehuld in een kleurige blouse wandelt hij door zijn millenniumdorp. In zijn kielzog de cameraploeg. Op de achtergrond bellen dorpelingen driftig met de speciaal uitgereikte mobieltjes. Wie goed kijkt, ziet Kojo aan het eind van het filmpje voor zijn huis staan. Of hij dankzij MVP nog lang leeft, zal over een paar jaar vast in een officieel rapport staan. Maar leeft hij ook gelukkig? Journalisten en onderzoekers die met Kojo willen praten, dienen permissie te vragen aan projectcoördinatoren in New York. Geluk? Dat is niet in percentages weer te geven.
 

Sanne Terlingen

Sanne Terlingen werkt als online onderzoeksjournalist bij VARA/BNN. Van 2011 ...

Lees meer van deze auteur >

Reacties