Hollandse kost houdt Boliviaanse kinderen van de straat

16-05-2012
Door: Leonie Hosselet
Bron: OneWorld

Een toerist  waant zich bij aankomst in Sucre even aan de Costa del Sol. Nederlandse horecagelegenheden zijn opvallend aanwezig in de de Boliviaanse hoofdstad. Je kunt er gehaktballen met pindasaus en posters van Johan Cruijff vinden. Toch overstijgt het geheel het niveau ´Friet van Piet´. Verschillende Nederlandse horecaondernemers zetten zich in voor een goed doel.

Het is laat in de middag in Sucre. Nog even schijnt de zon op de witte gebouwen van de kleine koloniale binnenstad. Op straat staat Linda de Jong (34) flyers uit te delen. De eigenaresse van Café Amsterdam heeft het druk. Vanmiddag zwom ze nog met gehandicapten. Vanavond organiseert ze een benefietavond. De Jong: “Ik werkte hier jaren geleden als vrijwilliger met kinderen. Ik werd verliefd op hen en de stad. Terug in Nederland richtte ik een stichting op. Daarmee ondersteun ik een opvangcentrum voor werkende kinderen uit de buitenwijken.  Zij hebben vaak problemen met hun ouders. Sommigen wonen zelfs op straat.” Uiteindelijk verhuisde De Jong naar Bolivia. Ze voelde zich hier nuttiger dan in Nederland, en wilde graag dicht bij het doel van de stichting zijn. Ze opende een café om extra geld in te zamelen.

Appeltaart
In lunchroom Flavour ruikt het naar versgebakken appeltaart. Eigenaresse Maaike Wijnstra (27), werd door De Jong aan haar Boliviaanse vriend voorgesteld. Voor de liefde verhuisde ze naar Sucre, zijn geboortestad. Wijnstra: “Sucre is in vergelijking met andere Boliviaanse steden veilig en heeft een prettig klimaat. Het is hier relatief makkelijk om zelfstandig horecaondernemer te zijn. In Nederland was ik nooit voor mezelf begonnen, teveel regeltjes.” Naast de lunchroom heeft ze  een website voor Nederlandse vrijwilligers. Die koppelt ze aan lokale organisaties, scholen en opvangcentra die een helpende hand kunnen gebruiken.  

Zelf als buitenlander een vrijwilligersproject beginnen, ziet ze echter niet zitten. Wijnstra: “Ik heb teveel buitenlandse initiatieven zien sneuvelen. Het is moeilijk om een duurzame verbetering aan te brengen in het leven van de mensen hier. Ze doen weinig om zelf vooruit te komen.” Ze ziet meer nut in het aanbieden van betaald werk met goede arbeidsvoorwaarden. Wijnstra: “Binnenkort neem ik een Boliviaans meisje in dienst. Dat vind ik de meest natuurlijke vorm van helpen.”

Voldoening
Met zoveel Nederlandse horecaondernemers bij elkaar zou je een wekelijkse bitterbal-avond verwachten. Die is er echter niet. Wijnstra: “De Nederlanders zoeken elkaar niet echt op. We vieren Sinterklaas en Koninginnedag, maar daar zijn ook Bolivianen bij. Niemand heeft behoefte aan meer contact, denk ik.”

Een tienerjongen komt het Café Amsterdam binnen. Vol trots nodigt hij De Jong uit voor zijn carnavalsoptreden. “Het doet me goed dat hij zo enthousiast naar me toe komt. Hij komt uit een typisch arm Boliviaans gezin: vader alcoholist, moeder lusteloos op de bank. Een jaar eerder leefde hij nog op straat.” Het wonen in het opvangcentrum heeft hem duidelijk goed gedaan. “Hier doe ik het allemaal voor.”

Grote foto: Leonie Hosselet
Kleine foto: Stichting Amigos

Reacties