"Oorlog Ethiopië staat los van honger"

18-04-2000
Door: oneworld redactie
Bron: onzeWereld

Na drie jaar van droogte dreigt hongersnood voor enkele miljoenen mensen in delen van Ethiopië, Eritrea, Somalië, Kenya en Uganda. ‘Europa en de internationale gemeenschap reageren altijd pas op de situatie in Afrika als de eerste levende skeletten op televisie verschijnen’, zei de Ethiopische minister van Buitenlandse Zaken Seyoun Mesfin

Als u zo begaan bent met het lot van uw bevolking, maak dan eerst maar eens een einde aan die zinloze oorlog met buurland Eritrea, zo reageerde onder andere de Britse minister voor Ontwikkelingssamenwerking Clare Short. En ze verwoordde daarmee de mening van menigeen.

Jan Abbink ziet geen direct verband tussen de hongersnood en de oorlog. Abbink is senior onderzoeker aan het Afrika Studiecentrum in Leiden, gespecialiseerd in de Hoorn van Afrika.

‘Het getroffen gebied, de Ogaden, ligt in Zuidoost-Ethiopië. Dat heeft geen enkele invloed van de oorlog ondergaan. Het is geen strijdgebied, er zijn geen vluchtelingen en de bevolking is er niet gemobiliseerd.’

‘Natuurlijk kost de oorlog met Eritrea de Ethiopische regering handenvol geld, dat zij beter aan andere zaken kan besteden. Maar dat had de droogte niet kunnen voorkomen. Bovendien reageert de regering adequaat op de ramp. Elders in Ethiopië zijn voedseloverschotten en die worden nu door de regering opgekocht en naar het rampgebied gebracht. Het enige effect van de oorlog is misschien dat dit transport moeizamer verloopt. Er is de laatste jaren weinig geïnvesteerd in wegen en logistiek.’

Abbink onderschrijft de aanklacht van minister Mesfin: ‘De internationale gemeenschap heeft schandelijk gefaald. Al ruim een jaar wordt door de Ethiopische regering én westerse niet-gouvernementele organisties geroepen dat er een ramp dreigt als niet gestaag wordt voortgegaan met de opbouw van voedselvoorraden. Na de vorige hongersnood in 1984 was men daarmee begonnen.’

‘De afgelopen jaren hebben westerse donoren echter graan geleend uit de Ethiopische voorraadschuren om regionale problemen op te lossen. Of voor voedselhulp in Somaliland en Sudan. Ondanks toezeggingen om de voorraden weer aan te vullen en ondanks herhaalde verzoeken hiertoe van de Ethiopische regering, is dat nog steeds niet gebeurd.’

Dilemma
De hulporganisaties zitten inmiddels met een dilemma: moeten zij voedselhulp geven aan landen die onderwijl een geldverslindende oorlog uitvechten? Ja, ondanks alles, toch maar wel, luidt het standpunt. De mensen die nu honger lijden mag je niet straffen voor het slechte beleid van hun regeringen.

Maar zou het niet logisch zijn extra voorwaarden aan de noodhulp te verbinden? Dick Drayer, regiospecialist van Artsen zonder Grenzen: ‘Waar en wanneer we kunnen, stellen we de waanzin van de oorlog aan de orde. Maar we gaan niet zeggen: als jullie dit niet doen, dan krijgen jullie geen hulp. Dit is hulp-chantage.’

Maar door hulp te geven, kan de Ethiopische regering geld uitsparen en daar weer wapens van kopen.

Inge Leuverink van Mensen in Nood, dat juist 500 duizend gulden noodhulp ter beschikking heeft gesteld, zegt: ‘Dat is de ene extreme positie in de discussie. Daar stel ik tegenover dat als je geen hulp geeft onschuldige mensen sterven en het nog maar de vraag is of de oorlog ophoudt. Overigens stelt de donorgemeenschap wel degelijk steeds meer eisen aan hulp. Vanwege de oorlog heeft minister Herfkens bijvoorbeeld de structurele hulp aan Ethiopië en Eritrea bevroren. Maar voor noodhulp ligt dat anders. Die geef je nu juist aan mensen in oorlogs- en rampgebieden.’

Drayer van Artsen zonder Grenzen vult aan: ‘Pas als wij merken dat de hulp direct de oorlogsmachine ondersteunt, stoppen we er mee. Bijvoorbeeld wanneer het voedsel naar de soldaten gaat en niet naar de bevolking.’

Reacties