Wat een hartelijke ontvangsten heb ik hier in Bolivia gekregen! We bezoeken vandaag Sucre, de eigenlijke hoofdstad van Bolivia. Op het vliegveld staat een heus ontvangstcomité. De prefect benoemt me tot ereburger van de stad. Ik krijg een plakkaat en de symbolische sleutels van de stad. Een leuke en eervolle lokale gewoonte - anders dan in Nederland heeft het hier niets met carnaval te maken.
We bezoeken een waterbeheerproject dat de droge grond vochtig moet houden, en zo de landbouwproductie moet verhogen. Het project is nog in de aanvangsfase. Ik vraag me af in hoeverre de lokale bevolking hier iets van merkt. Krijgen zij ook toegang tot water? Dat is nu nog niet het geval, vertelt de projectleider. Maar in de toekomst gaat dat zeker gebeuren. Hoewel het programma uitstekend loopt, ben ik van mening dat je van meet af aan de bevolking erbij moet betrekken. Van de ene kant is het belangrijk dat op nationaal niveau een strategie voor waterbeheer ontwikkeld wordt. Maar aan de andere kant moet je ook good will bij de bevolking krijgen om de projecten uit te voeren.
In het nabijgelegen dorpje Yotalilla worden we feestelijk ontvangen met muziek en dans. Mensen zijn van heinde en ver gekomen om de waterbeheerprogramma's te presenteren. Maar ook om er een feest van te maken, want daar houden Bolivianen van, merk ik.
Een feest is het ook zeker bij de uitreiking van de landtitels. Het Nederlandse kadaster houdt zich met geld van onder meer Ontwikkelingssamenwerking al zes jaar lang bezig met het registreren van grond in een kadaster. Dit houdt in dat boeren en vooral ook boerinnen het rechtmatige eigendom over de grond die zij bewerken krijgen. Er bestaan veel conflicten over grondeigendom, en in het verleden zijn boeren vaak onder dwang van geweld van het leger of andere groepen van hun grond weggejaagd. Met de papieren in hun hand zal ze dat niet zo snel gebeuren. Bovendien kunnen ze nu naar de bank om met de grond als onderpand een krediet af te sluiten voor een investering.

De nieuwe regering is zeer gecommitteerd aan dit project. In de afgelopen acht maanden van het nieuwe bewind zijn er meer landtitels uitgereikt dan tijdens de laatste vijf kabinetten. De president zelf is vaak aanwezig bij de plechtige uitreiking.
In Chuquisaca mag ik vandaag de mensen hun eigendomscertificaat overhandigen. We worden opgewacht met muziek en vuurwerk, dat gedurende de hele ceremonie doorgaat. Het doet me zo goed de blijde gezichten van de vrouwen te zien, die na jarenlang op een stukje grond te hebben gewerkt zich nu eindelijk met trots eigenaar mogen noemen. Ze vliegen me spontaan om de hals. Ik geloof niet dat ik op een middag zoveel knuffels en zoenen heb gehad als vandaag. Ik krijg een handgeborduurde omslagdoek om, met daarop geschreven: veel warmte van Chuquisaca aan Agnes. Als we weggaan krijgen we prachtige bloemenkransen omgehangen.
Terug naar La Paz. Morgen vertrek ik naar Massachusetts in de Verenigde Staten, voor een conferentie over ontwikkelingssamenwerking. Maar vanavond luid ik eerst dit zeer goed georganiseerde bezoek uit met ambassadeur Ron Muyzert en zijn staf. Hij heeft me in drie dagen genoeg van Bolivia laten zien, om me ervan te overtuigen dat dit een geweldig land is, met weliswaar grote problemen, maar met even zo grote mogelijkheden.