Vlees noch vis

21-03-2012
Door: Thomas Durlinger
Bron: OneWorld

Een groeiende wereldbevolking en meer welvaart betekent meer vraag naar vlees. Maar meer vlees betekent dat er meer landbouwgrond nodig is en dat is er niet. Insecten zijn een duurzaam alternatief voor vlees: ze hebben minder ruimte, water en voedsel nodig dan koeien, varkens en kippen terwijl de voedingswaarde hetzelfde is. Wereldwijd eet het merendeel van de bevolking regelmatig een portie insecten en dat gaan wij hier nu ook doen.  Een kwart van de Nederlanders staat best open voor een insectenhap, zo bleek uit onderzoek van NCDO en TNS/NIPO. 

Barbaars
Tachtig procent van de wereldbevolking eet regelmatig insecten. Er zijn meer dan 1800 soorten insecten die geschikt zijn voor menselijke consumptie. In Colombia worden gepofte insecten in de bioscoop verkocht in plaats van popcorn, in Japan zijn gekookte wespen populair voor bij de rijst en in Congo behoren sprinkhanen en rupsen tot het gangbare dieet. “In het Westen kijken we met een zekere minachting naar het eten van insecten,” stelt Arnold van Huis, tropisch entomoloog aan de Wageningen Universiteit en expert op het gebied van het eten van insecten door mensen. “Het stamt uit de tijd dat mensen nog jagers en verzamelaars waren. We zien het eten van insecten als barbaars en primitief. Maar insecten worden in ontwikkelingslanden niet gegeten uit armoede, maar omdat mensen het lekker vinden. Insecten zijn daar duurder dan rund en kip.”

Milieu
Tachtig procent van de landbouwgrond op de wereld wordt gebruikt om vlees te produceren. De wereldbevolking groeit tot 2050 met nog twee miljard mensen en in opkomende economieën wordt de vraag naar vlees groter. Meer welvaart zorgt voor meer vraag naar vlees. Als iedereen zich een dieet aanmeet gelijk een westerling, hebben we aan één aarde niet genoeg om al het vlees te produceren. Daar komt bij dat vlees erg milieubelastend is door de uitstoot van broeikasgassen. Deze uitstoot is volgens de FAO (de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties) verantwoordelijk voor tussen de 14 en 22 procent van alle broeikasgassen in de wereld en is daarmee groter dan de uitstoot van broeikasgassen door het verkeer. Een groeiende groep experts ziet in insecten de oplossing.   

Duurzaam
Professor Arnold van Huis (65) doet sinds 1995 onderzoek naar het eten van insecten. “Voor een kilo rundvlees moet je acht tot dertien kilo voedsel in een koe stoppen. Daarbij heb je zo’n 20.000 liter water nodig voor elke kilo rundvlees. Voor een kilo rupsen is er maar drie kilo voeding nodig en veel minder water. Dit betekent dat er minder energie en water nodig is voor diervoeding en we minder last van mestproblemen zullen hebben als we een hamburger laten liggen en kiezen voor een maaltijd met insecten. Insecten kunnen bovendien gekweekt worden op afval uit bijvoorbeeld de landbouw of de bierindustrie. Insecten eten het afval op en zetten het om in hoogwaardige eiwitten. Bovendien hebben ze veel minder landbouwgrond nodig”, zegt Van Huis. Dit terwijl de voedingswaarde gelijk blijft: een krokant sprinkhanenhapje levert in verhouding evenveel eiwit en proteïne op als een kipkluifje.

Kwekers
In Nederland is veel aandacht voor duurzaamheid, maar hoe realistisch is het dat biefstuk wordt ingeruild voor een bakje sprinkhanen? Marian Peters (45) van de Vereniging Nederlandse Insecten Kwekers (VENIK): “We zijn insecten langzaam maar zeker aan het lanceren, maar de markt is nog klein.” Insecten liggen nog niet in supermarkten, maar zijn wel al te koop bij enkele delicatessezaken. VENIK is een organisatie die insectenkwekers samenbrengt om Nederlanders aan de insecten te krijgen. “Insecten worden in Nederland vooral verkocht voor dierenvoeding en nog weinig voor menselijke consumptie. Insecten worden voor mensen gekweekt, omdat de kweker het leuk vindt en mee wil werken aan een duurzame oplossing voor het voedselprobleem. Als insectenkweker word je er zeker nog niet rijk van.”

Nederland
Marian Peters uit Helvoirt is initiatiefneemster van VENIK en werkt samen met het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Wageningen Universiteit om Nederlanders aan insecten te krijgen. “De wetgeving is erg belangrijk, die zijn we samen met de Voedsel- en Waren Autoriteit aan het bepalen. We hebben maar één kans om insecten succesvol op de markt te brengen. Voedselveiligheid is ontzettend belangrijk. Bij één misstap, waarbij mensen ziek worden van het eten van insecten, is onze kans verkeken. Ik ben ook erg blij met de samenwerking met de Wageningen Universiteit. Er wordt nu goed onderzoek gedaan naar insectenproducten. Anders was het misschien gebleven bij een idee van een gek mens uit Limburg”, zegt Peters, doelend op zichzelf. Nederlanders insecten laten eten zal geen gemakkelijke opgave worden. Van Huis: “De afkeer van insecten is diepgeworteld in onze maatschappij. Eetgewoonten zijn hardnekkig en cultureel gebonden. We eten in Nederland bijvoorbeeld paardenvlees, maar daar moet een Engelsman niet aan denken.”

Hoopgevend was de Horecava in 2008, waarbij het eten van insecten veel publiciteit kreeg. Tijdens de beurs vonden de 9.500 insectenhapjes gretig aftrek bij de bezoekers. Van Huis: “We merkten dat mensen na een eerste ervaring met het eten van insecten er eigenlijk meteen geen moeite meer mee hebben. Het feit dat mensen insecten vies vinden zit puur tussen de oren. Het is prima voedsel. We moeten mensen alleen een eerste ervaring geven. In april komt er een insectenkookboek uit dat ik samen met Henk van Gurp en Marcel Dicke heb geschreven. Ik verwacht dat dit veel publiciteit zal opleveren en dat de verkoop van insecten zal stijgen.” Peters: “Mensen weten zich nu nog geen raad met een bak meelwormen, maar daar zal het insectenkookboek zeker bij helpen.” In het kookboek staan meer dan dertig recepten, tal van wetenswaardigheden en interviews met topkoks en kwekers. Van Huis: “Vlees wordt ook eerst gekruid voordat het wordt gegeten, bij insecten geldt hetzelfde. Er ligt nog een taak voor de horeca om lekkere gerechten met insecten te maken.”

Tropen
Waar insecten in de westerse wereld nauwelijks gegeten worden, hebben veel landen in de tropen een lange traditie met het eten van insecten. Van Huis: “Er zijn daar natuurlijk ook gewoon meer insecten, ze zijn groter en ze verschijnen af en toe in grote getallen tegelijk.” Van Huis vreest echter dat ook mensen in de tropen insecten afzweren: “Wanneer Afrikanen in de stad wonen, meten ze zich een westerse levensstijl aan. Ontwikkeling betekent dat insecten niet meer tot het dieet behoren. Tijdens onderzoek in Afrika kwam ik er achter dat mensen niet graag met westerlingen praten over hun gewoonte om insecten te kweken. Ze weten dat wij het een vies idee vinden. Aziaten hebben veel minder last van een minderwaardigheidscomplex. Ze zijn daar trotser op hun cultuur en de gewoonten om insecten te eten. We moeten dus de mindset hier veranderen, maar er ook voor zorgen dat mensen in de tropen hun traditionele voedsel gaan herwaarderen.” Peters: “Als we in Nederland insecten gaan eten zal dit voor ontwikkelingslanden een geweldige stimulans zijn. Als ze zien dat wij juist overstappen op hun eetgewoonten zullen ze het eten van insecten niet meer associëren met onderontwikkeling.”

Toekomst
Professor Van Huis denkt dat het snel zal gaan met het eten van insecten. “De tijd is er rijp voor. Duurzaamheid is hot en mensen zijn zich bewust van milieuschade door veeteelt. Er is straks gewoon niet genoeg vlees voor iedereen meer; een Big Mac kost straks 120 euro en een Bug Mac 12 euro. Er zijn alternatieven nodig. Ik denk dat er binnen tien jaar insecten in de supermarkten liggen.” Peters: “We lopen in Nederland ver voor op andere Europese landen. In Duitsland deelden we ook insectenhapjes uit, maar die vonden lang niet zulk gretig aftrek als in Nederland. Bovendien loopt de Wageningen Universiteit internationaal voorop in onderzoek naar het eten van insecten. In Nederland zijn we de afschuw en de weerzin wel voorbij. We kunnen een voorbeeld worden voor andere landen.” 

Foto: cc

Reacties