John Peter Putter is 32, zijn bijnaam is de 'rode-bakkie-verkrachter'. Hij staat in het Hooggerechtshof terecht voor vier ontvoeringen en vekrachting van minderjarige meisjes tussen mei en september 2003.
Zijn modus operandi was altijd hetzelfde. Rijdend in een rode 'bakkie', Zuid-Afrikaans voor pickup truck, benaderde hij op klaarlichte dag jonge meisjes. Hij vertelde ze dat hij een undercoveragent was die kinderen onderzocht op bezit van drugs.
Vervolgens reed hij ze naar een vuilnisbelt in de buurt waar hij de meisjes verkrachtte of onzedelijk betastte. Daarna bracht hij ze terug tot loopafstand van hun huizen.
Putter zit er in de rechtbank stoïcijns bij. Hij kijkt, timide bijna, voortdurend naar de grond.
Hij verroerde geen vin toen één van zijn slachtoffers in tranen uitbrak toen ze hem zag. Hij toonde geen emotie tijdens de verklaringen van getraumatiseerde ouders van de meisjes.
De rechtbank had het overigens niet moeilijk in deze zaak. Tijdens de eerste zittingsdag gaf Putter zijn schuld aan alle feiten gewoon toe. Hij wordt binnenkort veroordeeld.
De andere zaak van dit moment is niet minder vreselijk. De 26-jarige Mpho Litau staat terecht voor maar liefst dertien verkrachtingen, allemaal binnen het tijdsbestek van een paar maanden.
Litau had ook een vaste manier. Hij hield zich op bij een veld in de township Soweto, dat door schoolkinderen wordt gebruikt als een snellere route naar school. Hij benaderde altijd twee schoolmeisjes tegelijk, die hij de weg vroeg.
Daarna bedreigde hij de meisjes met een geweer en verkrachtte hen. Ook Litau toont geen enkele emotie, geen berouw. Hij kijkt dreigend naar de getuigen. Vorige week moest een verklaring van een van zijn slachtoffers worden afgebroken, omdat ze begon te huilen.
Ik ben weer terug bij de moorden en verkrachtingen in de rechtbank van Johannesburg. Deze keer niet voor Sowetan, maar als rechtbankverslaggever voor het Zuid-Afrikaanse persbureau Sapa. Hoewel je er min of meer aan gewend raakt, blijft de ernst van sommige van de zaken hier verbazen. Ik hoop dat ik die verbazing nooit kwijtraak.