Door de internationale aandacht die Darfur krijgt zou je bijna vergeten dat het mandaat van de VN in Soedan helemaal niet over Darfur gaat. De agentschappen van de VN werken er wel: het wereldvoedselprogramma zorgt voor voedselhulp, de wereldgezondheidsorganisatie zorgt voor vaccinatieprogramma's, Unicef zorgt voor de kinderen en ga zo maar door. Maar de VN heeft in Sudan slechts een mandaat om toe te zien op de naleving van het vredesakkoord dat in januari in Kenia gesloten is tussen de overheid en het rebellenleger van John Garang's SPLA. De regering heeft de VN geen toestemming gegeven voor inmenging in het conflict in Darfur. Dat is de rol van de Afrikaanse Unie.
Met de overheid van Noord-Soedan, het deel waar ook de hoofdstad Khartoem onder valt, is een deal gesloten over de rol van de VN. Met de overheid van Zuid-Soedan nog niet. Daarmee moet nog gesproken worden over hoeveel mensen er komen, waar die gehuisvest worden, welke taken ze krijgen enzovoorts.
Naast vrede tussen Noord en Zuid moet er ook vrede tussen Zuid en Zuid gesloten worden. In het zuiden woeden stammenstrijden die mede door de komst van wapens zijn uitgegroeid tot bloedige oorlogen. Het wantrouwen is enorm. John Garang, maar ook leiders van andere rebellengroepen als de Zuid Soedanese Verenigde Democratische Alliantie (SSUDA)verzetten zich tegen de komst van een troepenmacht van 10.000 VN-militairen die de vrede in het gebied moet bewaken. De Engelstalige krant 'Khartoum Monitor', kopte vanmorgen: ' Affirmative NO to UN peace mission in Sudan'. Het was een persbericht van de SSUDA.
Hier op het VN-kantoor zeggen ze dat de strijdende partijen gevraagd hebben om inmenging van de VN als een onafhankelijke derde partij. Nu komen ze daar op terug.
In het vredesakkoord dat in Nairobi gesloten is, staat een verraderlijk stukje tekst. De regering in het noorden moet de opbrengsten van de olie delen met het zuiden. Er staat echter niet beschreven wie controleert hoeveel olie er opgepompt wordt. Het is duidelijk dat het noorden de touwtjes in handen heeft en dat het zuiden maar moet afwachten. Cynici zeggen dat de troepenmacht de olieproductie moet zekerstellen. Het feit dat de Chinezen bereid zijn een troepenmacht te leveren terwijl de oliebelangen van China in Soedan evident zijn, versterkt dat idee.
Pronk raakt geïrriteerd als ik het hem voorleg. Hij heeft andere voorbeelden (beter, vindt hij zelf) waaruit blijkt dat dat kul is. Hij hamert erop dat Garang ook getekend heeft voor het akkoord, en dat hij straks deel uitmaakt van de regering in Khartoem en medeverantwoordelijk is voor een juiste uitvoering. Geen speld tussen te krijgen natuurlijk.
Kritiek op Pronk
Toen we op vrijdag terugkwamen uit Darfur wilde iedereen maar een ding: naar huis en douchen. Dat deed Pronk ook, om een half uurtje later al weer klaar te staan om naar kantoor te gaan. Het was bijna 6 uur 's avonds, maar voor een workaholic als Pronk heb je dan nog een halve dag om te werken. Op vrijdag en zaterdag is het hier weekend. Er zijn dan weinig mensen op kantoor. De enkeling die er is, wordt geronseld voor overleg. De kritiek op zijn optreden als manager zwelt aan. Naarmate ik langer op dit kantoor rondloop en men mij meer vertrouwt, hoor ik meer over de onvrede. Het kan ook niet allebei zijn. Én een groot inspirator, én een groot manager. Zijn politiek inzicht en zijn onderhandelingsvaardigheden worden geroemd. 'Zonder Pronk geen vredesproces', hoor ik. En als er dan dus een vergadering is, ook al is het je vrije dag, dan kom je opdraven.
Er zijn onlusten uitgebroken in Oost-Soedan. In de havenstad Port Sudan eist het Beija congres, de politieke arm van het volk Beija, ook aandacht op. Het was al te verwachten dat dat zou gebeuren. De politie grijpt hard in: 17 mensen doodgeschoten, evenveel gewond.
Drijfveer
Als we 's avonds uit eten gaan leg ik het aan Pronk voor. Het grootste land van Afrika is in al z'n uithoeken onrustig. Internationale olie- of religieuspolitieke belangen voeden de conflicten met wapens. Het is dweilen met de kraan open. Voor Pronk is er geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten. 'We moeten ze betrekken bij het vredesproces, ze laten profiteren van het politieke momentum en ze zelf in staat stellen hun eigen oplossingen aan te dragen.'
Ik vraag hem wat hij vond van de slachtoffers die we in Darfur zagen en dan antwoordt hij dat het een groot menselijk drama is, dat dat de reden is waarom hij hier is, maar dat je daar langsheen moet kijken in de richting van een oplossing. 'De internationale gemeenschap is (nog) niet tot ingrijpen bereid', zegt hij, 'dan moet je het doen met de pressiemiddelen die je hebt en blij zijn met elk resultaat dat je boekt. Niet cynisch worden, optimistisch blijven en accepteren dat het een kwestie van lange adem is'. Hij danst de polka met een draak (vrij naar arabisch spreekwoord).
Pronk moet naar de top van de Afrikaanse Unie. Ik verhuis naar het Acropole hotel, dat beroemd is bij alle hulporganisaties en buitenlandse correspondenten. De bodyguards van Pronk brengen mij erheen. Ik voel me daar een beetje ongemakkelijk bij, maar Pronk had ze gevraagd mij te helpen, en ze vatten zoiets heel letterlijk op. Als ik voor de stoffige ingang van het Acropole sta slaat de twijfel toe bij de Roemenen. Er wordt heen en weer gebeld, maar na een tijdje gaan ze akkoord. Met gevoel voor humor benadrukt een van hen dat, als ik geëvacueerd wil worden, ik maar hoef te bellen.
Hulpverlening
Ik heb de laatste dagen gereserveerd voor gesprekken met NGO's en om alle gegevens die ik heb verzameld voor mijn rapportage te checken. Als je eenmaal door Soedan bent gegrepen, zeggen de hulpverleners in het Acropole hotel, dan blijf je terug komen. Ik kan me dat goed voorstellen. De aanwezigheid van de internationale gemeenschap maakt een verschil. Lang niet al het werk dat wordt uitgevoerd is effectief, maar de aanwezigheid zorgt ervoor dat we het probleem niet kunnen negeren. Dat wat net is opgebouwd wordt door de oorlog de dag erna weer verwoest.
Toen ik een Britse hulpverlener vroeg waarom ze hier was zei ze: 'Om mijn geweten te sussen. Als je eenmaal de ellende met je eigen ogen gezien hebt, kan je je er niet meer voor afsluiten. Dus hoe minimaal je bijdrage ook is, je blijft helpen'. Naast dat je goed werk doet, wordt je ook gebruikt door de regering en de rebellen. Hulp als politiek instrument, en de hulpverleners als speelbal. Hulporganisaties worden voortdurend van partijdigheid beschuldigd, medewerkers van NGO's worden opgepakt of geïntimideerd. De ontberingen die de Soedanezen doorstaan zijn gruwelijk genoeg de belangrijkste bron van inspiratie voor de hulpverleners. Eenmaal gegrepen laat het je niet meer los.
In het boek Emma's Oorlog van Deborah Scroggings wordt een dichter uit Zuid-Soedan aangehaald. Ik heb er niets meer aan toe te voegen.
ik ben in het zondige land Soedan;
de vogels in de lucht zijn verbaasd
over de manier waarop ik verstoten ben;
de dieren in het bos schrikken van mijn skelet.