Vandaag nog steeds in Nyala. Er staan afspraken gepland bij de Afrikaanse Unie (soldaten), bij het regionale ziekenhuis omdat de gouverneur ons ook graag de slachtoffers van de aanvallen van de rebellen wilde laten zien, en uiteindelijk nog bij het vluchtelingenkamp van de Arabische stammen die van hun land zijn verjaagd.
Jan Pronk is vroeg uit de veren. Als eerste van ons staat hij al om 7 uur onder de koude douche. Ik begrijp niet waar hij de energie vandaan haalt. Zijn stafleden zijn zonder uitzondering bekaf. Pronk is in z'n element hier. Praten met de mensen waar het hem allemaal om te doen is.
Het respect voor hem als politicus en onderhandelaar is hier groot. De kritiek op Pronk als manager van de hele VN-organisatie in Soedan is ook groot. Hij wil alles weten, delegeert weinig en kan een drammer zijn. Dat doet zeer in een bureaucratische machine waar iedereen z'n eilandjes bewaakt.
Nieuwe bombardementen
Er zijn berichten van een aanslag in West-Darfur, er wordt vanuit New York gebeld over het exacte aantal slachtoffers. Vanwege de aanval is het gebied een 'no-go area' voor de VN-mensen, over het aantal slachtoffers kan dus niets worden gezegd. Het is tactiek van de Soedanese overheid. Ze weten dat de hulp niet door kan gaan als het gebied voor VN'ers op slot gaat.
De burgers zijn wederom slachtoffer. De overheid is niets ontziend. Ze geven als verklaring dat ze oorlog voeren tegen de rebellen. Het is meer een grote schoonveegactie. Burgers worden verjaagd, geïntimideerd en erger. Er wordt expliciet gezegd dat ze niet meer welkom zijn, en ze worden nogmaals verjaagd, en nogmaals. Net zolang tot ze uit het gebied verdreven zijn, de graslanden ingenomen kunnen worden door onder andere Arabische stammen.
Naast een Arabisch-Afrikaans conflict worden er ook stammentwisten uitgevochten. Dit gebeurt al eeuwen, maar het is pas sinds de grootschalige komst van wapens dat de twisten langer duren, niet meer op de traditionele manier gesust kunnen worden. De dorpsoudsten die normaal gesproken bij elkaar kwamen om de vetes te bespreken, worden onder de voet gelopen door zwaar bewapende jongeren.
Bij de soldaten
In het kamp van de Afrikaanse Unie worden we welkom geheten door een groep militairen. De soldaten salueren voor Pronk en geven de vrouwen in het gezelschap onwennig een handje. We worden een tent ingeleid en nemen plaats aan een kleine tafel met te weinig stoelen. Iedereen wil graag naast Pronk zitten. Een digitale fotocamera wordt giechelend doorgegeven, heimelijk schieten ze plaatsjes voor thuis. Jan Pronk wordt door de commandant van het regiment bijgepraat over de situatie. Het is dezelfde man die ons gisteren in Labado heeft rondgeleid.
Normaalgesproken zijn de lijnen niet zo kort. De Afrikaanse Unie rapporteert aan haar hoofdkwartier en pas een maand later worden die rapporten naar het VN-hoofdkantoor in New York gestuurd en naar het kantoor hier in Khartoem. Het is goed om deze mensen direct te spreken. Ze hebben goed zicht op de situatie. Ze zeggen dat ze de meeste Janjaweed-milities kennen. Waar ze een basis hebben in het veld is het rustig, maar ze zouden op meer plaatsen moeten zijn. Bij het Abuja-vredesproces (de vredesbesprekingen gehouden in Nigeria tussen de regering en de rebellen in Darfur) was afgesproken dat de regeringstroepen zich zouden terugtrekken uit bepaalde gebieden. De SLA-rebellen zouden het gebied niet overnemen; de Afrikaanse Unie zou er een gedemilitariseerde regio van maken. Vluchtelingen zouden zo terug kunnen naar hun dorpen of anders in kampen veilig zijn. In de praktijk houden geen van de partijen zich aan die afspraak.
Toneelspel
Snel door naar het militaire ziekenhuis, waar de soldaten liggen die aangevallen zijn door de rebellen. Ze verwachten Pronk al. Het ziekenhuis ruikt vreselijk schoon, plastic bloemen naast de bedden van de militairen. Een enkeling is gewond, de meesten zien er blakend van gezondheid uit. Ze hebben allemaal een dikke deken over zich heen getrokken en daarmee zijn hun eventuele verwondingen aan het oog onttrokken.
Als de gouverneur echt wat had om te laten zien, dan hadden we die slachtoffers wel te spreken gekregen, zegt de Italiaanse Barbara van de noodhulpafdeling van de VN (OCHA). Ze zegt dat deze slachtoffers nep zijn, dat ze neergelegd zijn om de bedden te vullen. Ik moet eigenlijk vreselijk lachen om die mannen die met een vertrokken gezicht net-alsof liggen te doen. Maar het is natuurlijk een minachting van het VN-gezag.
Ter compensatie gaan we direct daarna kijken in een lokaal ziekenhuis voor de burgerslachtoffers. Op de binnenplaats is het druk met familie die zelf voor de patiënten moet zorgen. Het ziet er eigenlijk best gezellig uit. Pronk stopt hier en daar om de mensen te vragen waar ze vandaan komen en hoe ze hier terecht zijn gekomen. Een opstootje van mondige vrouwen spreekt schande van de hoge ziekenhuisrekeningen, 'eerst bombarderen ze ons, en dan laten ze ons betalen voor de schade die we lijden'. Het ziekenhuis zou niets mogen vragen voor de behandeling, maar dat gebeurt wel; 6.000 dinar voor een operatie. Dat is een kleine 20 euro, een godsvermogen voor deze mensen die alles verloren hebben.
Verminkte kinderen
Binnen liggen de slachtoffers van bomaanslagen, en van aanvallen van de Janjaweed. De kinderafdeling is het meest aangrijpend. De man van de mensenrechtenafdeling van de VN noteert alles en praat met iedereen om te horen wat er gebeurd is. Observeren en rapporteren, dat is het beste wat ze in dit stadium kunnen doen. Jan Pronk luistert mee, stelt vragen en is zichtbaar ontdaan. Een meisje van de leeftijd van mijn dochtertje (7), verkracht, verminkt, haar ouders hebben onvoldoende geld om de ziekenhuisrekening te betalen. Het is te gruwelijk om aan te horen, maar het wordt allemaal genoteerd.
De kinderen die niet teveel pijn hebben, hebben plezier om de blanken die komen kijken. VN-mensen als internationale cliniclowns, die hun best doen om het leed te verzachten.
Het leed op de mannenafdeling kan ik beter aan. De afdeling wordt vreemd genoeg bewaakt door soldaten. Blijkbaar verwachten ze dat de gewonden SLA-rebellen zijn, en kunnen ze als ze zijn opgelapt verhoord worden. Sommige mannen liggen geboeid aan hun bed. Jan Pronk voert gesprekjes en fluistert met de mensenrechtenwaarnemer. In een andere ruimte sterft een man aan een tetanusinfectie. Dit is erger dan Pronk verwacht had. Veel erger.
Vluchtelingen
Het laatste bezoek van Pronk voor het vertrek naar Khartoem brengt ons bij het Arabische vluchtelingenkamp. De VN doen er alles aan om te laten zien dat ze neutraal zijn en dat ze ook oog hebben voor de Arabische slachtoffers.
Kinderen hollen met ons mee als we aankomen. Jan Pronk ondervraagt ze: gaan je naar school?, heb je al gegeten?, waar kom je vandaan?...De bodyguards van Pronk hebben een hekel aan dit soort bezoeken. In de opstootjes kunnen ze hun 'object' onvoldoende in het oog houden. Kinderen worden ruw opzij geduwd.
Er is iets mis met de voedselvoorziening in het kamp. Of er te weinig voedsel geleverd is, of dat het is doorverkocht, wordt niet duidelijk. Sommige kinderen zijn mager, maar de hulpverleners benadrukken keer op keer dat deze mensen het veel beter hebben dan in de Afrikaanse kampen.
Het dilemma van een goed draaiend vluchtelingenkamp is dat mensen het binnen het kamp vaak beter hebben dan er buiten. Onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis, en er is voedsel en water. Waarom zou je nog weg gaan? Pronk vraagt aan de mensen of ze werk hebben, en wat ze zoal doen om hun eigen situatie te verbeteren. Hij vraagt ook naar de bestuursstructuren (zoals de raad van ouderen) en vraagt hoe het zit met de participatie van vrouwen. De man die ons rondleidt geeft op alle vragen het antwoord dat de blanken willen horen: natuurlijk is de participatie van vrouwen groot, is het bestuur democratisch en wordt alles eerlijk verdeeld.
'Heb ik geen goed veldbezoek voor je geregeld?' zegt Pronk grappend onderweg naar het vliegveld. Ja en nee. Sommige dingen wil je eigenlijk liever niet zien of weten. Dit was een stoomcursus Darfur waarvan de beelden nog lang zullen blijven hangen.