We zijn gisteravond, na het gesprek met de gouverneur, doorgevlogen naar Nyala, de hoofdstad van Zuid-Darfur. Daar hebben we overnacht op de compound van de VN. Een laag gebouw, ommuurd, wat me deed denken aan de hostels die je tijdens het backpacken wel eens aandoet. Gedeelde douche en toilet, beetje primitief, maar wel knus.
De dag begint met een veiligheidsoverleg op het VN-kantoor. De vrouw die namens het World Food Program moet controleren of de wegen veilig genoeg zijn voor de VN-mensen, voert ongemakkelijk het woord. 'Sir, yes sir', zegt ze steeds als Pronk iets vraagt. Militaire training neem ik aan.
De situatie in Zuid-Darfur is erger dan in het noorden, zo lijkt het. In ieder geval is er meer informatie over. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij een incident in het stadje Labado. Labado is niet zo groot, maar door enorme aantallen vluchtelingen was het dorpje uitgegroeid tot een stadje van 27.000 inwoners. Op 17 december zorgden de overvliegende overheidshelikopters en vliegtuigen voor een massale uittocht. Eerst werd er over het dorp heen gevlogen om de mensen op te jagen, later kwamen de mortieraanvallen. Na de aanval van de overheidstroepen trokken de Janjaweed (Arabische milities, red.) met ruim 2000 mannen op kamelen het dorp in. Wie niet weg kon komen werd vermoord, vrouwen en meisjes verkracht, kinderen verminkt. Toch is het gemelde aantal dodelijke slachtoffers relatief laag. De officiële cijfers spreken van 105 dodelijke slachtoffers, voornamelijk vrouwen en kinderen. Dat zijn er 105 te veel natuurlijk, maar de tactiek is blijkbaar niet de bevolking direct te doden, maar op te jagen.
Het effect is hetzelfde. Na een dergelijke aanval kunnen er geen hulpgoederen de regio worden binnengebracht, de medische voorzieningen zijn óf niet aanwezig, óf te ver weg. Mensen worden volledig uitgeput, en er is niets meer om naar terug te gaan.
De gouverneur doet 'z'n best'
Met deze informatie in ons hoofd maken we ons op voor het bezoek aan de gouverneur. De gouverneur zelf is afwezig, zijn plaatsvervanger ontvangt ons. Weer een hele rij met hoogwaardigheidsbekleders.
Recht tegenover zit een man mij nors aan te kijken. Hij is de geestelijke die de vrouwen in het gezelschap de hand niet wilde schudden. Nee, ik voelde me geen mevrouw Verdonk. Sowieso geen naam die ik in de nabijheid van Pronk veel moet gebruiken. Pronk neemt plaats naast de plaatsvervanger. De beleefdheden worden uitgewisseld, waarna het gesprek begint.
Pronk zegt zich zorgen te maken over de 'roadclearing operations'. De plaatsvervangend gouverneur zegt dat te doen om de doorgang van de hulpgoederen mogelijk te maken. De VN-veldvertegenwoordiger verbijt zich. De gouverneur zegt ook dat vrede zijn hoogste prioriteit heeft. De praktijk blijkt een andere. Pronk nipt aan een glaasje rode limonade, en toont begrip voor de last die de lokale overheden zeggen te hebben van de bandieten die de wegen onveilig maken.
De combinatie van diplomatie en politiek die Pronk ten toon spreidt, is bewonderenswaardig. Politiek van de kleine stapjes. Pronk spreekt af later terug te komen om de bevindingen van het veld te delen met de lokale overheid. De plaatsvervangend gouverneur is blij dat Pronk met z'n eigen ogen gaat zien hoe goed ze hun best doen om de vrede te bewerkstelligen.
Per helikopter worden we naar de rebellen gebracht. De rebellen in Zuid-Darfur zijn minder vredesgezind dan die in het Noorden, legt de VN-veldvertegenwoordiger uit. We vliegen over verlaten en platgebrande dorpen.
We landen in Mudjaheria. Een prachtig dorpje, zoals je ze op het platteland van Afrika kan verwachten. Mooi ommuurde erfjes met ronde hutjes erop. Het is marktdag. De plaats waar wij moeten landen staat vol met vee, verspreid om de verschillende waterbakken. De helikopter veroorzaakt helse paniek bij die dieren. Kamelen breken uit, koeien galopperen weg en ezeltjes zetten het met kar en al op een lopen. Mensen rennen door elkaar hun vee achterna. Je mag hopen dat er geen slachtoffers vallen.
Als de helikopter helemaal is stilgevallen stappen we uit. We worden verwelkomd door een enorme menigte kinderen. Pronk doet z'n best om ze allemaal de hand te schudden. Z'n vertaler is druk bezig de vragen te vertalen die Jan aan ze stelt; ga je naar school? Heb je al gegeten? Waar woon je? Kom je hier vandaan? Kinderen liegen niet, zegt hij, en zijn daarom een goede informatiebron.
Artsen zonder Grenzen
Het is erg warm, zo rond de 40 graden Celsius, en wij blijven gelukkig niet lang in de zon staan. De auto van Artsen zonder Grenzen brengt ons naar hun onderkomen. We spreken uitgebreid met de Nederlandse Ran van der Wal. Het gaat onder meer over het aangevallen dorp Labado. Artsen zonder Grenzen is een van haar mensen kwijtgeraakt tijdens de luchtaanval. De organisatie gaf daar medische zorg aan vluchtelingen en de lokale bevolking. De situatie laat nog niet toe dat ze teruggaat.
Ran van der Wal benadrukt keer op keer neutraal te zijn in dit conflict. Ze wil geen politieke uitspraken op papier. Ze heeft wel goed zicht op wat er aan de hand is en wie er verantwoordelijk is. Pronk is erg geschokt, hij blijft doorvragen naar de kleinste details. De ellende is bekend, zelfs in Nederland, maar door het van haar te horen, in de omgeving waar het ook werkelijk gebeurt, maakt dat er geen ontkomen meer aan is: dit is de realiteit, de bombardementen gaan op grote schaal door, ondanks de afspraken gemaakt tijdens de vredesbesprekingen in Nigeria.
'No picknick'
Na het gesprek vertrekken we naar commandant Mohammed Kamal van het Sudanees bevrijdingsleger (SLA). Naast deze rebellenleider spreken we ook mensen van de andere rebellengroep, de JEM (justice and equality movement). De commandant van de SLA is een nors kijkende ondoorgrondelijke man. Buitengewoon aantrekkelijk, dat wel. Kamal begint met het begroetingsritueel, hij wenst ons alsnog prettige kerstdagen, hoewel hij zich realiseert dat het wel wat laat is, en hij condoleert ons met de tsunami-ramp. Het gesprek gaat weer over de roadclearings, over struikroverij, over geschonden afspraken van het vredesakkoord enzovoorts.
Pronk probeert z'n vertrouwen te winnen. Hij legt de positie van de VN als neutrale onafhankelijke partner uit, legt veel verantwoordelijkheid voor het bloedvergieten bij de overheden, en kan tegelijkertijd ook de SLA-man aanspreken op zijn verantwoordelijkheden. 'It's no picknick mister Pronk', zegt Kamal. 'If they attack us, we don't throw back flowers'.
'Help us to help you', is de boodschap van Jan Pronk. Als de gevolgen voor de bevolking niet zo vreselijk zouden zijn zou je denken dat de strijdende partijen ruziënde kinderen zijn. Pronk toont veel begrip. Bijna 3 uur later stappen we op.
Zwartgeblakerde huizen
In Nairobi is op 9 januari een vredesakkoord getekend dat een einde maakt aan de langst durende burgeroorlog van het continent. Oorlog tussen het christelijke zuiden en het islamitische noorden. Bij dat vredesakkoord is de regio Darfur en het oosten van Soedan niet betrokken geweest. Dat wreekt zich nu. Het westen (Darfur) laat van zich horen en wil ook meedelen in de welvaart die de olie-inkomsten met zich mee gaan brengen. Het klinkt allemaal heel logisch.
Na een kort bezoek aan het kamp van de soldaten van de Afrikaanse Unie die het staakt-het-vuren bewaken, stijgen we op om de ravage in Labado te bekijken. Geen ontvangstcomité dit keer. Dode ezels markeren de plaats waar wij landen. De commandant van de Afrikaanse Unie die ons rondleidt langs de zwartgeblakerde huizen steekt zijn wanhoop over deze daad niet onder stoelen of banken. Niets minder dan ethnic cleansing.
Pronk loopt door de puinhopen, zichtbaar aangedaan. Er staat bijna niets meer overeind. Een enkeling waagt de terugtocht om te kijken wat er over is van zijn bezittingen. De Afrikaanse Unie heeft beloofd in het gebied te blijven en waterputten worden door de eerste hulporganisaties al weer hersteld. Temidden van de geblakerde huizen, naast de herstelde watervoorziening, zit een koopman op een kleedje. Hij verkoopt al weer levensmiddelen. Uien, kruiden en kauwgomballen. Vooral die kauwgomballen lijken volkomen absurd in deze situatie.
Pronk zit in de helikopter op de terugweg stil voor zich uit te staren.
Annan aan de lijn
Het dagprogramma is nog steeds niet ten einde. De NGO-gemeenschap (gemeenschap van niet-gouvernementele organisaties, red.) in Nyala wil graag een onderhoud met de speciaal gezant, en met de gouverneur staat nog een afspraak om half 9.
De NGO's klagen over de tegenwerking die ze ontvangen van de lokale overheid, over de informatie die ze moeten afgeven, en over de lokale staf die te pas en te onpas gevangengezet wordt. Pronk zegt het aan te kaarten bij de gouverneur.
Kofi Annan belt even. Het gesprek met de NGO's moet ervoor worden onderbroken. Het rapport dat uitgebracht wordt door de speciale mensenrechtencommissie over de schendingen in Darfur hangt in de lucht. Er staan namen in van verdachten, dat gaat in het veld zeker voor beroering zorgen. Het gonst ervan in de NGO-gemeenschap.
En dan tenslotte weer naar de plaatsvervangend gouverneur. De hoogwaardigheidsbekleders hebben zich deze keer in de vergaderzaal verzameld. De sfeer is minder informeel dan vanmorgen. Pronk is stevig in zijn bewoording. Hij veroordeelt, en zonder direct schuldigen aan te wijzen is het wel duidelijk wie hij bedoelt. Hij staat erop dat de medewerkers van de NGO's onmiddellijk worden vrijgelaten, dat de roadclearings ophouden en dat de overheid stopt met het leveren van wapens aan de Janjaweed. Hij zegt tegelijkertijd een vriend van Soedan te zijn en te willen helpen.