Mao (34), ontwerper van software, was in juni 2002 een van de eersten in China met een weblog. Dat blog, www.isaacmao.com is sinds augustus 2005 door de Chinese overheid geblokkeerd. Niet vanwege boude uitspraken maar simpelweg omdat hij een illustratie had geplaatst die de technologie van de Chinese internetcensuur (schertsend ook wel 'the Great Firewall' genoemd) weergeeft.
Het plaatsen van die illustratie kun je uitleggen als een politiek statement, maar Mao laat zich niet zo snel op regeringskritiek betrappen. 'I am not so brave', zegt hij zelf. Dat zijn site is geblokkeerd, verhindert hem niet te reizen naar bijvoorbeeld Nederland, waar hij vorige week deelnam aan een discussie over internetcultuur.
'Ik sta vast op een of andere zwarte lijst, maar ik houd mijn politieke opvattingen zoveel mogelijk voor me. Ik spreek met alles en iedereen, zelfs met regeringsinstanties, maar dan toch vooral over internettechnologie.'
Nieuwe technologie
Boven alles ziet hij weinig nut in anti-regeringsretoriek. 'Wij willen niet dat mensen gestraft worden voor kritiek op de regering. Onze missie is nieuwe technologie zo goedkoop mogelijk inzetten om mensen te verbinden, te helpen zich te organiseren om uiteindelijk ook sociale verschillen te overbruggen.' Met 'wij' bedoelt hij een netwerk van bloggers dat hij sinds 2002 om zich heen heeft verzameld.
Controle op weblogs Wie in China een weblog wil beginnen, moet zich registreren met zijn identiteitspapieren. Providers moeten weblogberichten een half jaar bewaren en onwelgevallige inhoud verwijderen. Dat geldt overigens ook voor e-mails en chatfora. Woorden als mensenrechten, democratie, Taiwan zijn taboe als trefwoorden voor een website of weblog. Volgens Mao registreert slechts 20 procent van de webloggers zich werkelijk en probeert de rest hun clandestiene status zo lang mogelijk overeind te houden.
Lees ook: Zestien vormen van internetcensuur |
'Wij willen dat zo veel mogelijk mensen schrijven over hun dagelijkse leven, over hun sociale activiteiten. Mensen hebben zich aangewend om op een indirecte manier hun ideeën uit te dragen. Zo raken steeds meer ideeën via blogs verspreid over het internet en onder diverse massamedia. Uiteindelijk heeft de regering niet meer de mogelijkheden om die enorme stroom te blijven controleren. Dat is de kracht van verandering.'
China is in absolute zin het land met de grootste internetpopulatie. Zo'n 120 miljoen Chinezen (11 procent van de bevolking) gebruiken internet. 60 procent van hen heeft een breedbandverbinding. 'Internet is de best ontwikkelde sector in China', lacht Mao. Het aantal actieve bloggers schat hij op 2,5 miljoen, hun lezerspubliek op het tienvoudige daarvan.
Een kilo extra
Mao denkt dat de werkwijze van het bloggersnetwerk een grote maatschappelijke impact heeft. Als voorbeeld noemt hij een idee als 1KG.cn, dat reizen en liefdadigheid met elkaar in verband brengt. Eenieder die afreist naar het platteland - waar nog altijd 90 procent van de Chinese bevolking leeft - wordt gevraagd als bagage 1 kilo extra (het mag ook een onsje meer zijn) aan schoolboeken, schriften of pennen mee te nemen om onderweg of op de plaats van bestemming weg te geven. 'Liefdadigheidswerk kost vaak te veel geld aan corruptie om efficiënt te kunnen zijn.'
Net als in andere landen zijn de meeste internetgebruikers jongeren die op het web vooral op zoek zijn naar amusement. Mao erkent dat de regering dit 'escapisme' voedt. Zo krijgt Muzimei, een vrouw die op internet openlijk haar seksuele praktijken belicht, van de censoren alle ruimte. 'Terwijl je moeilijk kunt zeggen dat dit deel uitmaakt van de traditionele cultuur', lacht Mao.
Yahoo is duivels
De buitenlandse rol in de censuur vindt hij kwalijker. 'Yahoo is duivels', zegt hij onomwonden. Het Amerikaanse internetbedrijf wordt ervan beschuldigd persoonsgegevens van twee dissidenten te hebben doorgespeeld aan de Chinese overheid. De wet dwingt providers daartoe. De twee, Li Zhi en Shi Tao, zijn in 2003 en 2005 tot respectievelijk acht en tien jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Voor de censuur die de zoekmachine Google.cn en het populaire MSN Spaces (ruim een miljoen Chinese gebruikers) zichzelf hebben opgelegd, heeft Mao evenmin een goed woord over. Google mocht alleen een Chinese versie van de zoekmachine beginnen als politiek gevoelige zoektermen werden geblokkeerd. Het bedrijf ging akkoord, met de verdediging dat het 'een betekenisvolle doch imperfecte bijdrage levert aan de vergroting van de toegang tot informatie in China'.
Volgens Mao getuigt dat van arrogantie. 'Chinezen gebruiken Google al jaren en hun surfgedrag heeft het bedrijf al heel wat geld opgeleverd. Denken ze dat wij achterlijk zijn?' Boycotten Chinese internetgebruikers inmiddels Google.cn? 'Veel mensen weten niet wat ze niet weten! Het is aan ons om te vertellen wat Mini-Google (de spottende bijnaam voor de gecensureerde google, red) flikt.'
Adoptie van bloggers
Mao zet de wapenwedloop met de Chinese censoren onvermoeid en optimistisch voort. Om bloggers te helpen, is het project 'Adopt a blogger' bedacht. Bloggers in het 'vrije' buitenland houden backups bij van blogs in 'onvrije' landen. Wordt er een geblokkeerd, blijft de kopie elders toegankelijk.
Zijn eigen geblokkeerde website had hij ook in een oogwenk tot leven kunnen roepen. Nu wordt de bezoeker geleid naar notisaacmao.com. 'Ik laat die blokkade een tijdje zo om mensen te laten zien dat het niet meevalt met de censuur in China, zoals enkelen misschien geneigd zijn te denken.'